Je leest:

Van kikker tot Predictor

Van kikker tot Predictor

Auteur: | 19 december 2002

Een enkele keer verrast de geboorte van een kind zowel de moeder als haar omgeving, maar meestal zijn de eerste tekenen van zwangerschap al duidelijk genoeg. De menstruatie houdt op, de zwangere vrouw voelt zich anders, is vaak misselijk en krijgt grotere borsten. Toch is de vraag naar een bewijs van zwangerschap al oud.

Het verband tussen het uitblijven van de maandelijkse bloeding en zwangerschap moet al heel vroeg gelegd zijn. Misschien is dat inzicht zelfs niet voorbehouden aan Homo sapiens. Een vrouw die eerder zwanger is geweest en een kind gebaard heeft, zal het gevoel van de eerste maanden herkennen, en anders zeker het latere gespartel in haar buik. Dat kan welkom zijn of niet en er kunnen zelfs redenen zijn om het geheim te houden. De eerste zwangerschapstest zou best ontwikkeld kunnen zijn door een jaloerse man.

In elk geval wisten Egyptische priesters in de Oudheid er al iets op: een van hen plaste over een mengsel van tarwe, gerst en zand en liet een vrouw hetzelfde doen, met een ander hoopje graan met zand. Als het mengsel van de vrouw eerder ontkiemde wees dat erop dat de vrouw zwanger was. Tot zover klopt het verhaal wel min of meer: er zitten kiemingsbevorderende stoffen in de urine van een zwangere vrouw. Dat tarwekiemen een jongen betekenden en gerstespruiten een meisje, bederft het weer een beetje. Ook uit het oude Egypte is de test van geperste meloen en melk van een vrouw die net van een zoon beviel: als een vrouw dat na het opdrinken weer uitbraakte moest ze wel zwanger zijn. Niet zo onwaarschijnlijk, eigenlijk.

Er is weinig bekend van de drieduizend jaar erna. Het lijkt waarschijnlijk dat de vrouwelijke urine een rol speelde bij tests. Aan urine werd veel diagnostische betekenis toegekend: niet voor niets heette artsen ‘piskijkers’. In de negentiende eeuw beschreven artsen voor het eerst de vroege tekenen van zwangerschap: het groter en donkerder worden van de tepelhof, de kleurverandering van het vaginale slijmvlies en het zachter worden van de baarmoedermond en de onderkant van de baarmoeder. Pas in de jaren twintig van de vorige eeuw kwam de doorbraak: de ontdekking dat de hypofyse hormonen produceert die stimulerend werken op de geslachtsorganen. Als een vrouw het hormoon humaan choriongonadotrofine (hCG) in haar bloed of urine heeft, is dat een bewijs dat ze levend placentaweefsel herbergt en dus zwanger is.

De vraag was nu nog: hoe toon je op een eenvoudige manier die stof aan? Van het begin af aan waren er verschillende methoden, allemaal gebaseerd op de reactie van een proefdier. De Friedmantest maakte gebruik van konijnen. Een konijn dat geïnjecteerd wordt met de urine van een zwangere vrouw krijgt rode en opgezwollen eierstokken en sterft daar uiteindelijk aan. De test geeft pas een uitslag na vier weken zwangerschap. Een variant was de Ascheim-Zondektest, waarvoor onvolwassen muizen werden gebruikt. Als de eierstokken van de muis zich na de injectie opeens snel ontwikkelden en er een ovulatie op gang kwam, betekende dat zwangerschap. De snelste en meest exacte test was die van Lancelot Hogben, zoöloog aan de Universiteit van Kaapstad, die de Zuidafrikaanse klauwpad ontdekte als proefdier voor endocrinologisch onderzoek. Het vrouwtje bleek ook erg geschikt voor een zwangerschapstest: enkele uren na injectie legde het eieren.

De Hogbentest werd al snel populair, al was het alleen maar vanwege de snelheid waarmee je een uitslag kreeg. De term kikkerproef was jarenlang synoniem met zwangerschapstest. Door gebruik te maken van de eigenschap van kikkers om bij hormonale veranderingen van kleur te veranderen, werd de test nog efficiënter en goedkoper. Zo ging het: bij een gewone groene kikker werd de hypofyse verwijderd, waardoor het beest een geelwitte kleur kreeg. Een inspuiting met urine van een zwangere vrouw bracht de groene kleur terug. Zo kon de Leidse huisarts J.H. Pleiter in de jaren vijftig en zestig ’s ochtends een flesje urine insturen naar het instituut Rana (Latijn voor kikker), waarop hij dezelfde middag telefonisch de uitslag kreeg. Het kon vanaf zes weken na de conceptie en het kostte tien gulden, herinnert Pleiter zich.

Inmiddels worden de kikkers weer ongemoeid gelaten, maar helemaal zonder dieren gaat het niet. Moderne zwangerschapstests draaien nog altijd om het aantonen van hCG in de urine van de vrouw. Dat gaat met specifieke antistoffen tegen hCG, gewonnen uit konijnenbloed. Met een moleculair trucje wordt de activiteit van de antistoffen zichtbaar gemaakt. De zwangerschapstest is zo eenvoudig geworden dat een vrouw het gewoon zelf kan doen. Predictor was in 1971 de eerste, maar er zijn er nu veel meer. Je hoeft niet meer te wachten tot zes weken na de conceptie en dus doen sommige vrouwen het bijna elke maand. Net zolang tot het staafje van kleur verschiet.

Dit artikel is een publicatie van Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
© Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 december 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.