Je leest:

Van ader tot ader

Van ader tot ader

Wat er allemaal komt kijken bij een bloeddonatie

Auteur: | 14 oktober 2016

Als je een ernstig ongeluk hebt gehad, kan het voorkomen dat het nodig is om extra bloed te krijgen. Ook mensen met bepaalde bloedziektes zijn gebaat bij bloedtransfusies. Dit bloed is afkomstig van vrijwilligers, die hun bloed afstaan om patiënten verder te helpen. Maar hoe verlopen die bloeddonaties eigenlijk? NEMO Kennislink ging zelf bloed geven om dat uit te zoeken.

Het is rustig bij de bloedbank Sanquin op de Plesmanlaan in Amsterdam. Slechts een paar mensen zitten in de wachtzaal. “Je bent over tien minuten aan de beurt”, vertelt de receptioniste mij. Ik krijg een vragenformulier mee en neem plaats. Ik ben hier vandaag voor een bloeddonatie.

Het bloed in het kleine zakje wordt getest op infectieziektes.
Larissa van Dijk voor NEMO Kennislink via CC BY 2.0

Omdat het al een aantal jaar geleden is dat ik voor het laatst bloed heb gegeven, neemt een donorarts mij mee om me te keuren. Dit is een arts die er speciaal is om te kijken of donoren in staat zijn om bloed te geven en die ervoor zorgt dat er geen complicaties kunnen ontstaan tijdens het doneren. Hij noteert mijn gewicht, lengte, bloeddruk en het hemoglobinegehalte. Dit laatste is een maat voor de hoeveelheid ijzer die je in je lichaam hebt opgeslagen, wat van groot belang is voor het aanmaken van nieuwe rode bloedcellen. Als dat allemaal in orde is, neemt hij mijn vragenlijst door om te zien of ik niet ziek ben geweest, piercings heb laten zetten, of naar landen op vakantie ben geweest met een hoog risico op infectieziektes of seksueel overdraagbare aandoeningen.

Mooie aderen

Gelukkig voldoe ik aan alle voorwaarden om te doneren. In de donatieruimte naast de wachtkamer staat een aantal comfortabele stoelen klaar voor de donateurs. Naast elke stoel staat een soort nachtkastje, met daarop een apparaat om het bloed in beweging te houden tijdens het doneren, zodat het niet gaat stollen.

Verpleegster Anja de Vries bindt een band om mijn arm. “Hierdoor ‘springen’ de aderen, waardoor ze beter zichtbaar worden. Dit is vooral prettig voor jou, want goed zichtbare aderen zijn makkelijker te prikken”, vertelt ze. Voor ik het weet heeft ze al een naald in een ader geprikt, en er een transfusiezak aan gekoppeld. Ik heb er nauwelijks wat van gemerkt: “Ik doe dit werk al zo’n veertig jaar en je hebt mooie aderen.” Peulenschil dus.

Het eerste bloed wordt in een klein zakje opgevangen om te testen op infectieziektes, zoals hiv, hepatitis B of C, of syfilis. Vervolgens vult zich een grote transfusiezak, waar ongeveer een halve liter bloed in kan. Na een kwartiertje is deze zak vol en mag de naald er weer uit. Een watje op de wond, en klaar is de donatie.

Zo’n naald ziet er best groot uit, maar je voelt hem niet zitten.
Larissa van Dijk voor NEMO Kennislink via CC BY 2.0

Flauwvallen

Verpleegster Anja is streng: “Nog even blijven liggen, je ziet wat pips.” Of er veel mensen flauwvallen, vraag ik haar. “Heel zelden, maar we houden ze goed in de gaten hoor”, vertelt ze. Om te voorkomen dat donateurs onderuitgaan, staan op een tafel naast de balie koekjes, thee, koffie en soep. “Vroeger kregen donateurs ook nog wel een neut, maar daar zijn we een aantal jaar geleden mee gestopt. We waarschuwen mensen wel van tevoren goed uit te slapen en vooral te drinken en te eten.”

Ik krijg nog wat instructies mee: “Geen zware inspanningen, geen drugs en geen alcohol in de komende twaalf uur”, en dan mag ik naar huis. Het duurt ongeveer zes weken voor alle rode bloedcellen weer aangevuld zijn, het vocht is dezelfde dag nog op het oude peil met genoeg drinken.

Centrifuge

Het bloed begint dan pas met zijn reis naar de ader van een patiënt. De grote zak gaat in de koeling en het bloed in de kleine zak wordt getest, niet alleen op de infectieziektes, maar ook op de bloedgroep. “Dit gebeurt altijd, bij elke donatie die een donateur geeft”, vertelt verpleegster Anja. “Niet omdat de bloedgroep tussentijds misschien nog verandert, maar om absoluut zeker te zijn dat er geen fouten zijn gemaakt.”

Nadat het bloed gecontroleerd en gekoeld is, gaat het in een centrifuge, waardoor de verschillende bestanddelen gescheiden worden. Dit gebeurt door het bloed snel te laten ronddraaien. Hierdoor zakken de zwaarste deeltjes zoals de rode bloedcellen naar de bodem, terwijl lichtere deeltjes zoals bloedplaatjes blijven drijven. De verschillende bestanddelen of ‘bloedproducten’ worden opgevangen en omgezet in in transfusiezakken, gelabeld en opnieuw gekoeld, waarna ze verspreid worden naar ziekenhuizen in het hele land.

Deze bloedproducten zijn bijvoorbeeld de bloedplaatjes, om mensen met stollingsziektes te helpen. Maar ook plasma voor de productie van bepaalde medicijnen of voor patiënten met ernstige brandwonden. Rode bloedcellen worden meestal gebruikt op de spoedeisende hulp voor mensen die veel bloed verloren hebben, of ze worden gegeven aan mensen met bloedarmoede.

Testbuisje gevuld met bloed, duidelijk gescheiden zijn het bloedplasma (gelig) en de rode bloedcellen te zien.
Larissa van Dijk voor NEMO Kennislink via CC BY 2.0

Beperkt houdbaar

Waar het bloed ook voor gebruikt wordt, het moet altijd snel gebeuren: ook in de koeling zijn rode bloedcellen maar vijf weken houdbaar en bloedplaatjes zelfs maar vijf dagen. Daarna wordt het, samen met ander medisch afval, vernietigd. Sanquin probeert een voorraad bloedproducten in stand te houden die gelijk is aan wat ziekenhuizen verbruiken in een week. Ziekenhuizen moeten dan zelf aangeven hoeveel ze nodig denken te hebben en daar een bestelling voor plaatsen.

Op dit moment heeft Sanquin nog genoeg bloed op voorraad, maar door vergrijzing, een toenemende vraag en een tekort aan donoren komt deze voorraad onder druk te staan. In buurtlanden is men overgegaan op betaling van de donoren om dit probleem te voorkomen, maar in Nederland zal dat niet zo snel gebeuren. “Sanquin is vooral bang dat mensen gaan liegen over hun medische geschiedenis om toch maar bloed te mogen geven”, vertelt verpleegster Anja. Om mensen toch te stimuleren zijn er cadeautjes die uitgezocht mogen worden bij een bepaald aantal donaties. Daarnaast is er een reiskostenvergoeding, maar het blijft lastig om genoeg donoren aan te trekken.

Wat zou er ondertussen met mijn bloed gebeurd zijn? Op het moment van publicatie van dit artikel zijn mijn bloedplaatjes misschien al aan een hemofiliepatiënt gegeven, waar ze zullen helpen het bloed te laten stollen. Mijn rode bloedcellen hebben misschien iemand geholpen op de eerste hulp, en mijn plasma wordt misschien wel gebruikt voor het testen van nieuwe medicatie. En dat geeft best een goed gevoel.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 oktober 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.