Je leest:

Turkije: op je 38e met pensioen

Turkije: op je 38e met pensioen

Auteur: | 20 mei 2008

Vergrijzing maakt pensioenen moeilijker betaalbaar. Steeds minder mensen werken, terwijl ze voor steeds meer mensen premie moeten betalen. Dit geldt ook voor Turkije. Maar bovenal speelt hier een andere kwestie, namelijk het zwakke Turkse beleid. Want hoe kun je bijvoorbeeld al die pensioenen betalen als mensen op hun 38e met pensioen kunnen?!

In sociale verzekeringsstelsels wordt de meeste premie geheven voor de ouderdomsverzekering. Deze heeft twee hoofddoelstellingen. Ten eerste is het de bedoeling dat mensen een inkomen krijgen dat hen een bepaalde levensstandaard garandeert. En ten tweede wordt een zekere “herverdeling” beoogd, zodat ouderen met een laag inkomen beschermd worden tegen armoede. In Turkije is deze pensioenvoorziening net even een tikkie anders geregeld dan in Nederland. Zo kunnen mensen al zeer vroeg met pensioen, waardoor er maar een korte periode is van premiebetaling tegenover een lange periode van pensionering. Daarnaast is maar een beperkt deel van de bevolking gedekt, waardoor het niet kan meedelen in de pensioenen.

…In Turkije is de pensioenvoorziening net even een tikkie anders geregeld dan in Nederland…

De uitgaven voor ouderdomsverzekeringen worden beïnvloed door veranderingen in de bevolkingsopbouw. Een toename van het percentage ouderen leidt tot meer gepensioneerden, een stijging van de levensverwachting tot een langere periode waarover het pensioen moet worden uitgekeerd. In de afgelopen jaren hebben (vooral in ontwikkelde landen) de economische groei, verbeteringen in de levensomstandigheden, technologische ontwikkelingen in de gezondheidszorg en de vergrijzing geleid tot een reeks hervormingen in het sociale zekerheidsstelsel, waaronder die rond de pensionering.

Bom onder sociale zekerheid

De voornaamste reden voor deze hervormingen is het waarborgen van de financiële duurzaamheid van de sociale zekerheid. Vooral na 1999 is ook in Turkije een groot aantal ingrijpende hervormingen doorgevoerd in de pensioenvoorzieningen. In eerdere jaren had Turkije echter zelf tamelijk unieke problemen gecreëerd, vooral doordat inbreuk werd gemaakt op fundamentele uitgangspunten voor de sociale zekerheid. Ten eerste hebben Turkse regeringen begin jaren ’90 getracht om vooral onder mensen van middelbare leeftijd stemmen te winnen door de introductie van riante pensioenvoorzieningen, zoals de uitzonderlijk lage pensioenleeftijd (43 jaar voor mannen en 38 jaar voor vrouwen).

Dit heeft geleid tot een korte periode van premiebetaling, die niet verenigbaar is met financiële zelfvoorzienendheid. Ten tweede kent het Turkse pensioensysteem belangrijke problemen op het gebied van de dekking en de handhaving. Zo bereikte het sociale zekerheidsstelsel in 2004 89% van de totale bevolking en slechts 58% van de actieve beroepsbevolking (deel dat werkt of wil werken), wat betekent dat bijna de helft van de werkgelegenheid zich in de informele sector bevindt (zwart werk, huishoudelijk werk) en ook niet kan meeprofiteren.

…Turkse regeringen hebben begin jaren ’90 getracht om vooral onder mensen van middelbare leeftijd stemmen te winnen door de introductie van riante pensioenvoorzieningen, zoals de uitzonderlijk lage pensioenleeftijd: 43 jaar voor mannen en 38 jaar voor vrouwen…

De beroepsgeschikte bevolking (alle mensen tussen 15 en 65 jaar) in Turkije ligt relatief hoger ten opzichte van de totale bevolking dan in andere Europese landen. Toch is ook hier de verwachting dat de bevolkingssamenstelling in de toekomst verandert, uitmondend in verdere vergrijzing. In Turkije ligt het percentage van mensen boven de 65 op 8%, terwijl dit in Italië en Nederland op respectievelijk 18 en 14% ligt. Maar let wel: de financiële crisis van sociale verzekeringsstelsels in Turkije is niet eenvoudigweg het gevolg van vergrijzing zoals in veel ontwikkelde landen het geval is. Ze is vooral het gevolg van problemen die voortvloeien uit een gebrek aan adequaat beleid.

Gulheid is het probleem niet

De laatste 10 jaar beginnen sociale verzekeringstekorten bij te dragen aan instabiliteit van de Turkse economie. Als gevolg van eerdergenoemde problemen –pensioenstelsel niet financieel zelfvoorzienend, slechte dekking en handhaving- genereerde het systeem gigantische verliezen, wat tot een enorm tekort heeft geleid voor de Treasury (Schatkist) van de Turkse overheid. De prognose is dat zonder hervormingen het totale tekort van het sociale verzekeringsstelsel uit zal komen op maar liefst 16,8% van het Bruto Nationaal Product (BNP) in 2050. Voornaamste bron van dit tekort is niet zozeer de “gulle” sociale uitgaven maar meer de kenmerken van het systeem. Tabel 1 laat zien dat de sociale uitgaven van de overheid in Turkije nog steeds ver onder de niveaus van EU landen liggen.

Tabel 1: Totale publieke sociale verzekeringsuitgaven als percentage van het BNP (Bron: OECD 2005, Social Expenditures Database (SOCX))

Hoger pensioen dan loon

Hoe verhoudt het niveau van de pensioeninkomens in Turkije zich nu tot de situatie in andere OESO-landen? In “Pensions at a Glance – Public Policies across OECD Countries 2007” worden de programma’s rond het sociale zekerheidspensioen van 30 OESO-landen met elkaar vergeleken. Eén van de criteria om ouderdomssystemen te vergelijken, is de zogeheten vervangingsratio: de verhouding tussen het inkomen van ouderen uit de sociale zekerheid en het inkomen voorafgaand aan de pensionering.

De gemiddelde netto vervangingsratio in de OESO-landen is 70%. Na Griekenland neemt Turkije een tweede positie in en wel met een vervangingsratio van 104% voor een werknemer met een gemiddeld inkomen. Maar ondanks deze hoge ratio is het niveau van het pensioeninkomen in Turkije echter ontoereikend. De meeste gepensioneerden klagen dan ook over hun lage pensioen. Veel gepensioneerden beginnen zelfs een nieuwe baan om aan extra inkomen te komen.

Het pensioen ligt hoger dan het loon voorafgaand aan het pensioen, toch klagen de gepensioneerden. Dit klinkt vreemd in de oren… Er zijn echter verschillende oorzaken voor. De belangrijkste oorzaak is dat het inkomen tijdens de actieve levensfase al laag is. Hierdoor is het pensioeninkomen, ondanks de hoge vervangingsratio, niet voldoende. Daarnaast zijn de premies gebaseerd op het minimumloon en niet op het werkelijk verdiende loon. En bovendien willen mensen niet wachten totdat ze ouder zijn, zodat ze onmiddellijk met pensioen gaan zodra ze aan de minimumeisen voldoen.

Figuur 1: Netto vervangingsratio’s voor gemiddelde inkomens. De landen zijn gerangschikt in volgorde van netto pensioen vervangingsratio van gemiddelde inkomens. (Bron: OECD 2007, Pensions at a glance, Pension Models)

Turkije komt slecht uit de bus…

Naast de vervangingsratio die kijkt hoeveel je aan pensioen ontvangt ten opzichte van het loon voorafgaand aan het pensioen kan de zogenaamde “pensioenwelvaart” gebruikt worden ter vergelijking van pensioeninkomens tussen landen. De pensioenwelvaart geeft de verwachte huidige waarde van álle toekomstige pensioenopbrengsten die een individu ontvangt tijdens zijn resterende levensjaren, gemeten in Amerikaanse dollars. Deze indicator hangt af van het pensioeninkomen, de leeftijd dat een individu met pensioen gaat en de verwachte levensduur.

Vrouwen komen met deze indicator beter uit de bus dan mannen, omdat ze gemiddeld langer leven. Als we kijken naar het OESO gemiddelde, dan hebben mannen een gemiddelde pensioenwelvaart van $ 301.000,- en vrouwen maar liefst $ 360.000,-. Luxemburg is het hoogst genoteerd, direct gevolgd door Nederland en daarna Griekenland. Turkije heeft een gemiddelde van $ 90.000,- voor mannen en $ 105.000,- voor vrouwen, waarmee het land vier-na-de-laatste staat genoteerd.

…maar er is hoop

Toch heeft Turkije belangrijke stappen voorwaarts geboekt met series pensioenhervormingen vanaf 1999. Het hoofddoel van deze hervormingen was om de gemiddelde periode waarin aan het pensioen wordt bijgedragen te verlengen, en de periode dat het pensioen benut kan worden te verkorten door de minimum pensioengerechtigde leeftijd omhoog te gooien. Neem bijvoorbeeld de meest recente hervorming. De overheid stelde een toename in de verplichte pensioenleeftijd voor; tot 65 jaar voor mannen in 2043 en voor vrouwen enigszins later. Hier kwam bij dat de pensioeninkomsten, die al onder het gemiddelde van de OESO landen lagen, verder verlaagd werden.

Esen Erdogan-Çiftçi is promovendus aan de Capaciteitsgroep Toegepaste Economie. Zij is bij de sectie Gezondheidseconomie betrokken bij het project ‘Work, Income and Health across the Life Cycle’ in NETSPAR (Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement). Haar onderzoeksgebieden zijn gezondheidseconometrie, micro-econometrie en economie van de vergrijzing. Esen is in 2001 afgestudeerd aan de afdeling Statistiek van de Middle East Technical University in Ankara (Turkije). In 2003 heeft ze de masterstitel Economie verworven aan de Bilkent University in Ankara. In 2006 heeft ze de titel M.Phil in de Econometrie behaald aan de Universiteit van Tilburg.

Het optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd zal de problemen niet oplossen. De pensioeninkomsten zijn immers al te laag en de levensverwachting in Turkije ligt al onder die van andere Europese landen. Het hoofddoel van de huidige regering is financiële problemen uitschakelen in plaats van de fundamentele problemen omtrent het sociale verzekeringsstelsel oplossen. Zoals we hebben gezien ligt Turkije nog achter op vele OESO landen, zelfs na de hervormingen die vanaf 1999 hebben plaatsgevonden.

Naar mijn mening is de hoogste tijd voor de Turkse overheid zich te richten op toename van de dekking en daarbij het handhavingsprobleem op te lossen. Deze plaatsen een grote last op de schouders van werknemers en werkgevers. Zij zijn immers degenen die op regelmatige basis financieel bijdragen aan het systeem. Het proces van vergrijzing en de mogelijke effecten voor de ouderdomsverzekering in Turkije dient zeer zorgvuldig te worden geregeld. Als de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie in Turkije toenemen, kan de economische groei ondanks de vergrijzing worden bestendigd.

Meer en beter werken

Turkije heeft de mogelijkheid om de arbeidsparticipatie en de productiviteit in de komende jaren aanzienlijk te verhogen. Momenteel is een derde deel van de mannen en een kwart van de vrouwen niet actief op de arbeidsmarkt. Eén vierde deel van de beroepsbevolking is werkzaam in de landbouw, die wordt gekenmerkt door een lage efficiëntie. Bovenstaande, op het eerste gezicht ongunstig beeld kan echter ook als een startpunt worden opgevat. Er dient dan wel op nieuwe terreinen werkgelegenheid te worden gecreëerd en de kwaliteit van de beroepsbevolking moet worden verbeterd.

…Tijdens het vergrijzingsproces bestaat er zeker behoefte aan een adequaat overheidsbeleid om de overheidsuitgaven voor pensioenen op een beheersbaar niveau te houden…

Tijdens het vergrijzingsproces bestaat er zeker behoefte aan een adequaat op de lange termijn gerichte overheidsbeleid. Dit om de naar verwachting snel oplopende overheidsuitgaven voor pensioenen op een beheersbaar niveau te houden. Ik verwacht dat we in de nabije toekomst nog meer positieve resultaten van deze hervormingen zullen zien. Turkije heeft belangrijke stappen gezet met een reeks pensioenhervormingen waardoor de sociale zekerheid opnieuw is gedefinieerd. Daardoor kan de dekking van de sociale zekerheid worden vergroot.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 mei 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.