Naar de content

Trauma's verwerken met een snuifje knuffelhormoon

Flickr/Nicolas Vigier via CC0 1.0

Het ‘knuffelhormoon’ oxytocine laat mensen met posttraumatische stress (PTSS) zich minder angstig voelen, zo blijkt uit het promotieonderzoek van neurowetenschapper Saskia Koch. Ze hoopt dat oxytocine het effect van bestaande therapieën een boost kan geven.

8 september 2016

Politieagenten lopen verhoogd risico op PTSS.

Flickr/Nicolas Vigier via CC0 1.0

Tijdens en vlak na een traumatische gebeurtenis – zoals een auto-ongeluk of seksueel geweld – voelen mensen zich angstig en gestrest. Het is een normale reactie op dreiging. Die gevoelens nemen geleidelijk weer af, maar niet bij iedereen. Bij tien procent mondt het meemaken van een traumatische gebeurtenis uit in een posttraumatische stress-stoornis (PTSS): zij blijven angstig en alert, ook al is de gevaarlijke situatie al lang voorbij.

Neurowetenschapper Saskia Koch onderzocht of het neuropeptide oxytocine hen kan helpen. Er zijn psychologische therapieën en medicijnen tegen PTSS, maar bij een derde van de patiënten helpen die niet genoeg. De promovenda diende neusspray met oxytocine toe aan politie-agenten met PTSS. Ze zag dat het middel angst vermindert en ingrijpt op hersengebieden die verstoord zijn bij posttraumatische stress-stoornis. Koch promoveerde daarop deze week aan de Universiteit van Amsterdam.

Oxytocine

is een neuropeptide dat gemaakt wordt in de hypothalamus en vrijkomt bij aankijken, aanraken, knuffelen en vrijen. Het koppelt sociaal contact aan gevoelens van plezier. Tijdens de bevalling en borstvoeding bevordert oxytocine een hechte band tussen moeder en kind (vandaar de bijnaam ‘knuffelhormoon’). Iedereen maakt het aan bij plezierig contact met anderen.

Schietincidenten

Wat gebeurt er in het brein van iemand met posttraumatische stress? Kort gezegd is er teveel activiteit in, en communicatie tussen, hersengebieden die betrokken zijn bij waakzaamheid en alertheid. Hersengebieden die betrokken zijn bij emotieregulatie en gedachten tijdens rust staan dan juist op een lager pitje. Uit eerder onderzoek bij gezonde mannen wist de Amsterdamse onderzoeksgroep al dat oxytocine de activiteit van de amygdala, een hersenstructuur die helpt bij het detecteren van gevaarlijke situaties, dempt. Met andere woorden: oxytocine remt angst.

“Het doel van mijn onderzoek was om de effecten van oxytocine op het angstcircuit in de hersenen van politieagenten met PTSS te beschrijven”, legt Koch uit. Politieagenten hebben een verhoogd risico op PTSS, omdat ze te maken krijgen met traumatische gebeurtenissen als schietincidenten, overlijdensgevallen, auto-ongelukken en ernstig verwonde slachtoffers.

Emotionele gezichten

De deelnemers, vrouwelijke en mannelijke agenten met PTSS en een controlegroep van agenten die trauma’s meemaakten zonder PTSS te krijgen, gingen twee keer de fMRI-scanner in terwijl ze verschillende taken uitvoerden. Tijdens de ene sessie krijgen ze oxytocine van tevoren en tijdens de andere sessie een nepmiddel (placebo). Zowel de agenten als de onderzoekers wisten niet wie oxytocine kreeg tijdens de eerste scan en wie tijdens de tweede.

Koch liet de deelnemers naar emotionele gezichten kijken om activiteit in de amygdala uit te lokken. “Mensen zijn goed in het detecteren van dreiging aan de hand van gezichtsuitdrukkingen”, legt ze uit. Tegen de verwachting in was de amygdala niet actiever in PTSS-patiënten na het zien van boze en bange gezichten. De activiteit nam in de patiëntengroep wel af na een snuifje oxytocine. Vreemd genoeg was de amygdala na oxytocine juist actiever in de controlegroep (wel trauma, geen PTSS). “Die deelnemers uit de controlegroep hebben van alles meegemaakt, maar hebben geen klachten”, zegt Koch. “Vermoedelijk vormen zij een veerkrachtige groep met een optimale angstregulatie en werkt ocytocine bij hen averechts.”

Mannen versus vrouwen

In een andere taak moesten de deelnemers een rij van zes letters in gedachten houden terwijl ze negatieve plaatjes zagen. Daarna kwam er één letter in beeld waarvan de agenten moesten aangeven of die tot de reeks behoorde. Met een placebo zorgde de afleiding van die geheugentaak bij iedereen voor verminderde activiteit in de amygdala. Behalve bij de mannen met PTSS. Zij hadden in vergelijking met de vrouwen met PTSS moeite hun amygdala te dempen, de geheugentaak leidde hen maar moeilijk af van de negatieve plaatjes. Na oxytocine werden de mannen er beter in: ze reageerden ook positiever op de plaatjes. Oxytocine gaf in vrouwelijke PTSS’ers juist weer meer activiteit in de amygdala.

PTSS-behandelingen stellen patiënten opnieuw bloot aan hun trauma.

Staff Sgt. Shawn Weismiller/USAF

Scherpe randjes

PTSS-behandelingen hebben gemeenschappelijk dat ze patiënten opnieuw blootstellen aan hun trauma, door in een veilige omgeving aan de hand van foto’s en herinneringen de gebeurtenis weer op te rakelen. Daardoor leert het brein: er is niks meer om bang voor te zijn.

Psychotherapie lijkt minder goed te werken bij wie al angstig aan de behandeling begint. En oxytocine heeft angstremmende eigenschappen bij PTSS-patiënten, vond Koch. “We denken dat therapie beter zal aanslaan door vooraf de angst te verminderen. Oxytocine kan de scherpe randjes ervan afhalen.”

Een andere conclusie is dat de effecten van oxytocine per persoon verschillen. Koch: “Bij mannen zijn de resultaten eenduidiger. Het is bekend dat vrouwelijke hormonen oxytocine-afgifte doen stijgen. Het aantal receptoren voor oxytocine en de gevoeligheid ervan zijn ook niet voor iedereen gelijk.” Verder denkt Koch dat de neusspray alleen werkt in een bepaalde dosis: te weinig werkt niet, te veel werkt averechts. Wat veel of weinig is, kan per persoon verschillen. Welke patiënten in welke situatie baat hebben bij de neusspray moeten toekomstige klinische studies uitwijzen.

Saskia Koch promoveerde 8 september 2016 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift ‘Boosting oxytocin after trauma. Effects of oxytocin on fear neurocircuitry in patients with post-traumatic stress disorder.’

ReactiesReageer