Naar de content

Thanksgiving een Nederlandse erfenis?

De Engelse Pilgrim Fathers, vervolgd vanwege hun geloof, streken in 1609 neer in Leiden. Hier kwamen ze in contact met een andere cultuur en vernieuwende ideeën. Na een elfjarig verblijf gingen de Pilgrims weer op weg. Ze voeren naar Amerika en stichtten de eerste vaste kolonie. Hun Nederlandse periode is nog steeds van invloed op de Amerikaanse samenleving. Bijvoorbeeld met de feestdag Thanksgiving.

20 november 2012

De viering van Thanksgiving, op de vierde donderdag van november, is erg belangrijk voor Amerikanen. Soms zelfs belangrijker dan de viering van kerst. De essentie van deze nationale feestdag is het bij elkaar komen, met de hele familie een feestelijke maaltijd delen en dankbaar zijn voor de goede dingen in het leven. Nederlanders kennen de beelden van Amerikaanse families die samen enorme kalkoenen verschalken vooral uit films. Een andere traditie is het opvoeren van toneelstukjes op school door Amerikaanse kinderen. Verkleed als de Pilgrim Fathers beelden ze de eerste viering van Thanksgiving uit waarbij de indianen voedsel delen met de nieuwe kolonisten. De Pilgrims, die zijn uitgegroeid tot de mythische stamvaders van de Amerikanen, zijn inderdaad begonnen met dit feest. De viering van het feest hadden ze alleen niet meegenomen vanuit Engeland, hun vaderland.

Vlucht naar tolerant Holland

De wortels van de Pilgrim Fathers liggen in Engeland. In de 16e eeuw ontstonden daar verschillende puriteinse protestantse groeperingen. Ze vonden dat de Anglicaanse Kerk de Reformatie niet ver genoeg had doorgevoerd en wilden zich als autonome gemeenschap afscheiden. De Engelse koning Jacobus I opende na zijn troonsbestijging in 1603 een ware klopjacht op de Puriteinen. De koning wilde als hoofd van de Anglicaanse Kerk helemaal niets weten van een afscheiding. Het gevolg was discriminatie, beperkende maatregelen en vervolging. Het vinden van werk werd moeilijk, reizen mocht niet zonder toestemming en onterechte beschuldiging van allerlei misdrijven kwam veel voor. Een groep Puriteinen uit Scrooby in Nothingham besloot in 1608 om dit onderdrukkende regime te ontvluchten. Deze mensen, die later de Pilgrim Fathers genoemd zouden worden, vertrokken heimelijk naar Amsterdam.

De Nederlandse gebieden waren sinds 1568 in oorlog tegen de Spaanse koning Philips II, onder andere vanwege religieuze onderdrukking. In 1608 hadden de twee vechtende partijen een wapenstilstand van 12 jaar gesloten. Op het moment dat de Engelse Puriteinen op de boot stapten, is het dus betrekkelijk rustig in de Nederlanden. De tolerantie ten opzichte van religie en de snelgroeiende welvaart maakte het land tot de perfecte plek om neer te strijken. De religieuze leider van de groep, dominee John Robinson, liet zijn oog vallen op Leiden – de tweede stad van de Nederlanden met een bloeiende textielindustrie.

In deze lakenstad werden allerlei soorten stoffen gemaakt waarvoor een enorme hoeveelheid wol gekamd, geverfd en geweven moest worden. Het meeste werk was slecht betaald aangezien daar alleen spierkracht voor nodig was en geen kennis. De meeste Puriteinen waren van huis uit landarbeiders en niet te moeilijk werk was precies wat ze nodig hadden. Dominee Robinson vroeg in een brief aan het stadsbestuur om toestemming om met zijn mensen in Leiden te mogen wonen. Dit was niet verplicht maar bij een akkoord van het stadsbestuur waren de toekomstige wezen verzekerd van een plek in het weeshuis in plaats van een enkeltje Engeland. Het stadsbestuur antwoordde positief.

Bewerking van wol door Isaac Claesz. van Swanenburg (Leiden, 1537–1614)

wikicommons

Ongewenste integratie

Eenmaal in Leiden moesten de vluchtelingen, die zichzelf Pilgrims noemden, zich zien aan te passen in een vreemd land, met een vreemde taal en onderbetaald werk. De stad barstte op dat moment uit zijn voegen en hele gezinnen propten zich in huurhuisjes van één of twee kamers. De vluchtelingen waren arm maar ze waren in ieder geval veilig voor vervolging.

In hun Leidse jaren probeerden ze een hechte groep te blijven: als trouwe Engelse onderdanen, ondanks de vervolgingen in hun eigen land, hoopten ze ooit als gemeenschap hun geloof te kunnen belijden op Engels grondgebied. Maar het Engelse moederland bleef vijandig tegenover de Pilgrims en de Engelse koloniën in Amerika vormden een andere optie. Leiden was vanaf het begin slechts een tussenstop. De Puriteinen probeerden contacten buiten de groep daarom zoveel mogelijk te vermijden en ze trouwden voornamelijk onderling.

Maar het onvermijdelijke gebeurde toch in de loop van de tijd. De tweede generatie integreerde en hun ouders zagen dit met lede ogen aan. Hoe meer Leids de kinderen zouden worden, hoe groter de kans dat ze niet meer zouden willen vertrekken. De kinderen spraken de taal en gingen zich ook steeds meer als Nederlanders gedragen. Dat betekende op zondagochtend naar de kerk maar daarna de hort op. Naar de kermis, spelletjes doen, dansen, naar de kroeg, enzovoort.

In de ogen van de strenge Pilgrims was dit verschrikkelijk. De zondag was de dag om God te vereren met vanaf acht uur ‘s ochtends een kerkdienst voor het hele gezin. Tot twaalf uur baden de leden gezamenlijk, luisterden ze naar de preek van dominee Robinson en zongen ze. Dit laatste zonder begeleidende muziek want de Bijbel sprak niet over een orgel. In de middag kwamen de mannen opnieuw bijeen om samen maar ook met buitenstaanders te discussiëren over de inhoud van de bijbel. De Pilgrims dachten geenszins dat hun eigen geloof beter was dan andere religies.

Feestend gezelschap in een stad door Adriaen Matham, 1620

Rijksmuseum Amsterdam

Het gedrag van hun kinderen, een beetje feesten en drinken op zondag, was absoluut taboe. Maar pubers waren ook pubers in de 17e eeuw. Zij gingen met hun Nederlandse vrienden uit, kregen Nederlandse partners of ze kozen voor de zondige maar beter betaalde beroepen van soldaat en koopman. Maar niet alleen de angst voor het losslaan van de jeugd en daardoor het uiteenvallen van de gemeenschap zat de Pilgrims dwars. Ook de religieus getinte rellen tijdens de Bestandstwisten en de dreigende oorlog speelden mee.

Het Twaalfjarig Bestand met Spanje zou in 1621 aflopen. De voorbereidingen voor nieuwe veldslagen waren in volle gang en de doffe slagen van de oorlogstrommels klonken angstaanjagend door de straten. Voor de wapenstilstand hadden de Spanjaarden flink huisgehouden en steden als Naarden en Zutphen geplunderd en half uitgemoord. Amerika leek, ondanks de verhalen over bloeddorstige wilden en erbarmelijke omstandigheden, niet veel gevaarlijker.

Het archief vertelt: religieuze rellen
In de Leidse archieven kruisen de levens van sommige Pilgrims de verslaggeving in officiële documenten. Zo ook de gebeurtenissen op zondag 28 april 1619. De 63-jarige Pilgrim James Chilton loopt met zijn dochter naar huis als hij ineens geschreeuw hoort. Vader en dochter worden omsingeld door een paar opgeschoten jongens die hen met grote stenen bekogelen. De geschrokken Chilton voelt plotseling een doffe dreun op zijn hoofd en zakt dan in elkaar. Deze aanval op Chilton stond niet op zichzelf. Het was op dat moment erg onrustig in de Nederlanden. Twee protestantse groepen, de Arminianen en Gomaristen, hadden verschillende ideeën over het geloof en de aanhangers stonden loodrecht tegenover elkaar.

De spanning was voelbaar in alle randen en standen, want religie was voor iedereen een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Buren maakten ruzie, families vielen uiteen en op straat werd gereld. Chilton had op zich niets met deze godsdienststrijd te maken als lid van de Engelse Puriteinen. De hevige, in Leiden begonnen, rellen en spanningen die de verschillen in opvattingen veroorzaakten, was echter een van de redenen voor de Pilgrims om uit Leiden te vertrekken.

Arminianen vechten tegen de Gomaristen in Leiden (Breestraat in 1618)

Regionaal Archief Leiden

De legendarische reis naar Amerika

Tijd om te gaan, maar in Engeland waren de Pilgrims nog steeds niet welkom. De Engelse koloniën in Amerika daarentegen zaten vanwege de hoge sterftecijfers te springen om nieuwe migranten. Hun religieuze achtergrond was daar een stuk minder problematisch en de kans op vervolging was nihil. De Pilgrims die durfden, gezond waren en geld hadden voor de dure reis pakten hun spullen. Na een laatste gezamenlijke maaltijd in het huis van dominee Robinson vertrokken de Pilgrims op 21 juli 1620 naar Delfshaven, waar het scheepje Speedwell voor hen klaar lag. Achterblijvende familieleden en vrienden namen hartverscheurend afscheid en de reizigers voeren richting Engeland waar de grotere Mayflower op hen wachtte.

De Leidenaren gingen hier met 48 onbekende Engelse Puriteinen aan boord en zouden zij de nieuwe kolonie gaan bevolken. De Mayflower voer op 6 september 1620 uit, met 57 Leidenaren aan boord. De moeizame reis duurde ruim twee maanden en op 9 november spotten de reizigers voor het eerst land. Na weken lang verkenningstochten te hebben gemaakt, stuitten de Pilgrims op 11 december op een mooie plek in New England. Ze noemden hun nieuwe kolonie Plymouth Colony. De kolonie zou de eerste van Amerika worden die constant bewoond zou blijven.

Maar de vreugde verging de Pilgrims snel. Ze waren namelijk midden in de winter aangekomen en ze konden weinig voedsel vinden. Vanwege de strenge vorst en sneeuwval was het onmogelijk om huizen te bouwen. Met name de zwakkere en jonge reizigers konden deze omstandigheden niet aan en de helft van de passagiers en bemanningsleden stierf. De hulp van de Wampanoag-indianen zorgde voor een ommekeer. Zij brachten voedsel en gebruiksvoorwerpen en lieten de Pilgrims zien welke gewassen ze konden verbouwen en waar de vis te vinden was.

De overlevenden

Van de ruim 100 passagiers en bemanningsleden op de Mayflower, stierf de helft voor de eerste viering van Thanksgiving in 1621. Van de 57 Leidse passagiers en hun, tijdens de reis geboren, baby’s stierven er 34. Ook James Chilton, de man die de aanslag in Leiden overleefde, haalde de lente niet. Hele families overleden aan ziektes zoals schurft, het tekort aan voedsel en de bittere kou. Na de winter bleken zes van de 21 kinderen te zijn overleden en zes waren wees geworden. Van de 12 vrouwelijke passagiers overleefden er slechts twee de eerste harde maanden. Van de 26 mannen werden in het voorjaar 17 doden betreurd. Slechts twee gezinnen bleven compleet.

The Pilgrims die als passagiers meevoeren op de Mayflower. Alleen de zwarte figuren wisten de eerste Thanksgiving in 1621 te overleven.

Pilgrim Hall Museum

Na de Mayflower zouden nog zes schepen volgen. Het laatste schip arriveerde in 1630 en in totaal verhuisden minimaal 125 Leidse Pilgrims naar de nieuwe kolonie. De achterblijvers zouden opgaan in de Leidse bevolking en zich aansluiten bij andere kerken. Zo ook de weduwe van dominee Robinson. Haar man stierf onverwachts in 1625 zonder de nieuwe kolonie ooit aanschouwd te hebben.

Hollandse invloed

Uiteindelijk hebben de Pilgrims slechts een decennium in de Nederlanden gewoond, maar deze korte tijd heeft toch zijn invloed gehad op de vorming van de kolonie en zelfs op de Amerikaanse samenleving. De tolerantie ten opzichte van verschillende geloven was groot in de jonge Republiek, zeker in vergelijking met de rest van Europa. Dit sprak de Pilgrims erg aan en van alle religieuze groeperingen die in Amerika neerstreken, stelden zij zich het meest tolerant op. Het vervolgen van Quakers en heksen kwam bij hen niet voor.

Praktische Hollandse innovaties, bijvoorbeeld in de constructie van huizen en meubelen, kwamen goed van pas in Plymouth Colony. Ook wilden de Pilgrims een scheiding van godsdienst en staat en namen daarom het principe van het Hollandse burgerlijk huwelijk over. De democratische verkiezing van hun stedelijk bestuur was naar voorbeeld van de Leidse buurtschappen en Thanksgiving gaven ze vorm naar de viering van Leidens Ontzet.

De meningen over de invloed op Thanksgiving zijn verdeeld. De viering zou eerder een voortzetting zijn van de heidense oogstfeesten en dankdagen, zoals die in de vroegmoderne tijd al werden gevierd in Europa. De Amerikaanse historicus en Pilgrim Fathers-expert Jeremy Bangs is het daar niet mee eens. Hij heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar de religieuze vluchtelingen, zowel in de Leidse archieven als in Plymouth. Volgens hem is de vormgeving van de feestdag wel degelijk een kopie van de Leidse viering. De gehouden kerkdienst, met het gebruik van vertaalde Nederlandse liederen, en vervolgens de gezamenlijke maaltijd: dit zijn elementen van de Drieoktoberviering die de Pilgrims meenamen uit Leiden en introduceerden in Amerika.

Daarnaast zouden de diepgelovigen geen puur heidens feest vieren volgens Bangs. Zij voegden de Christelijke elementen van de Leidse viering toe aan de Dankdag voor het gewas. En de kalkoen? Uit dagboekfragmenten van de Pilgrims blijkt hoe ze ontdekten dat deze beesten in het wild rondliepen in de buurt van Plymouth Colony. In de week van de eerste Thanksgiving van 1621 kregen ze er een paar te pakken die feestelijk zijn bereid. Een smakelijk begin van een traditie die nu niet meer is weg te denken uit de Amerikaanse cultuur.

Pilgrim Press

De persvrijheid was relatief groot in de Republiek en censuur kwam aanzienlijk minder voor dan in andere landen. Drukkers moesten wel hun naam en adres op de boeken of pamfletten zetten, zodat ze konden worden aangesproken op het drukken van verboden of ongewenst werk. Hier werden echter regelmatig valse gegevens voor gebruikt. De Pilgrim William Brewster begon in Leiden een drukkerij. Boeken die in Engeland verboden waren, werden naar Leiden gesmokkeld en door hem gedrukt. Brewster wilde door middel van deze werken het theologische debat versterken en lezers bekeren. Dit ging gedurende ongeveer 20 verschillende werken goed totdat hij in 1618 het boek Perth Assembly van de Schotse schrijver David Calderwood drukte. Dit boek was een directe aanval op de Engelse koning Jacobus I en diens beleid om de Schotse Presbyteriaanse kerk de hiërarchie van de Engelse bisschoppen op te leggen. De koning was absoluut niet blij met dit populaire boek en startte een zoektocht naar schrijver en drukker. Al snel werd duidelijk dat Brewster iets met het boek te maken had: de Leidse autoriteiten vonden bewijsmateriaal in zijn huis. De kwaaie koning stuurde persoonlijk zijn ambassadeur naar Leiden om het stadsbestuur de les te lezen. Zij hadden ondertussen de opgepakte Brewster alweer ‘per ongeluk’ vrijgelaten. De drukker dook onder en zou in Plymouth weer opduiken waar hij het religieus leiderschap op zich zou nemen.

Locatie vroegere Pilgrim Press aan de Stinksteeg in Leiden, inclusief plakkaat.

Mique
Bronnen:
  • J. Bangs, Strangers and pilgrims, travellers and sojourners (Plymouth 2009)
  • J. Kardux, E. van de Bilt, Newcomers in an old city. The American Pilgrims in Leiden 1609-1620 (leiden 1998)
  • S.E. Morison, Of Plymouth Plantation 1620-1647 by William Bradford (New York 2006)

Lees meer over de Gouden Eeuw op Kennislink:

- Meer over de strijd tussen de Arminianen en Gomaristen: Maurits en de Bestandstwisten