27 september 2019

“Op 25 september kwam het klimaatpanel IPCC van de Verenigde Naties met een speciaal rapport over de invloed van de klimaatverandering op de gletsjers, het poolijs en de oceanen. Intussen werkt Aimée Slangen van het NIOZ op Zeeland rustig door aan het zesde reguliere IPCC-rapport, dat in 2021 zal verschijnen. In juni interviewde ik haar over de zeespiegelstijging, die deze week extra in de belangstelling staat.”

Je leest:

‘Terwijl het zeeniveau stijgt, zakt het land omlaag’

‘Terwijl het zeeniveau stijgt, zakt het land omlaag’

Interview met zeespiegelexpert Aimée Slangen

Auteur: | 27 september 2019

Het zeeniveau stijgt met 3,6 millimeter per jaar. Maar hoe weten we dat, en is het eigenlijk erg? Een interview met zeespiegelexpert Aimée Slangen.

Aan de kust van Yerseke in Zeeland, waar het verschil tussen hoog en laag water tot vier meter kan oplopen, staat een onderzoeksgebouw van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Hier schrijft zeespiegelexpert Aimée Slangen haar bijdrage aan het nieuwe rapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change, zie onderaan), het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Ze is een van de hoofdauteurs van het hoofdstuk over de stijging van het zeeniveau – die op het moment gemiddeld 3,6 millimeter per jaar bedraagt.

Dit artikel verscheen eerder (in iets uitgebreidere vorm) in de Geo.brief, een uitgave van het KNGMG.

Aimée Slangen studeerde ‘Bodem, Water en Atmosfeer’ aan de WUR in Wageningen, met als specialisatie meteorologie en klimaat. Daarna deed ze promotieonderzoek aan regionale zeespiegelmodellering bij het IMAU in Utrecht, was drie jaar Postdoc bij het CSIRO in Tasmanië, en deed in Engeland nog een eenjarige klus voor het IMAU. Sinds januari 2017 werkt ze als Tenure Track-onderzoeker bij het NIOZ.
Aimée Slangen

Een zeespiegelstijging van 3,6 millimeter per jaar. Hoe meet je dat, in een zee die continu in beweging is?

“Dat is inderdaad behoorlijk lastig. Er zijn golven, er zijn getijden, en ook het weer heeft invloed op de zeespiegel. Alleen als je lange meetreeksen hebt kan je een betrouwbaar gemiddelde berekenen. Maar die hebben we dan ook. Satellieten die rond de aarde cirkelen meten elke tien dagen de zeespiegel overal ter wereld, op de centimeter nauwkeurig. Daarin zien we het gemiddelde in de loop der jaren stijgen.”

“De oorzaken kennen we, dat zijn de smeltende gletsjers en ijskappen, de opwarming van de oceaan die daardoor uitzet, en water dat vanaf land de zee in stroomt. We onttrekken veel grondwater aan de bodem, en een deel daarvan belandt uiteindelijk in de oceaan.”

Met 3,6 millimeter per jaar kom je uit op 36 centimeter per eeuw. Dat is toch te overzien?

“Ja, maar dan zie je enkele dingen over het hoofd. Ten eerste neemt de snelheid toe. Het IPCC schat dat we in het jaar 2100 op veertig tot tachtig centimeter zitten, en we realiseren ons steeds meer dat dit waarschijnlijk een conservatieve schatting is. Het ijs op Antarctica smelt namelijk sneller dan verwacht. De prognose is dat dit tussen dertig en honderd centimeter extra zeespiegelstijging oplevert. Zelf vermoed ik dat het ongeveer een halve meter extra wordt.”

“En de tijd tikt na het jaar 2100 gewoon door, hè? Halverwege de twintigste eeuw leek dat jaartal nog ver weg, het was een soort stip op de horizon. Maar over tachtig jaar is het al zo ver. Er zitten allerlei vertragingen in de invloed van de opwarming op de zeespiegelstijging. Smelten van ijs is bijvoorbeeld een proces dat tijd kost, en de oceaan is diep en warmt daardoor maar langzaam op. De meeste voorspellingen stoppen in het jaar 2100, maar wat gebeurt er daarna? Als ál het ijs verdwijnt, is dat goed voor een zeespiegelstijging van zestig meter, al zal dat niet op menselijke tijdschaal gebeuren.”

“Ten tweede zijn er grote regionale verschillen. Op sommige plekken stijgt het zeeniveau nu al een centimeter per jaar.”

Uitgelicht door de redactie

Astronomie
Nobelprijs natuurkunde voor kosmologie en exoplaneten

Scheikunde
Nobelprijs scheikunde voor uitvinders lithium-ion-batterij

Geesteswetenschappen
Nobelprijs voor Literatuur ‘een behoudende keuze’

Hoe kan dat?

“De zeespiegel is geen watervlakte maar eerder een heuvellandschap. Zo trekken ijskappen water aan. Als het ijs op Antarctica wegsmelt, wordt het water dus minder sterk naar de Zuidpool getrokken. Dan zal de gemiddelde zeespiegel stijgen, maar kan hij rond Antarctica zelfs dalen. Ook de wind, de oceaanstroming, en regionale verschillen in opwarming van de oceaan en de zwaartekracht spelen een rol. New York heeft bijvoorbeeld een groot probleem. Dat ligt op een afstand van de ijskappen waar het effect maximaal is, en de opwarming is er ook bovengemiddeld, waardoor het water extra uitzet.”

“Het belangrijkste probleem is overigens niet dat de gemiddelde zeespiegel stijgt, maar dat we hierdoor vaker te maken gaan krijgen met extreem hoog water. Bijvoorbeeld bij springtij, storm, of een combinatie daarvan. De zeespiegel is het basisniveau. Nu dat omhoog gaat neemt de kans op overstromingen toe. En dat terwijl de meeste mensen op aarde in kustgebieden wonen.”

“Ik heb meegewerkt aan een onderzoek van de universiteit van Florida, waaruit blijkt dat wereldwijd veel kusten na het jaar 2050 tot vijftig keer vaker met extreem hoog water te maken krijgen. Dat gaat ook in Nederland spelen. De Oosterscheldekering gaat nu één keer per jaar dicht. Als dat vijftig keer vaker wordt, zit je op een keer per week…”

Iets anders dan: kunnen we in 2100 nog wadlopen?

“Ha, ja, dat is inderdaad iets heel anders. De Waddenzee is een zichzelf onderhoudend systeem, dat goed met zeespiegelvariaties kan omgaan. Als er maar genoeg zand wordt aangevoerd, groeit het gewoon met de zeespiegelstijging mee. Maar er komt een moment dat de bodemdaling en zeespiegelstijging samen zo snel gaan dat de zandaanvoer het niet meer bij kan houden. Die grens ligt volgens modellen bij een zeespiegelstijging rond de zeven millimeter per jaar, op sommige plekken tenminste. Bij het meest ongunstige IPCC-scenario voor de opwarming van de aarde, zal in het jaar 2100 naar schatting zo’n 38 procent van de Waddenzee ‘verdronken’ zijn.”

Hoe word je zeespiegelexpert? Droom je daarvan, als kind?

“Nee, ik niet tenminste. Ik had altijd belangstelling voor wat er om me heen gebeurde, en ben er in de loop der tijd ingerold. Ik ben in Wageningen ‘Bodem, Water en Atmosfeer’ gaan studeren, omdat dat lekker breed en veelzijdig was. We gingen op de fiets op excursie in de omgeving, en keken naar landschappen maar ook naar de wolken. Ik heb zelfs nog als weervrouw bij het KNMI gesolliciteerd! Of ik het geworden zou zijn weet ik niet, want er kwam iets voorbij dat me leuker leek en ik heb de sollicitatieprocedure afgebroken.”

Aimée Slangen: “We zien dat de gemiddelde zeespiegelstijging steeds sneller gaat.”
Aimée Slangen

Vorig jaar ben je moeder geworden. Maak je je wel eens zorgen over de opwarmende wereld waarin je kind moet opgroeien?

“In elk geval denk ik dat ik mijn steentje bijdraag aan een oplossing, door onderzoek te doen en aan IPCC-rapporten mee te schrijven. Anderen zullen met de resultaten beleid moeten maken. En ja, ik denk dat we ons moeten realiseren dat er een probleem is, maar ik lig er niet wakker van of zo.”

“In Nederland is de kustbescherming prima op orde. Wel zullen wel keuzes moeten gaan maken, want terwijl het zeeniveau stijgt, zakt het land omlaag. En het economische hart van Nederland ligt ook nog eens in een van de kwetsbaarste delen van het land. Willen we straks in een badkuip wonen? Of moeten we verhuizen? Dat gaat de vraag worden, in Nederland.”

Wat is het IPCC?

Het Intergovernmental Panel on Climate Change is een organisatie van de Verenigde Naties, die in het leven is geroepen om de meest recente wetenschappelijke bevindingen over klimaatverandering bij te houden en te beoordelen, en de implicaties en risico’s te evalueren. Het panel bestaat uit honderden experts van over de hele wereld. Het panel brengt ongeveer eens per 6 jaar een ‘regulier’ overzichtsrapport uit, en daar tussendoor vaak nog extra rapporten gericht op deelonderwerpen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 september 2019

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.