Je leest:

Stuwt onze warmteproductie de temperatuur op aarde omhoog?

Stuwt onze warmteproductie de temperatuur op aarde omhoog?

De mens – met zijn auto’s, kachels, fabrieken en terrasverwarmers – stoot niet alleen broeikasgassen uit, maar ook warmte. Gaat de temperatuur van de atmosfeer doordoor niet nóg sneller omhoog?

Al decennia lang wordt het steeds warmer op aarde. De belangrijkste oorzaak kunnen we intussen allemaal wel opdreunen: doordat de mens fossiele brandstoffen opstookt neemt de concentratie CO2 in de atmosfeer toe, en dat is een broeikasgas dat de warmte vasthoudt.

Maar de hitte die vrijkomt bij al dat gestook, heeft die zelf eigenlijk geen invloed? Drijven we de temperatuur niet nog eens extra op met de warmte die we produceren, met onze vuurtjes, kachels en terrasverwarmers? Dat vroeg Roel van Elsas uit Kortenhoef zich af.

Het korte antwoord op deze vraag is: jazeker. De warmte die onze fabrieken, motoren, en verwarmingen produceren komt uiteindelijk in de atmosfeer terecht, en daardoor gaat de temperatuur omhoog. In 2004 al schreef een groep klimaatwetenschappers in het vakblad Geophysical Research Letters dat dit effect in het Roergebied in Duitsland een temperatuurstijging van 0,15 tot 0,5 graden Celcius veroorzaakte. En die conclusie houdt nog altijd stand, vertelt Klaus Keuler, klimaatwetenschapper bij de Brandenburgische Technische Universität in Cottbus (Duitsland), die aan het onderzoek van destijds meewerkte.

In de stad is het vaak zelfs enkele graden warmer dan op het platteland. Dat komt vooral door het gebrek aan wind en aan verkoelende begroeiing en de aanwezigheid van warmteabsorberend asfalt en stenen gebouwen. Maar ook de warmte die we produceren speelt daarbij een rol.

Op wereldschaal

Als we naar de wereldwijde opwarming van de aarde kijken, is het effect van de warmte die we uitstoten echter zo goed als verwaarloosbaar, zegt Keuler. “De tempertuurstijging door het broeikaseffect is ongeveer honderd keer groter.”

In 2015 verbruikten we ongeveer 600 exajoule aan energie, weet Keuler: dat is 600 keer 1018 joule (een zes met twintig nullen). “Zelfs als dat allemaal zou zijn omgezet in warmte – hetgeen niet zo is – dan zou dit een gemiddelde extra warmtestroom van 0,037 watt per vierkante meter hebben opgeleverd”, rekent hij voor. Dat is ongeveer één procent van de totale stralingsforcering veroorzaakt door de broeikasgassen. De stralingsforcering is de energie die overblijft als je de straling die de aarde uitzendt naar de ruimte aftrekt van de invallende zonnestraling, en die toeneemt als er meer broeikasgassen in de lucht komen.

Op wereldschaal stelt de warmte die we produceren al met al dus niet veel voor. Maar plaatselijk kan het effect, vooral in combinatie met gebrek aan wind en vegetatie, oplopen tot een paar graden Celcius.

Bron

  • Block e.a., Impacts of anthropogenic heat on regional climate patterns, Geophysical Research Letters 31 (2004), doi:10.1029/2004GL019852
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 april 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE