Naar de content
Faces of Science
Faces of Science

Spoorloos

De zoektocht naar mijn opa’s proefschrift

privearchief Fransje Molenaar

Mijn opa is overleden lang voordat ik geboren werd. Ik weet daarom weinig tot niets over zijn leven. Onlangs kreeg ik een in memoriam onder ogen, waarin ik tot mijn stomme verbazing las dat mijn opa ook gepromoveerd is. Ik begon een speurtocht naar zijn academische nalatenschap.

20 januari 2016

Het proefschrift

Volgens het in memoriam is mijn opa in 1930 aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd in de wis- en natuurkunde. Ik besluit op zoek te gaan naar zijn proefschrift in de hoop dat ik dat in één of ander archief nog boven water kan toveren.

Op hoop van zegen open ik de online catalogus van mijn eigen universiteit en voer zijn naam in. In de 15 jaar dat ik bij de Universiteit Leiden rondloop ben ik nog nooit op dat idee gekomen.

Stom, want het enige resultaat dat de zoekmachine tevoorschijn tovert is gelijk een voltreffer: Eindige substitutiegroepen, toepassing in de quantatheorie. Het proefschrift van mijn opa. Ik vraag het aan en nog dezelfde middag levert de bibliotheekservice het af op mijn faculteit.

En zo leer ik geheel onverwachts, in de maand dat ik de laatste hand leg aan mijn eigen proefschrift, dat ik met mijn academisch werk in het voetspoor treed van de opa die ik nooit gekend heb.

Het boek

Missie één is geslaagd. Zou het mogelijk zijn om ook ander werk van mijn opa te vinden? Het in memoriam meldt dat hij na zijn promotie leraar werd aan de zeevaartschool op Terschelling en dat hij daar een leerboek voor werktuigkunde schreef. Dat zou leuk zijn om te laten zien aan mijn broers: de één is afgestudeerd werktuigbouwkundige en de ander werkt als eerste stuurman op een baggerschip.

Na zijn promotie aan de Universiteit van Amsterdam vertrok de opa van Fransje Molenaar naar Terschelling. Daar werd hij leraar aan de zeevaartschool en schreef een leerboek voor werktuigbouwkunde.

Gerben van Heijningen

Helaas laat de collectie van de universiteit Leiden me dit keer in de steek. Ik besluit daarom een groter net uit te werpen en log in op de Nederlandse Centrale Catalogus. Hier kun je de boeken van meer dan 400 Nederlandse bibliotheken vinden.

Ook dit keer is het raak. Het Leerboek der werktuigkunde voor het nijverheidsonderwijs: met 300 vraagstukken staat in bibliotheken in Amsterdam en Middelburg op de plank. Voor €6,50 kan ik het boek aanvragen zodat het de komende week op mijn faculteit wordt afgeleverd. Dat is makkelijker en goedkoper dan een treinritje op en neer naar Amsterdam.

De artikelen

Ik heb de smaak te pakken en besluit na te gaan of mijn opa’s werk ook een wetenschappelijke impact heeft gehad. De makkelijkste manier om dat te doen is door zijn proefschrift op te zoeken in Google Scholar: Google’s academische zoekmachine. Google Scholar geeft namelijk weer hoe vaak, en door wie, academisch werk geciteerd is. Zo kom ik erachter dat ene Daniel Edwin Rutherford naar mijn grootvader verwijst in zijn boek Substitutional Analysis. En laat dat boek nu ook nog eens doorzoekbaar zijn in Google Books.

Google Books

Naast een verwijzing naar zijn proefschrift, vind ik zo ook verwijzingen naar een aantal artikelen in een tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Ik surf opnieuw naar de catalogus van de Universiteit Leiden om te kijken of we dit tijdschrift hebben liggen en zo ja, of de edities van de universiteit teruggaan tot 1946. Dat blijkt zo te zijn, maar alleen in papieren vorm, die ingezien kan worden op de faculteit Wiskunde.

Dat betekent dat ik door de regen moet gaan fietsen en daar heb ik geen zin in. Gelukkig heeft de KNAW zelf al haar uitgaven gedigitaliseerd in een digitale bibliotheek. Die is doorzoekbaar op naam van de auteur, wat me helpt om zelfs nog meer artikelen van mijn opa te vinden dan die ik al had getraceerd.

Met een simpele druk op de knop laat ik de printer rollen en sta ik met een stapel vol onbegrijpelijke formules in mijn handen. Leuk voor mijn vader, die vaak voor de lol wiskundige boeken leest.

Het meesterwerk

Het nauwgezette academische systeem van verwijzen en documenteren werpt tot nu toe zijn vruchten af. In slechts een kwartier tijd heb ik een groot deel van het werk van mijn grootvader verzameld zonder mijn bureau ook maar te hoeven verlaten. Ik slaag er echter niet in om het meest belangrijke deel van zijn oeuvre op te sporen. Zijn in memoriam vermeldt:

Doetinchem, waar de opa van Fransje Molenaar in 1938 woonde.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [CC BY-SA 3.0 nl] via Wikimedia Commons

In 1938 verhuisde hij naar Doetinchem waar hij als leraar wiskunde was verbonden aan het gymnasium. Daar werkte hij aan een boek over een wiskundig onderwerp; hij beschouwde dat eigenlijk als zijn levenswerk. Tijdens de laatste oorlogsdagen werden alle manuscripten vernietigd bij een bombardement. Zij lagen opgeborgen in de kelder van het hotel waarin hij woonde. Hijzelf was toen ondergedoken in Friesland. De vernietiging van zijn hoofdwerk heeft er veel toe bijgedragen dat hij besloot zich te heroriënteren en andere horizonten te verkennen. Hij ging geneeskunde studeren. In 1953 werd hij arts.

Tegen zulk oorlogsgeweld is zelfs de academische nauwgezetheid niet opgewassen. En een academische carrière blijkbaar ook niet. Het in memoriam en de daaropvolgende speurtocht heeft zo een dubbele functie gehad. Ik heb het gevoel dat ik mijn onbekende opa decennia na zijn dood wat beter heb leren kennen via zijn academisch werk. En in navolging van een wijze levensles maak ik als de wiedeweerga een extra back-up van mijn proefschrift ;)

ReactiesReageer