Je leest:

Speuren naar de bakermat van taal

Speuren naar de bakermat van taal

Recensie De oorsprong van taal – Sverker Johansson

Auteur: | 9 juli 2020

Lange tijd was onderzoek naar het ontstaan van taal een faux pas. Pure speculatie waar gerespecteerde onderzoekers hun vingers niet aan brandden. Sverker Johansson laat in De oorsprong van taal zien dat deze tijden inmiddels – terecht – achter ons liggen.

Een CERN-natuurkundige die een van de grootste vraagstukken uit de taalwetenschap oplost. Ik was op z’n zachtst gezegd wat sceptisch toen ik het boek De oorsprong van taal van de Zweed Sverker Johansson onder ogen kreeg. Dat werd er niet minder op toen bleek dat Johansson ook nog eens wereldwijd de meeste Wikipedia-pagina’s heeft geschreven – met een bot weliswaar, maar toch. Ik was dan ook blij verrast hoe grondig en overtuigend zijn boek vervolgens bleek te zijn.

Ban op onderzoek

Het ontstaan van taal is al eeuwenlang een fascinerend mysterie voor grote denkers. De oude Grieken braken zich er al het hoofd over en ook in de achttiende eeuw, de tijd van de Verlichting, speculeerden filosofen er lustig op los. Begon taal met gebaren? Met aangeboren vocale reacties? Met klanknabootsingen? En wanneer dan precies? Een wetenschappelijke onderbouwing ontbrak daarbij echter, simpelweg omdat de wetenschap op het gebied van taal en menselijke evolutie nog nauwelijks ontwikkeld was.

Uitgelicht door de redactie

Informatica
Waarom privacy zo belangrijk is bij de nieuwe corona-app

Een denktank onderzoekt en brengt inzichten bijeen

Geneeskunde
‘Een wiskundig model is geen toekomstvoorspeller’

Vanwege al die speculaties verbood het linguïstisch genootschap L’Association Phonétique Internationale in Parijs in 1866 het onderzoek naar dit onderwerp. Terwijl vervolgens de wetenschap op het gebied van mens, taal en evolutie grote sprongen maakte, zorgde deze ban ervoor dat onderzoek naar de oorsprong van taal tot ver in de twintigste eeuw niet serieus werd genomen. Inmiddels wagen gelukkig ook gerespecteerde wetenschappers zich weer aan het onderwerp.

Johansson geeft in zijn boek een actuele stand van zaken. Naast natuurkundige en bot-programmeur blijkt hij ook taalkundige te zijn, verbonden aan de Zweedse Dalarna Universiteit. In die hoedanigheid bezoekt hij sinds 1990 de internationale Evolang-congressen, waar wetenschappers uit verschillende vakgebieden zich buigen over de oorsprong van taal. In de inleiding schrijft hij dat dit boek verder bouwt op het resultaat van die onderzoeksreis tot nu toe. ‘Mijn doel is een overzicht te geven van waar we nu staan, hoe we hebben gedacht en wat we wel en niet weten over de oorsprong van taal.’

Uit de ontwikkeling van gevonden stenen vuistbijlen is de ontwikkeling van menselijke cognitieve capaciteiten af te leiden, betoogt Johansson.

Sporen van taal

De schrijver gaat daarbij gedegen te werk. In het eerste deel van het boek staat hij stil bij wat taal eigenlijk is. Lezers die al veel van taal afweten kunnen dit deel eventueel overslaan, maar hier legt hij de basis voor de rest van zijn verhaal, dus enig opfriswerk kan nuttig zijn. Welke eigenschappen zijn karakteristiek voor menselijke taal? Welke daarvan zie je ook bij dieren? En welke rol speelt taal precies binnen menselijke communicatie? Spoiler 1: Johansson is duidelijk geen aanhanger van Noam Chomsky, die grammatica als de (aangeboren) kern van taal ziet.

In het tweede – en grootste – deel komt taal vervolgens nauwelijks aan bod. Dat lijkt misschien vreemd voor een boek over de oorsprong van taal, maar maakt het al met al juist een geloofwaardig betoog. Johansson gaat hier namelijk in op de evolutie van de mens. Taal laat geen sporen na, maar uit andere opgravingen, zoals botten, gereedschappen en andere voorwerpen, valt veel op te maken over de cognitieve capaciteiten van onze voorouders. Capaciteiten die ook taal mogelijk maakten of zelfs nodig hadden.

Zo blijkt uit de ontwikkeling van stenen vuistbijlen over miljoenen jaren dat de makers ervan voor ze aan het werk gingen steeds duidelijker een uiteindelijke vorm voor ogen hadden, met een bijbehorende bewuste strategie om die te bereiken. De vuistbijl behield ongeveer een miljoen jaar dezelfde ideale druppelvorm – die alleen met een getrainde hand te creëren was. Dat duidt erop dat de kennis hierover van generatie op generatie werd overgedragen. Stabiele kennisoverdracht is zowel een noodzakelijke voorwaarde voor taal als een vaardigheid waarvoor taal nodig is, betoogt Johansson. Spoiler 2: Ook de barende vrouw en haar verloskundige waren volgens Johansson onmisbaar voor het ontstaan van taal.

Nederlandse voorbeelden

In het derde deel brengt Johansson alle losse lijntjes uit de eerdere twee delen samen. Zo komt hij tot de meest waarschijnlijke antwoorden op de vragen uit de ondertitel: waar, wanneer en waarom de mens begon met praten. Spoiler 3: Zo’n 1,8 miljoen jaar geleden vond er bij onze verre voorouder homo erectus waarschijnlijk een doorbraak in de sociale evolutie plaats, die taal mogelijk maakte. Deze oertaal was in eerste instantie zowel gesproken, gemimed als met gebaren, en bedoeld voor de communicatie – en niet als muziek of als gedachtetaal. Vanaf dat momenteel stuwden de taal en de cognitieve capaciteiten elkaar voort in hun ontwikkeling, waaruit uiteindelijk taal is ontstaan zoals wij hem nu kennen.

Sterk aan Johanssons aanpak is dat hij waar mogelijk verschillende theorieën bespreekt en vervolgens uitlegt waarom een daarvan volgens hem het aannemelijkst is. Dat zorgt ervoor dat je een goed overzicht van het speelveld krijgt en je zijn visie overtuigender kunt volgen.

Meulenhoff

Johansson is een Zweed en dat zie je regelmatig terug aan de voorbeelden die hij geeft om bepaalde taalkundige principes toe te lichten. Gelukkig hebben vertalers Lucy Pijttersen en Marit Kramer waar mogelijk voor aanvullingen uit het Nederlands gezorgd, zodat je eigen taalgevoel direct op het verhaal aansluit. Complimenten voor hun werk.

Uiteindelijk zullen we waarschijnlijk nooit met honderd procent zekerheid kunnen zeggen wanneer, waar, hoe en waarom de mens is gaan praten – tenzij die tijdmachine ooit nog uitgevonden gaat worden. Maar Johansson verbindt in dit zeer leesbare boek tal van puzzelstukjes uit verschillende vakgebieden en komt zo tot een beeld dat scherper en completer is dan het ooit eerder door de grote denkers uit de geschiedenis is geschetst.

Sverker Johansson, De oorsprong van taal – Waar, wanneer en waarom de mens begon met praten, Meulenhoff (2020)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 juli 2020

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.