12 oktober 2017

Sinds 25 jaar neemt de spermakwaliteit van de westerse man af. Deze afname neemt nog steeds toe en vormt een groot risico voor de mannelijke vruchtbaarheid, maar de specifieke oorzaken zijn vooralsnog onbekend. In 2016 deed NEMO Kennislink al uit de doeken dat ook de spermakwaliteit van honden een daling laat zien. Honden zijn hierbij betere ‘proefpersonen’ dan mensen, omdat hun levensomstandigheden en voeding makkelijker te controleren zijn. Kunnen we misschien iets van hondensperma leren?

Je leest:

Spermakwaliteit honden lijkt ook af te nemen

Spermakwaliteit honden lijkt ook af te nemen

Hoe relevant is dit voor de mens?

Auteur: | 12 augustus 2016

Neemt de kwaliteit van het menselijk sperma af? Er is al jaren debat over de betrouwbaarheid van onderzoek op dat gebied. Nu lijkt de spermakwaliteit bij honden in een fokprogramma sinds 1988 ook terug te lopen. Maar er blijven twijfels.

Wake-up call

Bij mannen in Noord-Amerika, Europa, Australië en Nieuw Zeeland vermindert de spermaproductie en -kwaliteit met meer dan vijftig procent. Dit is een resultaat van een meta-analyse van 185 onderzoeken uitgevoerd tussen 1973 en 2011, die op 25 juli 2017 verschenen is in Human Reproduction Update. Hierbij lijken factoren als vruchtbaarheidsstatus, leeftijd en onthouding van medicijnen, alcohol en drugs geen rol te spelen. De eigenschappen die wel zorgen voor de verminderde spermakwaliteit zijn niet onderzocht. De verminderde spermakwaliteit duidt op risico’s voor de mannelijke vruchtbaarheid: de proportie mannen die hierdoor minder vruchtbaar of zelfs onvruchtbaar wordt, neemt toe. Het is een wake-up call om wereldwijd de oorzaken onder de loep te nemen.

Voor de wetenschap moet je wat over hebben. Om de spermakwaliteit van Britse honden in een fokprogramma door de jaren heen te onderzoeken, werden in totaal 1925 monsters verkregen door ‘handmatige manipulatie van de penis’. Volgens het onderzoeksprotocol in Scientific Reports van deze week, was er niet eens een teaser bitch (animatieteef) bij aanwezig om de zaak op gang te helpen. Op deze manier zijn tussen 1988 en 2014 ruim tweehonderd honden onderzocht, die in die periode als fokhond een centrum bezochten dat honden opleidt tot blindengeleidehond.

Honden delen hun leefomgeving met de mens, en zijn daarom blootgesteld aan dezelfde verontreinigingen die mogelijk invloed hebben op de kwaliteit van het sperma. Maar voor honden is het veel makkelijker in kaart te brengen wat ze via het voedsel binnenkrijgen dan voor mensen, omdat honden hoofdzakelijk hondenvoer eten. De hond op de foto deed overigens niet mee aan dit onderzoek.
Arnout Jaspers voor NEMOKennislink

In die tijd nam de gemiddelde kwaliteit van het hondensperma af, althans volgens algemeen aanvaarde criteria als de beweeglijkheid van de spermacellen. Ook nam in het centrum het percentage mannelijke pups dat geboren werd (dood of levend) af, terwijl het percentage doodgeboren mannelijke pups afnam, maar voor de vrouwelijke pups toenam. Desgevraagd licht onderzoeksleider Richard Lea per e-mail toe wat het netto-effect was: “In de 26 jaar dat de studie duurde is de totale vruchtbaarheid niet veranderd. Ook is er geen bewijs voor minder pups per worp of een afname van het aantal doodgeboren pups of pups die snel overlijden.”

Spermakwaliteit is bij de mens heel moeilijk te onderzoeken. Allerlei gedrag dat die kwaliteit en de metingen daarvan kan beïnvloeden is voor onderzoekers onbeheersbaar. Wat dat betreft zijn honden veel betere proefpersonen: ze delen ons leefmilieu en levensomstandigheden, hun voeding is goed controleerbaar, en ze worden toch al vaak gecastreerd, zodat er ruimschoots verse testikels beschikbaar zijn voor onderzoek.

Daarom zou een duidelijk resultaat over achteruitgang van de spermakwaliteit bij honden, en of hun vruchtbaarheid daaronder te lijden heeft, veel meer houvast geven voor verder onderzoek naar de oorzaken. Komt dit door een veranderende levensstijl of door hormoonachtige stoffen in ons leefmilieu?

Halvering van de man

Mensen begonnen zich serieus zorgen te maken over hun vruchtbaarheid in 1990. In dat jaar constateerde de Deense onderzoeker Skakkebaek dat het aantal zaadcellen per milliliter sperma bij Deense mannen een stuk minder was dan vroeger, en ook dat het percentage misvormde of slecht bewegende cellen hoger was. Vele onderzoeken door andere wetenschappers volgden, met wisselende resultaten. Het onder een microscoop tellen van spermacellen en het meten van hun beweeglijkheid bleek een zeer subjectieve zaak.

Percentage spermacellen dat beweeglijk is in Brits hondensperma. Tussen 1999 en 2001 zijn honden met slecht sperma uit het fokprogramma gehaald.
Scientific Reports

Niettemin zag Greenpeace er wel brood in. Ze startten een campagne met de sexy slogan: You’re not half the man your father was. Chemicaliën in het milieu, wist Greenpeace al zeker, draaiden onze spermacellen massaal de nek om. De verdachte chemicaliën zijn hormoonachtige stoffen, zoals DEHP en PCB153, die onder meer als weekmaker in plastics voorkomen. Op den duur lekken die weg uit het plastic, en komen via afval in het oppervlaktewater en in zee terecht, en uiteindelijk weer in ons voedsel.

Tegengestelde effecten

Beide stoffen, zo bleek uit het onderzoek van Richard Lea en zijn collega’s van de Universiteit van Nottingham, komen ook in meetbare hoeveelheden voor in hondenvoer. In hogere concentraties bleken ze, althans in een reageerbuisje, invloed te hebben op de spermacellen van honden. Verwarrend is dan weer wel, dat ze op alle gemeten gezondheidscriteria (zoals beweeglijkheid en snelheid van voortbewegen in een rechte lijn), bij de spermacellen een tegengesteld effect hebben. Zo neemt de beweeglijkheid door DEHP af, maar door PCB153 juist toe. Of stoffen als DEHP en PCB153 verantwoordelijk zijn voor veranderingen in de vruchtbaarheid is daarmee nog niet aangetoond. Zoals gezegd, de totale vruchtbaarheid van de honden in het centrum nam van 1988 tot 2014 niet af.

Een ander euvel dat bij de mens zorgen baarde omdat het leek toe te nemen, was het aantal jongens waarbij de teelballen niet indaalden (cryptorchidisme). Dit komt ook bij pups voor, en ook dat is in het hondencentrum onderzocht. Na een onverklaarde piek tot 20 procent rond 2010, neemt dit percentage tot en met 2014 weer af tot 7 procent, licht verhoogd ten opzichte van het vrijwel constante percentage van 5 procent tussen 1994 en 2008.

De afname sinds 1988 in het percentage spermacellen dat er onder de microscoop normaal uitziet is veel minder overtuigend. De oorzaak van de diepe dip rond 1994 is onduidelijk.
Scientific Reports

Hoewel de trends over de periode 1988-2014 wijzen op een lichte afname van de spermakwaliteit, vertonen de grafieken daar tussenin pieken en dalen die groter zijn dan de trend. Zo is er een diepe dip in de beweeglijkheid van het sperma rond 1994, en bijna tegelijkertijd, rond 1993, een grote piek in de TSO, de totale spermaproductie. Wat zit daarachter?

Soms zijn zulke pieken en dalen slechts een artefact van de manier waarop de data verzameld zijn, bijvoorbeeld omdat in dat jaar een andere technicus in het laboratorium aan de slag ging. “Het jaar 1994 kwam niet overeen met een wisseling van technicus,” aldus Lea, “dus dat kunnen we uitsluiten. Het zou kunnen dat beide waarnemingen verband met elkaar houden, maar de oorzaak weten we nu niet.”

De Total Sperm Output van de onderzochte honden. Ook voor de plotselinge daling in 2006, waarna de TSO niet meer afneemt, is geen verklaring.
Scientific Reports

Opvallend is ook de plotselinge afname van de spermaproductie in 2006, waarna die vrijwel constant blijft, iets wat de onderzoekers in hun artikel zelf ook signaleren. Misschien houdt dit verband met het ‘opschonen’ van de populatie honden tussen 1999 en 2001, toen honden met slecht sperma uit het fokprogramma gehaald werden. Lea: “Het lijkt erop dat deze populatie honden stabieler is wat betreft de eigenschappen van hun sperma. Het is interessant, dat de standaarddeviaties (de verticale balkjes met foutmarges in de grafieken, red.) over het algemeen kleiner zijn voor alle sperma-eigenschappen nadat de honden met slecht sperma weggehaald zijn.”

Na al het onderzoek naar spermakwaliteit bij de mens, dat door andere onderzoekers weer werd aangevochten, geeft dit onderzoek tenminste enig houvast. Op z’n minst kun je concluderen dat ook spermakwaliteit die zorgvuldig, onder gecontroleerde omstandigheden en bij honderden ‘proefpersonen’ wordt gemeten, door de jaren heen grote ups en downs vertoont. Maar vooral de beweeglijkheid van spermacellen, wat als een belangrijke graadmeter voor vruchtbaarheid wordt gezien, vertoont een onmiskenbaar dalende trend. Terwijl honden toch geen strakke onderbroeken dragen.

Hoe lang duurde het voordat jouw kinderwens – en die van je partner – vervuld raakte?

Schrijf een eventuele toelichting onderaan bij de reacties.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 augustus 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.