Naar de content

Specifieke medicijnen voor kinderen met kanker

Een stapel pillen op een tafel.
Een stapel pillen op een tafel.
Wikimedia Commons CC BY-SA 3.0

Voor kanker bij kinderen is apart onderzoek nodig. Zij krijgen andere typen kanker dan volwassenen. Onderzoekers van het recent geopende Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie zijn op zoek naar medicijnen die specifieker werken dan chemotherapie. NEMO Kennislink zocht hen op.

25 september 2018

In het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht komen zorg, onderwijs en onderzoek naar kinderkanker samen.

Prinses Máxima Centrum/Mart Stevens

Vanaf de fiets zie ik het meteen liggen: een spiksplinternieuw wit gebouw met strakke lijnen in alle kleuren van de regenboog. Het staat midden in een weiland, helemaal achteraan op het Utrecht Science Park. Vandaag ga ik op bezoek in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie, dat dit jaar officieel geopend werd.

Alle zorg, onderzoek en opleidingen naar kinderkanker in Nederland zijn samengekomen op deze plek, met als doel de vooruitzichten van kinderen met kanker te verbeteren. Dat doel is tweeledig: zowel de kans op overleven vergroten als de bijwerkingen van de behandeling verminderen. Nu overlijdt één op de vier kinderen aan de ziekte. Ik loop het nog nieuw ruikende gebouw binnen via de hoofdingang. De oranje vloeren geven me een raar Koningsdaggevoel. Somber doet het gebouw in ieder geval niet aan.

Opgestapelde mutaties

Ik heb een afspraak met hoogleraar Monique den Boer. Haar onderzoeksgroep richt zich op acute leukemie (bloedkanker) en kijkt op welke fronten leukemiecellen anders zijn dan gewone bloedcellen. Voorheen zat ze in het Erasmus MC in Rotterdam, waar een groot deel van het onderzoek naar leukemie gebeurde. Nu zitten alle wetenschappers en artsen bij elkaar onder één dak. Handig, vindt ze. Onderzoekers kunnen direct onderzoek doen met materiaal van patiënten, als zij daar toestemming voor geven. Stukjes overgebleven weefsel uit de diagnostiek vinden meteen hun weg naar de labs.

Acute leukemie is de meest voorkomende kanker onder kinderen.

Rob Acket/Prinses Máxima Centrum

We lopen richting haar werkkamer, in de vleugel waar de onderzoeksgroepen hun laboratoria hebben en waar eveneens de afdeling diagnostiek en de apotheek zitten. In het andere deel van het centrum zit de zorgafdeling, waar alle kinderen in Nederland met kanker terechtkomen, jaarlijks zo’n zeshonderd. Hun ziekte is niet goed te vergelijken met kanker bij volwassenen. De kankercellen komen voor in andere organen en ook het type tumor is vaak anders. Kanker in de darm, long en prostaat zie je bijvoorbeeld bij volwassenen, maar nooit bij een kind. Sommige vormen, zoals hersentumoren en leukemie, komen bij beide voor. Toch zijn er vaak nog verschillen. Zo hebben kinderen meestal acute leukemie, terwijl de chronische variant bij volwassenen meer de kop opsteekt.

“Alles wat je in volwassenen ontdekt, hoeft niet voor kinderen van toepassing te zijn”, legt De Boer uit. “Een kind is nog volop in de groei, dus spelen er hele andere lichaamsprocessen.” Ook de oorsprong van de tumoren verschilt. “Het heeft ermee te maken dat er bij kanker bij volwassenen, zoals die van de darm, vaak een opeenstapeling is van afwijkingen in het DNA (mutaties – red.). Bij genoeg DNA-afwijkingen kan de darmcel kwaadaardig worden en ontsporen.” Ruwweg gezegd ligt veroudering hieraan ten grondslag: in de loop der (tientallen) jaren stapelen de mutaties zich op. Zo’n tijdsproces speelt niet of minder bij jonge kinderen.

Aan elkaar geplakte genen

Waarom kinderen, soms al voor de geboorte, kanker ontwikkelen, is grotendeels een raadsel. “Bij leukemie zien we speciale afwijkingen in het DNA van de bloedcellen”, legt Den Boer uit. “Soms plakken genen die op verschillende chromosomen liggen aan elkaar vast.” Deze fusiegenen hoeven niet tot leukemie te leiden, meestal is er niks aan de hand. Vandaar dat er bij pasgeboren baby’s geen screening is op zulke ‘fusiegenen’. “Fusiegenen vormen een aanleiding voor de ziekte, maar daar bovenop zijn een aantal andere mutaties nodig om leukemie te ontwikkelen.”

Behandeling van leukemie is een lang traject. Patiënten krijgen wel twee tot drie jaar chemotherapie met giftige stoffen die de celdeling platleggen. Chemo geeft veel schade, omdat ook gezonde cellen een klap krijgen. Het spul komt via een infuus of een pil overal in het lichaam terecht. Vooral snel vernieuwende weefsels zoals slijmvliezen in de darm gaan kapot.

Voor patiënten zou het enorm schelen als medicijnen alleen de kankercellen lastigvallen. Targeted therapie heet die aanpak. Den Boer en haar collega’s speuren daarom naar DNA-fouten en abnormale eiwitten in de leukemiecellen. Als je eenmaal weet wat zo’n cel anders maakt dan gewone cellen, heb je een aangrijpingspunt voor een medicijn. Tussen patiënten verschillen de kenmerken van de leukemiecel overigens ook. Den Boer: “De bedoeling is dat iedereen straks een passende behandeling krijgt, afgestemd op de kenmerken van de leukemiecel.”

Acute leukemie

Leukemie is kanker van het bloed. In het beenmerg leven stamcellen die zich ontwikkelen tot onrijpe bloedcellen, en vervolgens uitgroeien tot volwaardige bloedcellen. Maar als die onrijpe cellen gaan woekeren, verstoren ze de aanmaak van normaal rijpende bloedcellen (rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes). Als dat verdringen in korte tijd gebeurt heet de ziekte ‘acuut’, wat heel gevaarlijk is. Er zijn twee vormen acute leukemie, de lymfatische en myeloïde variant. Het verschil zit in het type onrijpe cel dat ongeremd gaat delen (een lymfoblast of een myeloblast). Acute lymfatische leukemie komt het meest voor bij kinderen tot 14 jaar en is de meest voorkomende kinderkanker. Volwassenen hebben juist vaker de acute myeloïde vorm.

Achtergebleven kankercellen

Naast uitzoeken wie baat heeft bij welk ‘targeted’ medicijn, wil ze ook te weten komen waarom sommige patiënten resistent zijn tegen de huidige chemotherapie. Een vijfde van de kinderen met acute lymfatische leukemie (zie kader) reageert er niet genoeg op. “Leukemiecellen bedenken vernuftige ontsnappingsroutes. Als we die routes bloot weten te leggen, kunnen we de cellen weer gevoelig maken voor die medicijnen.”

Een kankercel kan ook een winterslaap doen om zich te beschermen tegen elk medicijn. Ze sluiten zich op in hun coconnetje en als de kust veilig is komen ze weer tevoorschijn: dan is de kanker terug. Van oudsher richten wetenschappers zich op de kankercel, en medicijnen om die te doden. De laatste jaren is niet alleen de cel zelf, maar ook zijn omgeving doelwit. Den Boer: “Leukemiecellen die na chemotherapie achterblijven haken zich vast aan andere cellen in het beenmerg en laten zich door hen voeden.” Tegelijk zijn ze afgeschermd voor een nieuwe ronde chemotherapie. “We proberen een manier te vinden om die leukemiecellen los te weken uit het beenmerg, zodat de medicijnen er weer bij kunnen. Zolang ze vastzitten zijn ze resistent, ook voor specifieke targeted medicatie.”

Den Boer heeft een duidelijk idee waar het naartoe gaat met de behandeling: een paar weken algemene chemotherapie om het gros van de leukemiecellen te doden, gevolgd door specifieke medicijnen die aangrijpen op een bepaalde DNA-mutatie om de achterblijvers te doden. Nadat die achterblijvers eerst zijn losgeweekt uit het beenmerg. Targeted therapie hoeft geen twee jaar te duren, wat het traject psychologisch en qua bijwerkingen minder zwaar maakt.

Voor kanker bij kinderen is apart onderzoek nodig.

Prinses Máxima Centrum/Mart Stevens

Klauteren in het ziekenhuis

Na ons gesprek lopen we een rondje over de onderzoeksafdeling. Den Boer kijkt naar cellen, maar het onderzoeksprogramma van het Prinses Máxima Centrum omvat nog veel meer. Van fundamentele studies tot klinische trials met patiënten. Er zijn ook onderzoeksgroepen die zich richten op de kwaliteit van leven en de psychosociale problemen die jarenlange behandeling met zich meebrengt. Verder loopt er in het centrum een programma naar meer lichaamsbeweging; kinderen kunnen overal opklauteren. “Bewegen ondersteunt het genezingsproces. Bij chemotherapie helpt het om veel te springen om de botten te versterken.”

De ene na de andere ruimte die we binnenlopen staat vol met moderne lab-technologie: stoven om cellen in te kweken onder omstandigheden die ons lichaam nabootsen, microscopen die levende cellen vastleggen, machines die verschillende soorten cellen van elkaar kunnen scheiden en levend opvangen in aparte buisjes, machines om DNA mutaties op te sporen. Nog verwacht is een robot die kan pipetteren. Wat extra robotkrachten zullen goed van pas komen om de ingewikkelde biologie achter kinderkanker te doorgronden.

ReactiesReageer