Je leest:

‘Sommige metaalertsen raken deze eeuw al op’

'Sommige metaalertsen raken deze eeuw al op' Interview met Theo Henckens, over schaarse mineralen en hoe daar mee om te gaan

Metaalertsen als zink, molybdeen en antimoon zijn schaars aan het worden, en de prijsstijging door de vrije marktwerking blijft uit. Als we geen maatregelen nemen, zullen de ertsen voor het eind van deze eeuw al op zijn.

Het is een simpel en doeltreffend effect van de vrije marktwerking: als goederen schaars worden, stijgt de prijs en daalt de vraag. Voor de metaalertsen in de aardkorst is dat effect echter nog niet te zien, schrijft chemisch ingenieur Theo Henckens in zijn net verschenen proefschrift. Als we daar niks op verzinnen zijn grondstoffen als zink en molybdeen aan het eind van deze eeuw op, berekende hij – en het mineraal antimoon zelfs al voor 2050. Henckens promoveert op 17 oktober 2016 aan de Universiteit Utrecht.

800px molly hill molybdenite
Molybdenietkristal (van 15 mm) op kwarts, uit de Molly Hill-mijn, Quebec, Canada.
John Chapman, Wikimedia Commons, CC BYSA3.0

Antimoon, molybdeen… Waar gebruiken we dat voor? “Antimoon zit als vlamvertrager in allerlei soorten elektronica, zoals je mobiel en je computer. Molybdeen wordt gebruikt om allerlei typen roestvrij staal sterker te maken, en bestendig tegen temperatuurwisselingen en aantasting door chemicaliën. En zink is natuurlijk bekend van de dakgoten, het is een middel om stalen voorwerpen tegen roest te beschermen. Maar zink en molybdeen zijn ook als micronutriënten nodig voor de voedselvoorziening. Zink zit in varkensvoer, molybdeen in kunstmest.”

En deze mineralen zijn over enkele decennia op? “Ze zijn dan niet op, maar niet meer rendabel te winnen. De metalen zitten bijna overal, in zeer lage concentraties, in de continentale aardkorst. Om ze daaruit te halen is echter zo veel energie nodig dat het veel te kostbaar is. We hebben alleen iets aan de mineralen die in hoge concentraties, dus als ertsen, in de bodem zitten. In die ertsen zit maximaal 0,01 procent van de totale hoeveelheid mineralen van de bovenste kilometer van de continentale korst, heeft de werkgroep UNEP (de milieuorganisatie van de Verengde Naties) in 2011 geschat. Als we het hebben over een voorraad die is uitgeput, betekent dat dus eigenlijk dat we nog 99,99 procent over hebben.”

Neves corvo jumbo
In de Neves-Corvo-mijn in Zuid-Portugal wint men koper en zink.
Blackmirror, via Wikimedia Commons, , CC BY3.0

Hoe heeft u berekend hoe lang het duurt voor de winbare voorraad op is? “Bij de mijnbouwbedrijven zijn de winbare reserves bekend, maar dan gaat het alleen over de bewezen reserves. Men kijkt daar hooguit dertig jaar vooruit, en zoekt intussen verder – die reserves groeien dus gewoon door. Ik ben daarom uitgegaan van de eerder genoemde 0,01 procent van de UNEP, waarmee ik op de maximale hoeveelheid uitkom. De gemiddelde concentratie van de metalen in de aardkorst is bekend, dus de winbare voorraad is dan simpel vast te stellen.”

“Het verbruik van de metalen is ook bekend. Er zit een groei in van ongeveer 3 procent per jaar, die vanaf een bepaald welvaartsniveau stabiliseert. Ik ben er in mijn berekeningen van uitgegaan dat dat in 2050 gebeurt – gebaseerd op prognoses voor de wereldwijde groei van de welvaart. Als je de voorraad kent en het verbruik, kan je natuurlijk uitrekenen hoe lang we nog vooruit kunnen. Ik heb het voor 65 grondstoffen uitgerekend. Er kwam uit dat we met antimoon nog toe kunnen tot 2040, en met zink en molybdeen tot het einde van de eeuw. Over duizend jaar zijn van 15 grondstoffen de voorraden uitgeput, waaronder koper, nikkel, lood en ijzer.”

Over Theo Henckens

20141120 133559
Theo Henckens
Theo Henckens, CC1.0

Theo Henckens (1948) studeerde Chemische Technologie aan de TU Eindhoven, was twee jaar leraar in Algerije, en werkte van 1974 tot 1982 en van 1990 tot 2011 als projectleider bij advies- en ingenieursbureau DHV in Amersfoort. In de tussenliggende periode van acht jaar was hij milieu-inspecteur bij het Ministerie voor Milieu en Volksgezondheid.In 2013 begon hij zijn onderzoek aan schaarse mineralen, dat tot dit proefschrift leidde.

Oké. En nu? “Om nog duizend jaar door te kunnen moeten we het gebruik van molybdeen en zink met 80 procent terugdringen, en dat van antimoon met 96 procent. Dat is een flinke opgave, maar ik zie wel mogelijkheden. Je kan alternatieven zoeken voor de schaarse grondstoffen, en je kan ze proberen terug te winnen na gebruik. Brandvertragers op basis van aluminium werken bijvoorbeeld net zo goed als antimoon, en aluminium is in overvloed aanwezig. En zink kan op veel grotere schaal worden teruggewonnen uit afval dan nu gebeurt. Momenteel is dat echter duurder dan het winnen van zink uit erts "

“Het probleem is dat het vrije marktprincipe dat de prijs moet opdrijven nog niet in werking is getreden. Wat schaars is wordt duurder, is het algemene mechanisme – en wat kostbaar is zal men natuurlijk eerder willen terugwinnen of vervangen door iets goedkopers. Maar ik heb de prijsontwikkeling van ertsen door de jaren heen in kaart gebracht, en als je corrigeert voor de inflatie blijkt de prijs nagenoeg constant te blijven. Bovendien is er geen significant verschil te zien in prijsontwikkeling tussen schaarse grondstoffen en grondstoffen die overvloedig in de aardkorst aanwezig zijn.”

“De marktwerking zal op een gegeven moment wel optreden, maar dan pas als de voorraad echt bijna op is. Ik denk dat we daar niet op moeten wachten.”

Waarom eigenlijk niet? Als een stof als antimoon zo makkelijk te vervangen is, dan is er toch eigenlijk helemaal geen probleem? Ook niet als het opraakt? “Zo kan je er inderdaad over denken: ‘De mineralen raken op, so what? Men bedenkt tegen die tijd toch wel iets slims om dat op te lossen?’ Ik denk daar anders over. Als de generaties na ons geen winbaar antimoon meer hebben, ontneem je ze niet alleen de kans het te gebruiken in de toepassingen die we nu al kennen, maar ook de mogelijkheid om nieuwe toepassingen te bedenken. Het is een ethische kwestie. Ik vind dat we duurzaam met onze grondstoffen om moeten gaan. Dat is bovendien in lijn met breed geaccepteerde internationale regelgeving op het gebied van milieu.”

Miner's bell pit near windmill   geograph.org.uk   625297
Dit gebied nabij het dorpje Windmill vlakbij Liverpool, is ‘pokdalig’ van de oude mijngaten. Hier werd ooit lood en zink gewonnen.
Adie Jackson, geograph.org.uk, CC BY2.0

Wat adviseert u dan? “Ik denk dat er internationale regelgeving moet komen, waarbij we de winning van de schaarse grondstoffen stapsgewijs terugbrengen naar een duurzaam niveau. De landen waar de ertsen zitten kunnen quota gaan hanteren, dus een maximum aan wat er gewonnen mag worden. Daarmee creëer je een tekort, en volgt de rest vanzelf. De prijs zal dan omhoog gaan, waardoor inventieve oplossingen noodzakelijk worden. Die grondstoflanden moeten wel financieel gecompenseerd worden natuurlijk. De marktwerking zal er op zijn beurt voor zorgen dat de meest gunstige maatregelen worden genomen, daar vertrouw ik op.”

Bron:

  • Henckens, T., Managing raw materials scarcity. Safeguarding the availability of geologically scarce mineral resources for future generations, Proefschrift Universiteit Utrecht, oktober 2016, 349 blz.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde Kennislink 7 maanden geleden

Discussier mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE