Naar de content

Sneller zwemmen dankzij luchtbelletjes

Nieuwe technologie geeft zwemmers beter inzicht

LilGoldWmn

Nog rapper door het water gaan. Dat moet een nieuw systeem in zwembad de Tongelreep in Eindhoven mogelijk maken. Via luchtbellen en speciale camera’s gaat het de optimale voortstuwing in het water na.

9 februari 2016
McSmit (wikimedia commons)

Vaak is bij een zwemwedstrijd het verschil tussen de verliezers en de eeuwige roem van de winnaar maar een paar tienden of zelfs honderdsten van seconden.

Natuurlijk bepalen vorm, talent en trainingsarbeid voor een groot deel het succes van topzwemmers als Ranomi Kromowidjojo en Marleen Veldhuis. Maar ook technologie speelt een steeds grotere rol. Zwembaden worden daarom steeds meer hightech.

Een goed voorbeeld daarvan is zwembad de Tongelreep in Eindhoven. Daar traint de nationale top. Onlangs werd er zelfs een hypermodern systeem geïnstalleerd, dat de wervelingen langs het lichaam van zwemmers gaat analyseren en visualiseren.

DKVN: Topzwemmers

DKVN: Topzwemmers

De Nederlandse zwemploeg ging in 2012 met vier medailles naar huis met dank aan de wetenschap. Gaat dat deze zomer tijdens de Olympische Spelen weer lukken? Diederik kijkt mee hoe ze hun techniek proberen te optimaliseren en Elisabeth gaat op zoek naar het perfecte zwemmerslichaam.

Belletjes

“Zwemmers zetten kracht op het water. Wij willen kijken of ze niet teveel energie verspillen met de manier waarop ze water in beweging zetten”, zegt promovenda Josje van Houwelingen van de TU Eindhoven.

Het systeem geeft zwemmers inzicht in de optimale voortstuwing. Ze zien het resultaat van hun arm- en beenbewegingen in het water. Aan de hand van die gegevens krijgen ze in de toekomst bijvoorbeeld tips om een bepaalde slag aan te passen. En dat kan zomaar het verschil maken tussen winst of verlies.

Om het nieuwe systeem in te bouwen, moest een miljoen liter water uit het zwembad gepompt worden. Hier wordt het buizensysteem in de bodem aangelegd.

Josje van Houwelingen (TU/e)

Van Houwelingen liet daartoe speciale buizen op de bodem van het zwembad plaatsen. Uit die buizen komen kleine belletjes. De bewegingen van de zwemmers veroorzaken zogeheten wervelingen, een soort draaikolken, en door de belletjes zijn deze extra goed zichtbaar. Speciale camera’s in de wand van het zwembad registreren deze bewegingen.

“Een algoritme analyseert vervolgens deze bewegingen en zet ze om in een visualisatie”, zegt Van Houwelingen, zelf ook een fanatiek zwemster. Haar onderzoek is onderdeel van het onderzoeksprogramma ‘Sport’ van STW, met de KNZB en Innosportlab als partners.

Zigzaggen

De buizen en camera’s zijn net geplaatst en binnenkort starten de eerste tests. “Dat we de experimenten in een echt zwembad doen is heel bijzonder. Meestal zetten wetenschappers kleinschalige proefjes op in een laboratorium. Daarvoor gebruiken ze dan kleine deeltjes met bijna dezelfde dichtheid als water, die met behulp van een laser belicht worden.”

Maar in een zwembad mag dat niet. De deeltjes en de laser kunnen schadelijk zijn voor de zwemmers en het bad.

“Daarom heb ik de luchtbelletjes bedacht. Maar die hebben als nadeel dat ze niet (bijna) dezelfde dichtheid hebben als water. Ze hebben hun eigen dynamica. De bellen zigzaggen, gaan omhoog en reageren op elkaar. Al die extra bewegingen moet het algoritme er straks uitfilteren.”

Bubbelbad

Van Houwelingen gaat daarom de komende maanden haar systeem uitgebreid testen. “De bellen komen dan een voor een uit de gaatjes in de buizen in de bodem. Ze hebben allemaal ongeveer dezelfde grootte. Het wordt dus geen bubbelbad”, zegt ze.

Wanneer haar systeem helemaal klaar voor gebruik zal zijn, is nog onduidelijk. Voor de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro hebben de Nederlandse topzwemmers er echter nog niks aan; die komen nog te vroeg. Maar Van Houwelingen hoopt dat haar systeem wel een rol kan spelen voor de Olympische Spelen in Tokio van 2020. “Het zou geweldig zijn als we dan goed begrijpen hoe het systeem werkt, en het zwemmers vertelt hoe ze optimaal door het water gaan.”

Lees ook:

—-

ReactiesReageer