Naar de content

Schuld aan de loopgraven

PD-BritishGov

Ooit, in 1918, was het heel duidelijk: Duitsland was als enige schuldig aan de Eerste Wereldoorlog. Al ruim negentig jaar lang slaan historici elkaar om de oren met de vraag of dat wel klopt. Was Frankrijk niet net zo schuldig? Of zelfs Engeland? Een overzicht met de meest intrigerende theorieën over het ontstaan van een in Nederland bijna vergeten oorlog die niettemin 10 miljoen soldaten het leven kostte. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de ‘moeder aller oorlogen’ uitbrak.

24 juni 2011
Holland Doc 24: The Last Voices of the Great War

http://www.youtube.com/watch?v=O_d-HEGoz-Y

Tientallen van de laatste nog levende Britse veteranen vertelden in de jaren negentig voor de camera over de verschrikkingen die ze meemaakten op het slagveld en in de loopgraven. ‘The Last Voices of the Great War: a Generation Lost’ is gebaseerd op hun verhalen, en bestaat naast interviews uit uniek archiefmateriaal en dramatische reconstructies van de gebeurtenissen.

Vanaf 5 maart 2014 iedere woensdagavond om 20.26 uur op Holland Doc 24

_Holland Doc 24 is hét documentaireplatform van de publieke omroep. Het bestaat uit het televisieprogramma Holland Doc op Nederland 2, Holland Doc Radio op Radio 1, het digitale kanaal Holland Doc 24 en de website hollanddoc.nl

Het is 28 juni 1914 als de Oostenrijks-Hongaarse kroonprins Franz Ferdinand een bezoek brengt aan Sarajevo. Oostenrijk-Hongarije was op dat moment een gigantisch multi-etnisch rijk in Centraal-Europa. Hij wordt neergeschoten door de Servische nationalist Gavrilo Princip. Daarna volgen de gebeurtenissen elkaar razend snel op. Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan het kleine buurland Servië. Rusland belooft de ‘Slavische broeders’ te steunen en mobiliseert zijn leger. Duitsland verklaart Oostenrijk-Hongarije bij te staan in geval van oorlog en eist dat Rusland zijn mobilisatie stopt. Dit gebeurt niet en Duitsland verklaart Rusland de oorlog.

Al snel blijkt Duitsland ook plannen te hebben om via het neutrale België Frankrijk aan te vallen. Frankrijk mobiliseert zijn leger en Duitsland verklaart de oorlog aan de Fransen. Engeland eist dat Duitsland de Belgische neutraliteit niet schend. De Duitse oorlogsplannen voorzien echter in een opmars door België en dus verklaart ook Engeland aan Duitsland de oorlog. Het is nu 4 augustus 1914.

Maar wacht even. Wat een lokaal conflict had kunnen blijven is binnen een maand uitgegroeid tot een Europese oorlog. Hoe kon dit gebeuren? En wie was hier schuldig aan?

Schimmige diplomatieke spelletjes

“De geallieerde regeringen verklaren, en Duitsland erkent, dat Duitsland verantwoordelijk is voor alle verlies en schade die de geallieerde regeringen en hun onderdanen geleden hebben als gevolg van de hen door Duitse agressie opgelegde oorlog.”

Duidelijker kon paragraaf 231 van het vredesverdrag van Versailles niet zijn over wie de schuld heeft aan de Eerste Wereldoorlog, die zeker 10 miljoen soldaten het leven had gekost. Duitsland is als enige schuldig aan het uitbreken van deze oorlog, dat moest duidelijk zijn. Van onderhandelingen was dan ook geen enkele sprake. De Duitse legers waren verslagen. De delegatie kreeg de tekst voorgeschoteld en een pen in de hand gedrukt.

Terwijl Duitsland tussen 1918 en 1920 na de val van keizer Wilhelm II een gewelddadige revolutie doormaakte, waren het – opmerkelijk genoeg – vooral Britse historici die de eenzijdige oorlogsschuld van Duitsland probeerden te nuanceren. In de jaren twintig kwam langzaam het idee op dat niet één land, maar het ‘internationale diplomatieke systeem’ schuldig was aan het uitbreken van de oorlog. In de jaren voorafgaand aan de oorlog ontstond er door schimmige diplomatieke spelletjes een ingewikkeld systeem van bondgenootschappen. Hierdoor waren de Europese landen verplicht elkaar militair te steunen, zonder dat de nationale parlementen daar nog enige invloed op konden uitoefenen.

Gedurende de jaren twintig gaven Duitsland, Oostenrijk, de jonge Sovjet-Unie en Engeland enorme stapels diplomatiek verkeer vrij. Prominente Europese historici, onder aanvoering van de Britse classicus Lowes Dickenson, die in 1926 ‘The international anarchy 1900-1914’ schreef, waren het eens dat de diplomatie gefaald had. Het was de eerste keer dat de Europese landen zo’n grote selectie van hun archieven vrij gaven.

Het onderzoek naar de Europese diplomatie van voor de oorlog groeide uit tot een van de meest prestigieuze onderzoeksvelden onder historici. Alleen op deze manier was de diepere oorzaak van de oorlog te achterhalen, dacht men toen.

Greep naar wereldmacht

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de discussie in een iets ander daglicht te staan. In hoeverre had het Verdrag van Versailles en de daarin opgenomen eenzijdige Duitse oorlogsschuld te maken met de opkomst van Adolf Hitler?

Was het misschien zo dat de Duitse oorlogsdoelen in 1914 niet zo veel verschilden van die in 1939? Of in het jargon van historici: is er sprake van een continuïteit tussen de beide wereldoorlogen? Zelfs Duitse historici konden na 1945 niet veel anders dan de Duitse schuld aan de Tweede Wereldoorlog te erkennen. Voor de schuld aan WOI lag dat echter nog altijd zeer gevoelig.

De Hamburgse historicus Fritz Fischer kreeg dan ook vrijwel de gehele Duitse academische wereld over zich heen toen hij in 1961 het boek ‘Griff nach dem Weltmacht’ publiceerde. Volgens Fisher wilde Duitsland zowel in 1939 als in 1914 maar één ding, namelijk een groot deel van Europa annexeren. Onvermijdelijk volgde hieruit dat de Duitse keizer in 1914 bewust aanstuurde op een oorlog. Daarmee was er weinig verschil met Hitler in 1939.

Fischer zette zijn ideeën verder uiteen in zijn volgende boek, ‘Krieg der Illusionen’ (1969), waar hij met het idee kwam dat Duitsland niet zozeer op een buitenlandse bedreiging reageerde (‘Primat der Aussenpolitik’), maar eerder gedreven werd door binnenlandse politieke druk (‘Primat der Innenpolitik’), pressiegroepen en economische belangen. Hoe dan ook, Duitsland was volgens Fisher de hoofdschuldige aan de oorlog.

Onvermijdelijke oorlog?

In 1984 schreef de Brit James Joll ‘The origins of the first world war’. Joll kwam als eerste met een systematische aanpak, waarbij hij alle factoren die een rol hebben gespeeld tijdens de julicrisis van 1914 (en dat zijn er een hoop) in zijn analyse mee nam. Joll begint met de handelende personen (regeringsleiders, generaals, diplomaten) in de bewuste weken zelf, en behandelt vervolgens de factoren die die beslissingen hebben beïnvloed, zoals de diplomatie, de wapenwedloop en tenslotte de ‘ideeën van 1914’

Joll komt tot de conclusie dat de bewegingsruimte voor de politiek nogal beperkt was in 1914. Alle nationale en internationale omstandigheden hadden een grote oorlog haast onvermijdelijk gemaakt. De oorlog was een ‘product van de omstandigheden’. Hij wijst dan ook niet één hoofdschuldige aan. Dat lijkt een mooie, academische en onpartijdige aanpak van Joll, maar lang niet al zijn collega’s konden zich hier in vinden.

Britse agressie

In 1998 begon de Schotse historicus Niall Ferguson zich met de oorzaken en de schuldvraag van de Eerste Wereldoorlog te bemoeien. Ferguson zou je in Amerika en Engeland een ‘popster’ onder de historici kunnen noemen. Hij schijnt op bijna erotische wijze over geschiedenis te kunnen praten. Hij publiceerde in 1998 ‘The pity of war’. Pas in 2010 verscheen een Nederlandse vertaling onder de titel De erbarmelijke oorlog. Volgens Ferguson was de oorlog verre van onvermijdbaar. En de hoofdschuldige is in zijn ogen niet Duitsland maar Engeland!

Engeland en Duitsland waren in de jaren voorafgaand aan de oorlog dicht bij een bondgenootschap geweest. De enige reden dat dit niet gebeurde was omdat Duitsland, anders dan Frankrijk of Rusland geen bedreiging voor het Britse Rijk vormde. Duitsland bleef in economische en militaire termen ver achter bij Engeland en Frankrijk. De Duitsers handelden volgens Ferguson dan ook eerder uit wanhoop dan uit hoogmoed.

Ook de mythe dat Engeland ten strijde trok om de neutraliteit van België te verdedigen mag van Ferguson door de gehaktmolen. Een neutraal België stond de Britse buitenlandse politiek alleen maar in de weg. Sterker nog, als Duitsland de Belgische neutraliteit niet zou hebben geschonden, zou Engeland dat wel hebben gedaan, schrijft hij.

Op 5 mei 2011 overleed Claude Choules, voor zover bekend de laatste veteraan uit de Eerste Wereldoorlog. Op dit moment is er niemand meer in leven die de verschikkingen van de loopgraven kan navertellen. Terwijl een groot deel van Europa op 11 november – Veteranendag – de Duitse capitulatie in de Eerste Wereldoorlog viert, blijft het op die dag in Nederland stil. Ons land had geen deel aan de Grote Oorlog, zoals hij in de rest van Europa tot 1939 bekend stond.

Over een paar jaar is het een eeuw geleden dat de oorlog begon. Nog altijd woedt het debat voort en nemen historici compleet tegenovergestelde posities in.

Terechte beschuldiging?

In 2004 kwam Mark Hewitson, een autoriteit op het gebied van de Eerste Wereldoorlog, na een uitgebreide nieuwe studie tot de conclusie dat de Duitse leiders wel degelijk dachten dat ze een oorlog van zowel Rusland als Frankrijk konden winnen. Het opperbevel en keizer Wilhelm II stuurden dan ook bewust aan op een oorlog. Via Hewitson komt de schuldvraag na negentig jaar weer terug waar die oorspronkelijk lag: bij Duitsland.

De Eerste Wereldoorlog heeft de twintigste eeuw gevormd. Ook al is het maar omdat de Tweede Wereldoorlog bijna rechtstreeks voortvloeit uit de Duitse vernedering in Versailles. Maar of de beschuldigingen aan Duitsland in 1918 terecht waren zullen we misschien wel nooit helemaal zeker weten.

Bronnen:
Voor dit achtergrondartikel zijn drie van de meest uitgesproken studies naar de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog kort behandeld. Er bestaan echter honderden publicaties over het onderwerp. En er komt nog jaarlijks leesvoer bij.
  • James Joll, The origins of the first world war (1984, herziene editie 1992)
  • Niall Fergusson, De erbarmelijke oorlog (2010)
  • Mark Hewitson, Germany and the causes of the first world war (2004)
ReactiesReageer