Naar de content

Persoonlijk heb ik skinny jeans nooit gesnapt. Zelfs het meest bevallige achterwerk lijkt enorm in zo’n broek. Wellicht is dit precies de bedoeling en loop ik gewoon achter: zijn slanke billen inmiddels ‘zó 2009’. Want als er iets veranderlijk is, dan zijn dat wel schoonheidsidealen.

14 juni 2010

Schoonheid wordt door de geschiedenis heen geassocieerd met het goede. Sappho, Oud-Griekse dichteres, schreef eens “Wat mooi is, is ook goed.” Andersom is het ook zo dat onaantrekkelijkheid of lelijkheid symbool stond voor het kwaad. Boosaardige heksen bijvoorbeeld werden vaak afgebeeld met onaantrekkelijke fysieke kenmerken en onaangename persoonlijkheden. Streven naar schoonheid was dus ook streven naar het goede en streven naar de algemeen geldende norm in de samenleving. Omdat we ons meestal conformeren aan de geldende rol in de samenleving streven we vrijwel allemaal naar deze schoonheidsidealen. De geschiedenis leert ons dat schoonheid loont, in de maatschappij (voorkeursbehandeling) maar ook in het vergroten van onze partnerkeuze.

Mode

Net als nu werden schoonheidsidealen vroeger ook al gepropageerd door trendsetters; mensen met invloed. In veel gevallen ging het om welgestelde mensen die door het dragen van bepaalde kledingstukken en het benadrukken van sommige lichaamsdelen, een geldende schoonheidsnorm voorschreven.

De ontwikkelingen die schoonheidsidealen hebben meegemaakt verschillen per streek. Sommige idealen hebben in Europa nooit voet aan de grond gekregen, anderen waren meer universeel. Een gemene deler is dat schoonheidsidealen eigenlijk altijd nauw verweven waren met mode. Laten we daarom de hoofdlijnen van heersende schoonheidsidealen en de bijhorende mode-grillen eens in vogelvlucht bekijken.

Prehistorie

Uit deze tijd hebben we geen geschreven bronnen, dus we weten niet helemaal zeker hoe ze over schoonheid dachten in de prehistorie. Wel zijn er uit deze periode veel Venusfiguurtjes gevonden die vrouwen moeten voorstellen. Deze vrouwen hebben allemaal flinke vormen. Stevige heupen, een groot achterwerk, en een boezem om jaloers op te zijn. Het is niet helemaal duidelijk wat ooit de functie was van deze beeldjes. Zij worden vaak in verband gebracht met een vruchtbaarheids-cultus, waarbij de rol van de vrouw als moeder verheven werd en wellicht als ideaal werd gehanteerd.

Grieks en Romeins

Schoonheid was voor de Grieken een teken van goddelijkheid. De kunst volgde hierin de verschillende opvattingen van filosofische scholen. De Discuswerper is een mooi voorbeeld van het Griekse schoonheidsideaal; het is geïdealiseerd.

De Discuswerper is atletisch gespierd, met fijne en toch sterke gelaatstrekken en een kleine penis. Vrouwen werden veelal jeugdig en rond weergegeven, met een slanke taille, hoge konische borsten en gewelfde heupen. Dit laatste was vooral om uiting te geven aan hun destijds voornaamste missie in de maatschappij: het moederschap.

De Romeinen kenden weinig eigen kunst. Ze kopieerden vooral veel van de Grieken en daarmee ook hun schoonheidsidealen. Desalniettemin kenden ook de Romeinen hun eigen schoonheidsidealen: voor mannen was dit vooral een grote en gespierde bouw, met lange benen, een goede kop met haar, een hoog en breed voorhoofd als teken van intelligentie, geprononceerde wenkbrauwen, open ogen, een perfect gestileerde neus, een wat kleinere mond, en een sterke kaaklijn. Voor vrouwen is het minder duidelijk, zij dienden vooral sterke kinderen te baren. Vrouwen gebruikten wel make-up om zichzelf een bleek uiterlijk te geven; een teken dat zij geen zware arbeid hoefden te verrichten in de zon. Ook gebruikten de welgestelde dames kleurstof om hun lippen rood te maken.

Gulden snede
De vroegste theorie over schoonheid vinden we in de werken van Griekse filosofen zoals Pythagoras. Zijn aanhangers zagen een verband tussen schoonheid en wiskunde. Meer specifiek zagen zij een verband tussen objecten geproportioneerd naar de gulden snede en de mate van schoonheid. De gulden snede is een wiskundige verhouding waarbij de hoogte tot de breedte 1 : 0,618 is. Moderne wetenschap lijkt deze theorie ook te bevestigen; mensen wiens gezicht symmetrisch is en geproportioneerd volgens de gulden snede, worden als meer aantrekkelijk beschouwd in onze (on)bewuste keuze voor een partner.

Middeleeuwen

Fysieke schoonheid was niet heel belangrijk in de vroege Middeleeuwen. Het leven was doordrongen van het geloof, waarbij het streven naar aardse zaken, zoals ideale fysieke vormen, niet nuttig of zelfs zondig werd bevonden. Het aardse leven was maar tijdelijk tenslotte. Men kleedde zich ascetisch om niet de aandacht af te leiden van waar het werkelijk om ging, het hiernamaals en het geestelijke. Natuurlijk zal men de wulpse boerendochter als aantrekkelijk hebben beschouwd, maar vanuit de elite werd niet heel bewust een schoonheidsideaal uitgedragen.

Nadat Europa de schok van de Zwarte Dood te boven was gekomen, braken er frivolere tijden aan. Onder de bezielende leiding van de elite gebruikte men schitterende kledingstukken om een merkwaardig schoonheidsideaal te bereiken. Men prefereerde kleine borsten die een stuk hoger gesitueerd waren dan normaal, smalle afhangende schouders, brede heupen met een bijhorend groot achterwerk, en een gewelfde bolle buik alsof de dames voortdurend zwanger waren. Tenslotte waren de dames bij voorkeur lelieblank met blond haar.

Om dit ideaal in werkelijkheid te bereiken werd het bovenlijf dermate ingesnoerd dat de borsten hoog op het lichaam prijkten. Voor de rok werd veel stof gebruikt en ietwat gerimpeld zodat het effect van een dikke buik ontstond. Hiermee week men voor het eerst in de geschiedenis af van Aristoteles’ visie dat het lichaam één geheel is, en door bepaalde ingrepen juist probeerde afzonderlijke lichaamsonderdelen te benadrukken.

En de mannen dan?

Schoonheidsidealen voor mannen, zoals gepropageerd door de Grieken en de Romeinen, hebben de basis gelegd voor het huidige mannelijke schoonheidsideaal. Dat dit schoonheidsideaal vandaag de dag vrijwel ongewijzigd is gebleven is bijzonder; vrouwen hebben in de loop der eeuwen heel wat moeten sleutelen aan hun lichaam en gezicht om te voldoen aan de geldende norm qua schoonheid. Een man die nu als aantrekkelijk wordt beschouwd komt verdacht veel overeen met het Romeinse schoonheidsideaal. De reden voor het veranderende schoonheidsideaal voor vrouwen heeft wellicht deels te maken met hun veranderende rol in de geschiedenis, waarbij we door de eeuwen heen zien dat de vrouw steeds gelijkwaardiger aan de man is geworden, en de primaire rol van het moederschap is afgevlakt.

Arie Boomsma zit aan een tafel voor een signeersessie van zijn eigen boek.

Arie Boomsma, de ideale Romein?

Wikimedia Commons, Vera de Kok via CC BY 4.0

Renaissance

De Renaissance borduurt voort op de schoonheidsidealen van de volle Middeleeuwen. De gegoede dames droegen hun borsten nog steeds ingesnoerd omhoog. Het bolle buikje verdween echter en maakte plaats voor een sierlijke taille, die werd benadrukt door een strak lijfje gesneden in een V-vorm. Om de taille extra slank te laten lijken, maar ook de heupen mooi breed, droegen de dames weelderige rokken van meters en meters stof.

In deze periode werd de hals als zeer fraai beschouwd. De snit van de kraag werd dan ook zo gesneden dat deze zo lang mogelijk leek. Onder invloed van koningin Elizabeth werd een hoog voorhoofd ook erg charmant bevonden. Dames die niet waren gezegend met een hoog voorhoofd epileerden hun haargrens om deze optisch naar achter te verplaatsen.

Net als in de volle Middeleeuwen was blond dé haarkleur bij uitstek. Als een dame dit van nature niet had kwam het regelmatig voor dat ze het blond verfde met dubieuze middeltjes. Ook een blank uiterlijk was nog steeds populair. Dit kon worden verkregen door het gezicht in te smeren met ceruse, een smeerseltje gebaseerd op lood, wat niet altijd even goed was voor de gezondheid.

Barok en Rococo

Alhoewel Peter Paul Rubens toch wel de kroon spant met zijn schilderijen van dikke mensen, zien we ook bij andere schilders in de Barok dat mensen knap mollig worden afgebeeld. Dik zijn was absoluut een teken van welvaart, en werd dan ook zeer fraai bevonden. De rol (en omvang) van de borsten is daarentegen afgenomen. Wanneer we kijken naar Eva hiernaast zien we dat de verhouding tussen haar lichaamsgewicht en de omvang van haar borsten eigenlijk niet helemaal overeenkomen. Een bleke huid bleef ook erg trendy, soms met aderen aangezet met blauwe make-up om de goede afkomst (“Blauw bloed”) te benadrukken)

Alhoewel tijdens de Rococo een mollig gezicht werd gewaardeerd, verschoof het lichamelijke ideaal naar ‘petite’. Om dit effect te bereiken werden de dames genadeloos ingesnoerd. Corsetten gemaakt van walvisbot moesten de tailles van de dames zodanig insnoeren dat ademhalingsklachten veelvuldig voorkwamen. Dit was dan ook wel weer de charme ervan. Flauwvallen werd door het andere geslacht namelijk erg bevallig gevonden. De ingesnoerde taille werd beschouwd als het bewijs van deugdzaamheid, discipline, en verfijndheid.

Fin du Siècle

Vanaf de 19e eeuw ging het rap met de opvolging van de schoonheidsidealen. In deze eeuw zijn er meerdere periode’s te onderscheiden: ongeveer tussen 1790 en 1820 is het schoonheidsideaal een zeer hoge taille. Vlak onder de borsten werd het lichaam ingesnoerd, waardoor de borsten wederom prompt omhoog staken. Het derrière had in deze periode een achtergestelde rol, want door de hoge taille kregen jurken de vorm van een soort koker.

Tijdens de Romantiek (1820-1850) snoerden de dames nog steeds hun taille in, alleen verschoof die weer naar zijn natuurlijke plek. In deze tijd werd het modieus om een volumineuze rok te hebben; een kooi constructie (de crinoline) waar de rokken overheen konden vallen, maakte de omvang van de rokken groter zonder dat het gewicht ervan ondraagbaar werd.

Aan het eind van deze eeuw werd de crinoline aan de wilgen gehangen en vervangen door de ‘tournure’. Dit was een constructie die vooral de rok aan de achterzijde benadrukte. Naast de nadruk op het achterwerk, mochten de borsten er ook zijn. Door beide lichaamsdelen te benadrukken ontstond een geliefde S-lijn.

In een oude advertentie zijn vier personen in jurken en hoeden te zien.

Een advertentie voor dameskleding in een catalogus uit 1921

Flickr, Elegant musings via CC BY-NC 2.0 (cropped afbeelding)

Roaring Twenties tot nu

Begin 20e eeuw lijken de dames zich fanatiek af te zetten tegen eerder geprefereerde schoonheidsidealen. De vrouw deed in de maatschappij niet meer onder voor de man, en dat kwam tot uiting in een bepaalde vorm van imitatie. Een jongensachtig figuur was het nieuwe ideaal. De dames droegen in The Roaring Twenties kortere rokken en jurken, wijd en niet getailleerd. Het haar werd kort gedragen en opgestoken. Om dit jongensachtige uiterlijk te bereiken bonden sommige vrouwen zelfs hun borsten in om er sportief, jong en slank uit te zien.

En dan ineens gaat het snel. De volle vrouwelijkheid van Marilyn Monroe was in de jaren 50 als trend pas net een paar jaar gezet toen in de jaren 60 topmodel Twiggy het nieuwe ideaal werd. Haar slanke lichaam gaf uiting aan een nieuw ideaal; het vermogen en de discipline van vrouwen om ‘nee’ te zeggen tegen onaantrekkelijke vetrandjes.

Dit ideaal evolueerde verder in de jaren 70 en 80 met actrices als Farah Fawcett. De fitnessrage die ontstond schreef voor dat vrouwen niet alleen slank dienden te zijn, maar ook afgetraind. Tot op de dag van vandaag is sportief en slank (soms zelf mager) het ideaal dat we van vrouwen verwachten.

Rol van de elite

In mode en schoonheidsidealen is het altijd de elite geweest die ons zijn voorgegaan. Vroeger waren het de vorsten en de edelen, nu zijn het filmsterren en musici. Waarom zij? De exclusiviteit van schoonheidsidealen zit hem vooral in de hoeveelheid tijd en moeite die ervoor nodig zijn om die idealen te verwezenlijken, en de mate van welvaart die ervoor nodig is. Een bleek huidje was vroeger een schoonheidsideaal waar de elite zich mee bezig kon houden, omdat zij niet buiten hard hoefden te werken in de brandende zon. Tegenwoordig zijn filmsterren als Keira Knightley zo slank omdat zij simpelweg tijd hebben om 5 uur per dag in de fitnesszaal te trainen, en een privé trainer kunnen betalen.

Toch zijn schoonheidsidealen dankzij de toegenomen welvaart voor steeds meer mensen toegankelijk geworden. Deze idealen wijken iets af van de idealen van de ‘elite’; het zijn relatief bereikbare idealen geworden binnen ons begrip van welvaart en tijd. Voor de echte mode-junkies is het echter nog steeds een dure hobby. Zij rennen ongetwijfeld direct naar de winkel voor hun skinny jeans. Die laat ik dus mooi hangen als ik ze in de winkel zie.