Naar de content

Pommers werpt nieuw licht op West-Germaanse taalfamilie

Gertjan Postma voor NEMO Kennislink

Het Pommers werd vroeger gesproken aan de zuidelijke kust van de Oostzee, en kwam via emigranten in Brazilië terecht. Gertjan Postma schreef een grammatica van deze taal, die nieuw licht werpt op onze kennis van het West-Germaans.

29 mei 2019

Zes jaar geleden deed taalkundige Gertjan Postma (Meertens Instituut) voor het eerst veldwerk in Brazilië. Op suggestie van een collega-onderzoeker uit Portugal was hij daar met een kleine groep Nederlandssprekenden in contact gekomen. Het waren nazaten van zo’n vijfhonderd boeren uit Zeeuws-Vlaanderen die in de negentiende eeuw naar Brazilië waren geëmigreerd, in de hoop op een beter bestaan.

Hun taal was in die ruim honderdvijftig jaar sterk veranderd. Niet alleen het Portugees had zijn sporen nagelaten, ook talen van andere Europese migrantengroepen hadden hun stempel gedrukt op het van oorsprong Nederlandse dialect. Het bleek echter een lastige opgave om de verschillende invloeden te ontrafelen, omdat het Nederlands van deze mensen ook nog was beïnvloed door een onbekende taal.

Melting pot

In het Nederlands in Brazilië kwam de taalkundige verschijnselen tegen die hij niet kon thuisbrengen. Zoals de omschrijving met ‘doen’, vooral bekend van het Engels (‘Do you like me?’). Maar ook in sommige Nederlandse dialecten komt het voor: ‘Doe jij even de kopjes afwassen?’ Postma: “Volgens de bronnen kwam het vroeger niet voor in Zeeuws-Vlaanderen, maar wél in het Pommers, zelfs in hevige mate. Soms hoor je Pommeren zinnen maken als ‘de plaats waar ik wonen doen deed’.”

Al gauw had hij door dat de Nederlanders in Brazilië ook Pommers spraken en dat die talen elkaar beïnvloedden. “Dat kwam omdat de calvinistische Zeeuwen vrijwel allemaal Luthers waren geworden. In feite zijn de Zeeuwen in de Pommerse gemeenschap opgenomen. Dus de Lutherse omgeving moet de melting pot geweest zijn waardoor het Nederlands en Pommers door elkaar heen zijn gaan lopen.”

Kustdialect

Het Pommers begon de aandacht te trekken van de onderzoeker. Hij kwam erachter dat deze nauwelijks beschreven taal nu eens overeenkomsten vertoont met West-Germaanse talen als het Nederlands, dan weer met het Engels, dan weer met het Fries. Terwijl oude bronnen vaak spreken over immigranten-Duits zonder onderscheid te maken tussen Pommers en het Hünsrückisch dialect. Dat laatste wordt gesproken door een andere groep Duitse migranten, afkomstig uit het gebied ten oosten van Luxemburg. “Wij zouden het Hünsrückisch een Hoogduits dialect noemen”, zegt Postma. “Maar het Pommers klinkt veel meer als een Nederlands dialect. Ook voor een Duitser.”

Kaart van Pommeren uit 1662.

Publiek domein

Het Pommers werd van oudsher gesproken aan de zuidelijke kuststrook van de Oostzee. Het was een kustdialect en heeft kenmerken met andere kustdialecten gemeen. Taalwetenschappers gaan ervan uit dat er vroeger langs de Noordzeekust een heel eigen taal werd gesproken, het Ingweoons. Relicten ervan, ingweonismen genoemd, zouden nog aanwezig zijn in hedendaagse dialecten. Zo vind je in veel kustdialecten s-meervouden zoals in het Engels en het Fries, die ook in het Pommers voorkomen. Een ander verschijnsel is het wegvallen van de n in woorden als ‘ons’. Vergelijk Engels us, Fries ús, Pommers ous. Hoe komen die ingweonismen bij de Oostzee? Friese invloed wellicht?

Friese invloed

Het Pommers heeft meer overeenkomsten met het Fries. Net als het Fries heeft het Pommers twee infinitieven: een eindigend op -e en een op -en. Die laatste wordt voornamelijk gebruikt in zinsconstructies met het voorzetsel ‘te’. In het Fries zeg je bijvoorbeeld ‘ik moat wurkje’ voor ‘ik moet werken’ maar ‘ik hoeg net te wurkjen’ voor ‘ik hoef niet te werken’. Toch is van Friese invloed op het Pommers niet per se sprake, aangezien alle Nederduitse dialecten deze verschijnselen vroeger hadden.

Toch valt het ook niet uit te sluiten als we kijken naar de geschiedenis van Pommeren, zegt Postma: “Drie kloosters, waaronder het klooster Belbuk, werden rond 1200 door Friese monniken en nonnen bezet en het lijkt waarschijnlijk dat die ook Friese boeren meenamen om het land te bewerken. En dan was er in later tijd nog de handel op Pommerse stadjes als Treptow en Kolberg. Die werden met name door Friese en Groningse schippers aangedaan, zo blijkt uit de Sonttolregisters (buitenlandse schepen moesten vroeger tol betalen bij het passeren van de Sont, een water boven de Oostzee, red.) die ik heb bestudeerd.”

Meertalig

Vanaf 1859 emigreerde een groot deel van de Pommeren naar Brazilië en andere delen van Amerika. Een mogelijke reden voor die grootschalige migratie was de industrialisatie, die ervoor zorgde dat de agrariërs hun heil elders zochten, maar ook religieuze redenen kunnen een rol gespeeld hebben. Pruisen had een soort hervormde staatskerk gecreëerd, waar sommige Lutheranen niet blij mee waren.

Afgezien van enkele nazaten in Schleswig-Holstein, is het Pommers in Europa uitgestorven. In Brazilië wonen er naar een ruwe schatting nog tweehonderdduizend. Zo’n honderdduizend wonen in Espirito Santo, waar Postma zowel de taal van jongere als oudere informanten heeft onderzocht. “Jongeren spreken het eigenlijk beter, omdat de ouderen meer zijn beïnvloed door het Hoogduits. Dat komt doordat de dominees uit Beieren kwamen, waar de oud-Lutherse kerk nog bestond. De Lutherse kerkdiensten waren vroeger in het Hoogduits, dat ook de taal van de Bijbel en liederenbundels was. Mensen die religie en cultuur belangrijk vonden, leerden daarom Duits. Nu is dat nauwelijks meer zo. De jongste generatie spreekt Portugees, maar omdat die taal verder afstaat van het Pommers, beïnvloedt zij de taal op een andere manier.”

Voor alle jongere Pommeren geldt dat ze meertalig zijn. Toch is de beheersing van het Pommers vaak vrij goed. Dat besefte de onderzoeker vooral toen hij in Brazilië werd meegenomen naar een kerkdienst. “De dominee wilde zijn preek eigenlijk in het Portugees houden, maar stapte op ons verzoek moeiteloos over op het Pommers. De vloeiendheid waarmee hij sprak en theologische gedachten onder woorden bracht, deed me versteld staan.”

West-Germaans

Dit jaar rondde Postma zijn grammaticaboek van het Pommers af. Het vormt een verrijking voor onze kennis van de West-Germaanse taalfamilie, aldus de taalkundige. Dat gaat zelfs zover dat het de etymologie van woorden kan veranderen: “Neem het Pommerse waidog ‘pijn’. In het Deutsches Wörterbuch vind je dat onder Wehtag. Maar met kennis van het Pommers kom je erachter dat dog een vorm van ‘doen’ is. Het komt dus overeen met Weh tun, ‘pijn doen’, en niet met ‘dag’.”

Ook kan het Pommers nieuw licht werpen op de taalgeschiedenis. “Zo beweren sommige taalwetenschappers dat het Engels een vorm van Scandinavisch is. Het Engels lijkt inderdaad op het Scandinavisch, maar net zozeer op het Pommers. Het Engelse egg komt overeen met Scandinavisch ägg, maar ook met Pommers eich. En dat is een onmiskenbaar Nederduits dialect.”

Bron

Gertjan Postma, A Contrastive Grammar of Brazilian Pomeranian, John Benjamins 2019.

Dit artikel is een publicatie van Meertens Instituut
ReactiesReageer