Naar de content

Hoewel poëzie vaak is doodverklaard, zijn gedichten juist overal aanwezig in onze samenleving. Dat concludeert literatuurwetenschapper Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) die promotieonderzoek deed naar poëzie buiten het boek.

12 februari 2021

Poëzie kom je echt overal tegen: als je over straat loopt, kun je zomaar oog in oog staan met een muurgedicht. Als je de krant openslaat zie je in de rouwadvertenties vaak gedichten of poëziecitaten afgedrukt. Bij jou thuis hangt misschien wel een Plint-poster aan de muur. En de mensen die de meeste poëzie lezen, doen dat op hun mobiele telefoon. Populaire Instagramdichters hebben daar miljoenen volgers.

Het gedicht Eb van Vasalis kom je op allerlei plekken tegen: als Plint-poster, als muurgedicht, in een rouwadvertentie, maar ook als tatoeage. In elke context heeft het een andere betekenis. Het is nooit opgenomen in een bloemlezing. Vanuit boekcentrisch perspectief is het een irrelevant gedicht in onze poëziegeschiedenis, maar vanuit een inclusief perspectief is het juist populair en wijdverspreid.

Straatpoezie.nl via CC BY-NC-ND 4.0

Als je op deze manier naar poëzie kijkt, is het genre een wezenlijk onderdeel van onze cultuur. En toch wordt poëzie vaak weggezet als een nicheproduct, en zelfs met regelmaat doodverklaard. Dat komt doordat de wetenschap tot nu toe vaak vanuit een ‘boekcentrisch’ perspectief naar poëzie keek, verklaart Van der Starre. Als je puur kijkt naar de verkoop van dichtbundels, dan is het een klein genre, maar dat doet geen recht aan de wijdverbreidheid van poëzie. In haar proefschrift keek ze daarom vanuit een ‘inclusief’ perspectief naar gedichten: in de openbare ruimte, op de radio, op sociale media, maar ook op het lichaam, in de vorm van tattoos. Als je met zo’n ruime blik naar poëzie kijkt, verandert ook je kijk op de betekenis van poëzie. Want die verschilt per context.

Dat poëzie nog niet vaak op deze manier is onderzocht, komt volgens Van der Starre doordat gedichten buiten het boek veel vaker gebruiksartikelen worden, terwijl binnen de literatuurwetenschap poëzie beschouwd wordt als iets autonooms. “Alles wat maar een beetje commercieel ruikt en geen boek is, wordt door velen als een bedreiging gezien voor de poëzie.”

De populariteit van Instagramdichters

Nog zo’n broodje-aapverhaal: dat jongeren niet geïnteresseerd zouden zijn in poëzie. Daar klopt niets van volgens Van der Starre. De meest frequente poëziegebruikers vond zij juist onder twintigers en jongere gebruikers, die dagelijks poëzie lezen op Instagram. Die groep is zelfs zo groot dat er een effect merkbaar is op de verkoop van papieren poëziebundels. “Als je kijkt naar de bestverkopende poëziebundels in Nederland van de afgelopen jaren, dan is 60 procent van de top-10 geschreven door Instagramdichters. Dat is heel bijzonder, omdat zij hun gedichten ook gratis publiceren op Instagram.”

Instagramdichters die een mondiale fangroep hebben, schrijven vaak in het Engels. Toch zijn de populairste dichters meestal niet van Amerikaanse of Britse komaf, constateert Van der Starre. “Vaak zijn het vrouwen van kleur met een etnisch diverse achtergrond. Zoals Rupi Kaur: zij is geboren in India en opgegroeid in Canada. Of Lang Leav: zij is Thais-Nieuw-Zeelands. Deze dichters zijn vaak afgewezen bij traditionele uitgeverijen. Rupi Kaur ging publiceren op Instagram en gaf daarna een bundel uit in eigen beheer, wat een immens succes was. Daarna stonden de uitgevers voor haar in de rij.”

Waarom zijn gedichten eigenlijk zo populair op Instagram, terwijl dat in essentie geen tekstueel medium is? “Toen Instagram in 2010 werd gelanceerd, dacht inderdaad niemand: dit wordt een poëziemedium. Het is immers een foto- en videodeelapplicatie en dus een heel visueel medium. Maar als je er langer over nadenkt, is het niet zo gek. Gedichten zijn eigenlijk heel visuele dingen. De lay-out is erg belangrijk voor de betekenis van poëzie. Je herkent in één oogopslag of iets een gedicht is of niet. Instagramdichters lichten dit visuele aspect nog extra uit. Ze denken na over lettertypes en kleuren. En ze gebruiken bijvoorbeeld typemachines, fotografie, of tekeningen, zoals Rupi Kaur doet.”

Man-vrouw

Wat ook opvalt in het onderzoek van Van der Starre, is dat poëzieliefhebbers buiten het boek vaak vrouwen zijn. Dat geldt zowel voor poëziegebruikers op Instagram, voor mensen met poëzietatoeages als voor Plint-liefhebbers. Toch was er ook een uitzondering: de luisteraars van het radioprogramma Candlelight van Jan van Veen zijn voornamelijk mannen, terwijl de gedichten die er worden voorgedragen veelal afkomstig zijn van vrouwen. “Het grappige is dat Candlelight-poëzie ook wel bestempeld wordt als ‘huisvrouwenpoëzie’. Terwijl er dus vooral mannen naar luisteren.”

Poëzie in tijden van crisis

Instagram heeft poëzie misschien een boost gegeven, maar toch denkt Van der Starre niet dat er opeens veel meer mensen zijn gaan dichten. “De meeste Instagramdichters schreven daarvoor ook al poëzie. Dichters gebruiken gewoon altijd alle media die voorhanden zijn.” Wel ziet ze een duidelijke opleving van poëzie sinds de millenniumwisseling. In die tijd kwam er in Nederland een Dichter des Vaderlands en werden er verschillende stadsdichters benoemd. Er was een piek in de hoeveelheid straatpoëzie. Stuk voor stuk eeuwenoude fenomenen die opnieuw leven zijn ingeblazen, weet Van der Starre: “Typisch Nederlands om dat vanuit de overheid te stimuleren. Nederland is natuurlijk een land met goede sociale voorzieningen, en veel verheffingsprojecten vanuit de overheid.”

Eigenlijk is dichten van alle tijden, maar over het algemeen wordt er meer gebruikgemaakt van poëzie in tijden van crisis. “Na de aanslagen op de Twin Towers op 9/11 is er enorm veel poëzie gedeeld. In New York werden uitgeprinte gedichten opgehangen op lantaarnpalen. Veel mensen lieten poëzietatoeages zetten. Brandweerlieden kregen zelfs zoveel gedichten toegestuurd, dat het hoofd van de brandweer op televisie zei: ‘Thank you for all the food and the flowers that you’ve been sending us, but please stop sending us poetry.’” Hetzelfde fenomeen zien we in Nederland. Na de MH17-ramp werden er veel gedichten verspreid, maar ook na de moord op Anne Faber. Er zijn nu al zo’n tien bloemlezingen uitgegeven van poëzie over corona. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog verschenen veel gedichten. “Negatieve emoties vragen blijkbaar om een zoektocht naar woorden. Poëzie tijdens uitvaarten staat op nummer één als het gaat om poëziegebruik onder volwassenen.”

Dat poëzie opleeft in tijden van crisis is een mondiaal gegeven. Maar er zijn toch ook wel culturele verschillen aan te wijzen in poëziegebruik, weet Van der Starre. Engelstalige Instagrampoëzie staat bijvoorbeeld veel meer in de traditie van spoken word. Dat verschilt zowel qua inhoud als qua vorm nogal van de Nederlandse traditionele poëzie. Waar spoken word vaak politiek en activistisch van toon is, zijn Nederlandse gedichten meestal niet-politiek en licht humoristisch, in de traditie van light verse. Ze hebben veel eindrijm en metrum, terwijl Engelstaligen in hun poëzie vooral vrij vers gebruiken.

“Toon Hermans, Annie MG Schmidt en Drs P zijn nog steeds dé idolen van de Nederlandse Instagramdichters. Het genre van spoken word is hier veel jonger. Daarom was het gedicht van Amanda Gorman tijdens de inauguratie van Biden opeens zo’n veelbesproken onderwerp in de Nederlandse media. Voor veel mensen was dit heel vernieuwend. Ik zou zeggen: kijk op YouTube, want dat staat vol met dit soort performances.”

Kila van der Starre is oprichter van de website straatpoezie.nl. Lees ook het interview op NEMO Kennislink. Ze maakt deel uit van het dichtersduo Kila&Babsie. Het proefschrift is als gratis e-book te downloaden. Dit proefschrift werd mede mogelijk gemaakt met financiële steun van NWO.

ReactiesReageer