Je leest:

Pedo’s in beeld

Pedo’s in beeld

Auteur: | 1 oktober 2010

Pedofilie en kinderporno halen dagelijks het nieuws. De maatschappelijke verontwaardiging lijkt alsmaar groter te worden, hoewel nog veel onbekend is. Zo wordt alles wat met seks en kinderen te maken heeft geregeld (onterecht) op één hoop gegooid. Tijd voor enige uitleg.

Jules Mulder, directeur van behandelcentrum De Waag, kan zich nog goed herinneren dat hij in de jaren negentig een boekje uit 1985 tegenkwam over pedofilie: ‘Er stond in hoe gewoon pedofilie eigenlijk was. De strekking van het boekje was min of meer: op een oude fiets moet je het leren. De schrijver zou nu aan de hoogste boom worden gehangen.’

Het boekje is nog geen 25 jaar oud. Pedofilie, pedoseksualiteit en kinderporno werden destijds nog niet zo publiekelijk veroordeeld als nu. In de jaren zeventig pleitte PvdA-politicus Edward Brongersma zelfs openlijk voor pedofiele relaties en was ook de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming daar voorstander van.

Dergelijke uitingen zijn anno 2009 ondenkbaar. De maatschappelijke interesse en morele verontwaardiging zijn aanzienlijk toegenomen. Toch stuiten betrokkenen nog op veel onwetendheid ten aanzien van pedofilie, pedoseksualiteit en kinderporno. Zo gooien veel mensen alles wat met seks en kinderen te maken heeft op één hoop. Ook journalisten, die geacht worden goed geïnformeerd te zijn, doen dat.

Het was voor de afgestudeerde journaliste Jacomijn de Lange vorig jaar reden om voor haar scriptie onderzoek te doen naar de berichtgeving over pedofielen en pedoseksuelen. De Lange: ‘Ik was op zoek naar informatie over Lolita, de roman waarin een veertigjarige een relatie heeft met een twaalfjarige. Ik kwam terecht op een forum voor pedofielen en daar was veel tegenstand tegen seksueel misbruik van kinderen. Ik had iets anders verwacht. Eigenlijk is pedofilie zonder dat er seks bij voorkomt een onbekend iets. Ik ben er meer over gaan opzoeken en raakte geïnteresseerd in de beeldvorming.’

Wat bleek? De media halen de termen consequent door elkaar, gebruiken slechts twee omschrijvingen – ‘pedofilie’ en ‘seksueel misbruik’ – en stellen die ook nog gelijk aan elkaar. De verschillen zijn evenwel evident.

De maatschappelijke verontwaardiging over pedofilie wordt steeds groter. Op YouTube reageren mensen emotioneel op Amsterdamse ontuchtzaak.

Wat is nu wat?

Pedofilie is het verlangen naar seksueel contact met prepuberale kinderen. Pedoseksualiteit is het daadwerkelijk hebben van seks met prepuberale kinderen, om uiteenlopende redenen. Kinderporno is pornografisch materiaal waarop minderjarigen worden getoond. Een pedofiel is dus niet – zoals veel mensen denken – per se voorstander van seks met kinderen, laat staan van seksueel misbruik. Marc Dutroux was een pedoseksueel: hij had een psychopathologische stoornis en leefde zich uit op kinderen, maar hij had geen exclusieve seksuele voorkeur voor kinderen.

Kinderporno kan drempelverlagend werken op pedoseksualiteit, maar dat hoeft niet. Handelaren in kinderporno hebben ook vaak economische motieven – het verdienen van geld – zonder gevoelens voor kinderen te koesteren. Volgens Mulder is de verwarring vooral een taalkundige, maar niet een heel dramatische. Evenwel zegt hij: ‘Het verschil zit ’m in wel of niet handelen naar de geaardheid. Genuanceerd erover praten is vaak niet aan de orde. Maar dat is niet goed naar de pedofiel toe, die niet actief handelt naar zijn gevoelens.’

Pedoseksualiteit, actieve pedofilie, is een psychoseksuele stoornis die volgens de DSM, de internationale standaard voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen, behoort tot de parafilieën. Parafilie is de verzamelnaam van een groep seksuele gedragingen of fantasieën die over het algemeen als afwijkend van de heersende normen worden beschouwd of schadelijk zijn. Homofilie stond zelfs tot in de jaren zeventig op de lijst van parafilieën.

Volgens Mulder kan een oorzaak van pedofilie zijn dat de pedofiel op te jonge leeftijd bezig was met seksualiteit, bijvoorbeeld doordat hij of zij gedwongen was mee te kijken naar porno. ‘Dan ontstaat een vervormd seksueel script. Sommige pedofielen werden daardoor vroegrijp en masturbeerden op heel jonge leeftijd al heel veel.’ Een aanzienlijk aantal pedofielen is vroeger zelf misbruikt. Zij die het nare van de ervaring hebben verdrongen kunnen dat in hun hoofd ‘corrigeren’ door later ‘lief’ te zijn naar kinderen. Zij die het spannend vonden, kunnen later eenzelfde voorkeur ontwikkelen. Zij willen de oudere/jongere-band versterken.

Bij De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie, probeert men inzicht te krijgen in de complexe achtergrond van het gedrag en de manier van denken. Volgens Mulder komt de drang tot pedoseksueel handelen voort uit een van vier ‘startpunten’: een gebrek aan sociale intimiteit met volwassenen, een seksuele voorkeur voor kinderen, een gebrek aan controle over gevoelens (bijvoorbeeld door drankgebruik) of een antisociale levenshouding (bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Als ik iets wil, dan mag ik dat’, of ‘ik heb er recht op’).

Iemand met een seksuele voorkeur voor kinderen én een sterk antisociale levenshouding is de ‘meest gevaarlijke’ pedoseksueel. Mulder: ‘Dat wordt de sexual predator genoemd, het seksuele roofdier. Maar dat is maar een heel kleine groep.’

Nuance

Cijfers over pedofielen en pedoseksuelen zijn er niet, althans geen precieze. Wilde schattingen gaan uit van enkele tienduizenden tot ruim honderdduizend pedofielen in Nederland. Daarvan is slechts een klein deel vrouw.

Mulder: ‘Er is veel onduidelijkheid over de aantallen, omdat er veel zogenaamde dark numbers zijn, gevallen die niet bekend zijn.’ Bij De Waag is meer bekend over de cijfers van recidive, terugvallen in het strafbare gedrag. ‘De kans op recidive is groter dan bij andere delicten’, zegt Mulder. ‘Bij die sexual predators is dat tachtig procent. Over het algemeen is het recidivecijfer twintig procent. Dat is zonder behandeling. Na behandeling is het tien procent. Dat alle pedofielen terugvallen is in elk geval niet waar. Als ze terugvallen gebeurt het op de langere termijn, vijf tot vijftien jaar.’

De Lange deed onderzoek naar de berichtgeving over de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit, veelal de ‘pedopartij’ genoemd, in de Volkskrant en NRC Handelsblad. Behalve dat de kranten pedofilie gelijk stelden met kindermisbruik, concludeerde De Lange ook dat de journalisten zich niet bezig hielden met hun principiële taak: objectieve berichtgeving. De kranten keerden zich openlijk tegen de ‘pedopartij’, suggereerden dat PNVD’ers onbetrouwbaar en crimineel zijn en een verslaggever wilde zelfs niet met PNVD’ers praten. De Lange pleit voor meer nuance.

‘Sommige journalisten trokken fel van leer tegen pedofielen’, aldus De Lange. ‘Dat is niet hun taak. Een journalist hoort geen paniek te zaaien. Mensen hechten veel waarde aan wat kranten of televisierubrieken melden. Mensen gaan ervan uit dat wat in de krant staat waar is.’

De Lange weet als gevolg daarvan dat de media een grote rol kunnen spelen in het beïnvloeden van de publieke opinie. ‘Niemand is gebaat bij paniekreacties. De pedofiel niet, de ouders van het slachtoffer niet en het slachtoffer zelf natuurlijk al helemaal niet. De vraag is of een eventueel trauma van het slachtoffer groter is door de ervaring zelf of door de reacties op hetgeen is gebeurd.’

De reacties zijn van grote invloed op de slachtoffers, bevestigt Mulder. ‘Het is heel belangrijk hoe ouders reageren. Als zij tegen hun kind zeggen dat het zijn of haar eigen schuld was, dan heeft dat soms fatale gevolgen. Kinderen kunnen dat niet verwerken.’ Seksueel misbruik kan levenslange ellende opleveren. Mulder: ‘Als er geweld, dwang of wapens bij het delict zijn gebruikt, hebben slachtoffers angst voor het leven. 95 procent van de slachtoffers van incest heeft langdurige problemen.’

Alle ellende ten spijt, soms hebben contacten een positief effect. ‘Bij onvrijwillige incest is de schade veel groter dan wanneer er sprake was van vrije wil’, zegt Mulder. ‘Dan kunnen seksuele contacten met pedofielen ook positieve dingen met zich meebrengen, zoals zorg, pedagogische aspecten of hulp bij huiswerk.’

Kinderporno op het net

Pedofielen hebben dikwijls kinderporno in bezit. Andersom lopen bezitters van kinderporno verhoogd risico op pedoseksualiteit, al is de kans dat dat daadwerkelijk gebeurt niet groter dan tien procent, volgens Mulder. Het verspreiden, tentoonstellen, maken, invoeren, doorvoeren, uitvoeren of in voorraad hebben van kinderporno is strafbaar in Nederland.

Waar liefhebbers van kinderporno vroeger hun boekjes heimelijk vanonder de toonbank in een sekswinkel moesten krijgen, is er nu het internet. Dat biedt een ongekend grote mogelijkheid om aan pornografisch materiaal met kinderen te komen. Met als gevolg dat het makkelijker is om soortgenoten tegen te komen en materiaal uit te wisselen. Door de vele mogelijkheden die het internet biedt, wordt bij veel kinderpornoliefhebbers de nieuwsgierigheid geprikkeld. Sommigen gaan achter de computer zitten, doen de deur dicht en struinen avond na avond op het web om zoveel mogelijk materiaal te downloaden. The sky is the limit. Mulder: ‘Internet brengt andere problemen met zich mee, zoals obsessief gedrag. Je hebt er bij die wel vijfhonderdduizend plaatjes hebben. Daar zitten dan ook spaarders bij die series sparen en bijvoorbeeld nog plaatje 15 en 17 zoeken.’

Omdat de wereld van kinderporno zich nu voornamelijk op internet bevindt, is de aandacht van de politie naar het web verschoven. Politieman Peter Reijnders zette vorig jaar als landelijk projectleider kinderporno het Landelijk Verbeterprogramma Aanpak Kinderpornografie op. Met dit programma wil de politie de opsporing verbeteren. Reijnders: ‘De focus verschuift van de downloaders naar de slachtoffers en producenten (onder meer om criminele netwerken en financiële stromen op te sporen – wm), er wordt gezocht naar meer capaciteit om zaken op te lossen en ook naar nieuwe technologieën om de enorme hoeveelheid materiaal sneller te bekijken.’

De politie werkt nauw samen met organisaties als Interpol en Europol. Internet overstijgt de landsgrenzen. Mede daardoor is kinderporno op internet nog altijd een behoorlijk grijs gebied. Kinderpornosites wisselen vaak van inhoud of bezitters wisselen materiaal uit via nieuwsgroepen. Velen surfen op internet met een valse identiteit. Dergelijke trucs bemoeilijken de opsporing en zorgen ervoor dat de vermoedens groot zijn dat slechts het topje van de ijsberg traceerbaar is. Reijnders is dan ook terughoudend met cijfers. Jaarlijks behandelen politie en justitie zeven- à achthonderd zaken, maar de verhoudingen tussen mannelijke of vrouwelijke kinderpornobezitters of gegevens dat de laatste zich ook schuldig maken aan kindermisbruik, zijn niet altijd direct herleidbaar. Over het algemeen wordt wel aangenomen dat er veel meer mannen dan vrouwen actief zijn.

Misbruik door vrouwen

Lang werd kindermisbruik alleen aan mannen toegeschreven. Dat ook vrouwen zich schuldig maakten aan misbruik bleef lang buiten het zicht. Het zorgzame karakter van vrouwen stond die beschuldigingen in de weg, of slachtoffers werden niet geloofd.

In het voorjaar ontspon zich een enorm schandaal in Engeland. Vanessa George (39), juf op kinderdagverblijf Little Ted’s in Plymouth, bleek de spil in een groep van drie kindermisbruikers. George, zelf moeder van twee tienerdochters, maakte zich op het kinderdagverblijf schuldig aan seksueel misbruik van jonge kinderen en het fotograferen van haar daden. Zij verstuurde de beelden via Facebook naar de alleenstaande moeder Angela Allen (39) en vader en zakenman Colin Blanchard (38). Het schandaal kwam in mei aan het licht toen een collega van Blanchard op diens computer talloze foto’s aantrof. Het misbruik vond plaats vanaf eind 2008, zes maanden lang. In november heeft de rechter uitspraak gedaan in de zaak.

Kwetsbare verzamelplekken

Sociale netwerken als MSN, Hyves, Facebook en Twitter zijn populaire en tegelijk mogelijk kwetsbare ‘verzamelplekken’. Kinderen zijn veel actief op die sites. Zij plaatsen op hun profielen vaak foto’s en andere persoonlijke kenmerken, een speeltuin voor volwassenen die speciaal daarnaar op zoek zijn. Reijnders: ‘Sociale netwerken zijn ook toegankelijk voor mensen met andere belangen. Het is belangrijk dat kinderen voorzichtig zijn met wat ze erop zetten en dat hun ouders hun dat ook duidelijk maken.’

Bij de politie is bekend dat het op beelden vastgelegde misbruik steeds erger wordt. Het misbruik wordt gewelddadiger en de slachtoffers worden jonger. Ook nemen door de toename van het internetverkeer (snellere verbindingen) de beschikbaarheid en toegankelijkheid toe. Dat daardoor een groeiend aantal kinderen het risico loopt slachtoffer te worden, kan niet worden gezegd. Uit enkele onderzoeken blijkt juist dat seksueel misbruik van kinderen is afgenomen.

Schandpaal

Inmiddels is duidelijk dat pedofilie, pedoseksualiteit, kinderporno en seksueel misbruik een steeds prominentere plek innemen op de maatschappelijke agenda. Zaken als die van Dutroux in de jaren negentig en Benno L., de zwemleraar uit Den Bosch die heeft toegegeven ontucht te hebben gepleegd met kinderen, houden de gemoederen flink bezig. De verontrustheid staat scherp in de belangstelling van politie, justitie, politiek en de media.

Hoe verwerpelijk ook, de maatschappelijke tendens om ‘viespeuken’ aan de schandpaal te nagelen slaat steeds meer door, vindt Mulder. ‘Ruiten worden ingegooid, ze worden met foto’s en adres op websites geplaatst, ze krijgen stadsverboden. Die sfeer is wel zorgelijk. Ze worden neergezet als monsters en ik vrees dat dat de komende jaren alleen maar erger gaat worden.’

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Crimelink.
© Crimelink, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 oktober 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.