Je leest:

PAS op de plaats

PAS op de plaats

Auteur: | 1 december 2019

Vogeltjes die door hun pootjes zakken vanwege te weinig kalk in hun eischalen. Zeldzame veenplantjes die verdwijnen uit natuurgebieden door verzuring. Nederland neemt een hypotheek op de toekomst, door nu al ruimte te bieden aan stikstofgenererende activiteiten, terwijl het natuurherstel pas later volgt (of niet). Sinds de Raad van State heeft besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet acceptabel is, zijn er al veel artikelen verschenen om de problemen te duiden. Aangezien de agrarische sector veel stikstof uitstoot, vindt de politiek dat die sector moet saneren. Dat plan is echter te kort door de bocht volgens landbouwdeskundige Kees Kroes.

Dit nieuwsbericht is geschreven als onderdeel van een schrijfopdracht voor de masteropleiding Science Education and Communication aan de Universiteit Utrecht. Het beste nieuwsbericht werd na eindredactionele revisie gepubliceerd op NEMO Kennislink.

Heel bouwend Nederland ligt plat, omdat we een probleem hebben met stikstof. Het acute probleem is echter niet zozeer de hoeveelheid stikstof, maar de manier waarop de overheid met stikstof omgaat. De maatregelen die de overheid heeft getroffen zijn samengevat in het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS is in 2015 in het leven geroepen om zowel economische ontwikkelingen als een gezonde natuur te waarborgen. Wanneer er nieuwe (bouw)projecten opgestart worden om economische groei mogelijk te maken, wordt er vrijwel altijd stikstof uitgestoten. In Nederland kennen we echter bepaalde gebieden waar zeldzame planten- en diersoorten voorkomen die niet tegen die extra stikstof bestand zijn. Het gaat daarbij om speciaal daarvoor aangewezen natuurgebieden, de zogeheten Natura-2000 gebieden. Het PAS verleende vergunningen voor stikstof-uitstotende projecten in de buurt van die gebieden, op basis van verwachtingen dat die uitstoot in de toekomst gecompenseerd zou worden. Die compensatie was mogelijk door elders een afname van stikstofuitstoot te veroorzaken, bijvoorbeeld door het plaatsen van luchtwassers op veestallen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei echter uitspraak gedaan dat die methode niet acceptabel is en in strijd is met de Europese Habitatrichtlijn (“PAS mag niet als toestemmingsbasis voor activiteiten worden gebruikt”). Het PAS gaf namelijk geen zekerheid dat de compensatiemaatregelen voor de stikstofuitstoot ook daadwerkelijk genomen zou worden.

Transport uitgestoten stikstof naar natuurgebieden.
Rapport ‘Stikstofuitstoot in Nederland’

Stikstof neerslag

Het probleem is dat stikstof-uitstotende projecten extra reactief stikstof in de lucht brengen. Lucht bestaat namelijk van nature al uit ca. 78% “gewone” stikstof (N2). De extra stikstof komt echter in andere vormen voor, zoals stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3), die beiden reactief zijn en daarom kunnen reageren met stoffen in hun omgeving. Stikstofoxiden worden met name door de vervoerssector en de (chemische) industrie geproduceerd en ammoniak wordt vooral in verband gebracht met de landbouw. Deze reactieve vormen van stikstof kunnen via de lucht naar natuurgebieden worden getransporteerd. Daardoor wordt het gewas bemest en verzuurt de bodem tegelijkertijd. Veel gewassen zijn gebaat bij deze bemesting/verzuring, maar een aantal gewassen in de Natura-2000 gebieden gedijt juist beter op voedselarme grond. Deze zeldzame soorten kunnen verdwijnen wanneer de bodem verzuurt, waarmee ook de leefomgeving van bepaalde diersoorten verdwijnt en de biodiversiteit afneemt. Het PAS moest een dergelijke negatieve spiraal voorkomen door te eisen dat de stikstofuitstoot gecompenseerd zou worden.

Uitgelicht door de redactie

Cultuurwetenschappen
‘Het dominante verhaal over slavernij heeft weinig te maken met de feiten’

Biotechnologie
Zeven vragen over coronamedicijnen

Geneeskunde
Zes vragen over de boosterprik

Eerlijke oplossing

Nu het PAS niet langer geldig is, liggen alle (bouw)projecten die daarop gebaseerd waren stil. Om die enorme impasse in de bouwsector te doorbreken suggereren met name links georiënteerde politieke partijen en natuuractivisten oplossingen om de totale hoeveelheid stikstof die in Nederland uitgestoten wordt te verminderen via de landbouw. De agrarische sector heeft namelijk het grootste aandeel in de ammoniakemissie (een veel voorkomende vorm van stikstof) (“Stikstofuitstoot in Nederland,” n.d.). Wanneer met name de rundveehouderij fors inkrimpt, komt er ruimte vrij voor andere projecten, die stikstof veelal in de vorm van stikstofoxiden uitstoten. Deze redenering is echter te kort door de bocht volgens Kees Kroes, projectleider bij Projecten LTO Noord, een vereniging van en voor agrarische ondernemers.

“D66 en natuuractivisten doen in principe hetzelfde als de PVV”, volgens Kroes. “De PVV neemt integratieproblemen waar. Ook is het percentage Marokkanen in aanhoudingen en strafzaken hoog. Vervolgens trekt de PVV botweg de conclusie dat de oplossing ‘minder Marokkanen’ is. In dit geval zien we iets vergelijkbaars. Er is een stikstofprobleem en de meeste stikstofemissie wordt veroorzaakt door de landbouw, dus is de conclusie botweg dat we de veestapel drastisch moeten verkleinen.” Ook de landbouw kan zeker nog verder reduceren, maar het zou niet eerlijk zijn de boeren nu opnieuw alleen op te laten draaien voor de huidige problemen, omdat de emissie van ammoniak door de veehouderij sinds 1990 al met ca. twee derde is afgenomen, zoals blijkt uit onderstaande figuur 2, dat gepubliceerd werd door Wageningen Universiteit. Dit was te danken aan onder anderen emissiearme stallen en emissiearme bemestingsmethoden. “De lasten voor verdere vermindering van de uitstoot zouden niet opnieuw bij deze sector mogen liggen”, vindt Kroes.

Bovendien merkt Kroes op dat ammoniak zich zeer lokaal verspreidt. “Wanneer je bijvoorbeeld varkensboeren in het oosten of zuiden van het land laat opdraaien voor de gevolgen van het huidige stikstofprobleem, lost dat niets op voor de bouwstops in het westen. Daarmee wordt het probleem afgewenteld op anderen.”

Ammoniakemissie veehouderij tussen 1990 en 2016.
Luesink

Uitstoot verminderen versus compenseren

Ook is Kroes van mening dat natuurbeheerorganisaties veel beter hun best kunnen doen om uitstoot te compenseren: “Natuurgebieden hebben te kampen met de erfenis van de vorige eeuw, waarin naast stikstof ook grote hoeveelheden zwavel werden uitgestoten door kolencentrales en verbranding van benzine en stookolie. Boeren weten dat je de bodem altijd in balans moet houden en zij compenseren bemesting met bijvoorbeeld het uitstrooien van kalk.” Bij het oplossen van kalk (CaCO3) in water komen carbonaationen vrij; dat zijn deeltjes die de verzuring tegengaan. Deze techniek zou vrij gemakkelijk toegepast kunnen worden in grote delen van natuurgebieden. “In feite is er gedurende meerdere decennia sprake geweest van bodemverwaarlozing. Een slachtofferrol door natuurbeheerders en -organisaties is dus niet op zijn plaats, maar men kan beter starten met goed bodembeheer”, aldus Kroes.

Dat stikstof zowel positieve als negatieve effecten heeft op de bodem moge duidelijk zijn. “We kunnen stikstofemissie echter deels compenseren en verminderen”, volgens Kroes en volgens hem zou de oplossing van het probleem niet (opnieuw) alleen bij de boeren moeten liggen. Verder moeten we volgens Kroes “uiteraard eerst een kloppend beoordelingssysteem maken dat het PAS vervangt.” De uitstoot van stikstof moet zowel aan de voorkant (via het voorkomen van vervuiling) als aan de achterkant (via compensatie) aangepakt worden. Dan staan slappe vogeltjes weer stevig met beide pootjes op kalkrijke natuurgrond.

Bronnen

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 december 2019
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.