Naar de content

Orang-oetan heeft controle over zijn spraak

Flickr.com, Brad via CC BY 2.0

Het is voor het eerst gelukt om een orang-oetan nieuwe klanken aan te leren, waarbij hij zijn stemapparaat moet manipuleren. De bevinding pleit voor een nieuw evolutiescenario voor taal. De ontwikkeling van het menselijk taalvermogen is mogelijk al begonnen bij de gezamenlijke voorouder van de mens en mensaap.

5 augustus 2016

Taal is uniek voor de menselijke soort. Zelfs apen, die het dichts bij ons staan op de evolutionaire ladder, kunnen geen taal leren. Hun spraakkanaal is niet geschikt om onze verfijnde klanken te produceren, en ook vanuit cognitief perspectief is ons complexe grammaticasysteem een brug te ver voor een niet-menselijke primaat.

Zelfs het begin van de ontwikkeling van menselijke spraak werd tot op heden toegeschreven aan de menselijke soort. Het vermogen om nieuwe klanken te leren, cruciaal voor het leren van taal, leek namelijk afwezig bij apen. Maar nu is het onderzoekers toch gelukt om een orang-oetan in de dierentuin van Indianapolis, Rocky genaamd, nieuwe klanken aan te leren.

De bevindingen van dit onderzoek zijn onlangs gepubliceerd in Scientific Reports. De hoofdonderzoeker, Adriano Lameiro, voerde het onderzoek uit in dienst van de Universiteit van Amsterdam; inmiddels werkt hij voor de Engelse Durham Universiteit.

De menselijke maat

In het verleden is al vaker grootschalig onderzoek gedaan naar taalleren bij apen, vooral chimpansees. Maar de onderzoeksmethoden hadden zo hun beperkingen. De onderzoekers probeerden de apen vooral woorden te leren, wat weinig resultaat opleverde. Omdat de dieren niet in staat bleken menselijke klanken te reproduceren, kregen ze al snel gebarentaal aangeleerd. Het onthouden van een aantal gebaren lukte nog wel, maar een grammaticaal systeem leerden ze niet.

Dat de onderzoekers al snel hun interesse verloren in het klankenrepertoire van de apen, kwam doordat ze het direct vergeleken met het menselijke klankpalet – bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal van soortgenoten. Daaruit maakten ze op dat het menselijk klanksysteem onevenaarbaar was. Hedendaagse methodes maken het echter mogelijk om geluiden van orang-oetans in hun eigen context te analyseren, in plaats van de menselijke maat voorop te stellen.

Wookies

Rocky was acht jaar oud ten tijde van het onderzoek. Een van de onderzoekers deed een imitatiespel met de orang-oetan waarbij deze willekeurige klanken, variërend in toon en toonhoogte, moest nabootsen. Als antwoord op het spel produceerde Rocky unieke klanken, door de onderzoekers aangeduid als wookies. Niet te verwarren met de gelijknamige wezens uit Star Wars. Het zijn klanken die nog nooit eerder zijn aangetroffen bij andere orang-oetans. Dat blijkt uit een vergelijking van geluiden van zo’n 120 andere orang-oetangs, die zijn vastgelegd in een omvangrijke database.

Anders dan de normale gromgeluiden die orang-oetans maken, laten de wookies zien dat Rocky in staat is de trilling van zijn stembanden te manipuleren. Net als mensen kan hij bijvoorbeeld een verschil maken tussen stemhebbende klinkerachtige en stemloze consonantachtige klanken, en kan hij klanken produceren die variëren in lengte. Ook kan hij net als mensen de luchtstroom reguleren tijdens het maken van klanken, door bijvoorbeeld zijn buikspieren te gebruiken.

Cognitie

Overigens laten de wookies alleen zien dat orang-oetans wel degelijk nieuwe klanken aan kunnen leren, maar echte mensentaal spreken is voor apen onmogelijk. Daarvoor hebben ze een verfijnder spraakkanaal en hogere cognitieve vaardigheden nodig.

Op basis van hun bevindingen concluderen de onderzoekers dat de evolutie van gesproken taal veel eerder is begonnen dan eerder werd verondersteld. Het lijkt nu zelfs mogelijk dat de evolutie van het menselijk taalvermogen gelijk opging met de evolutie van ons cognitieve vermogen. Het blijft nog bij speculatie, maar het zou een heel nieuwe blik kunnen werpen op ons inzicht in taalevolutie.

Bron:

Lameira, A.R. en M.E. Hardus, A. Mielke, S.A. Wich and R.W. Shumaker: ‘Vocal fold control beyond the species-specific repertoire in an orang-utan’, in: Scientific Reports. DOI:10.1038/srep30315

ReactiesReageer