Je leest:

Ook zorgen voor humus in de bodem

Ook zorgen voor humus in de bodem

Eigenaars van tuinen en akkers kunnen kiezen uit honderden organische meststoffen. Daarmee zorg je voor humus in de bodem, zeggen deskundigen. Desgewenst kun je daarnaast nog wat kunstmest toevoegen: hier nog wat stikstof, daar nog een beetje fosfaat of magnesium.

GFT-afval, kippenmest, koemest, bietenblad, kunstmest, groenbemesters of bewerkt bermmaaisel. Er zijn honderden manieren om ervoor te zorgen dat de bodemvruchtbaarheid van een akker of (moes)tuin op peil blijft. Maar waar moet je nu als pachter of landeigenaar voor kiezen?

Leven op pilletjes

Biologische boeren en moestuinhouders zijn gewend om alleen met organische meststromen te werken. Zij zijn daar ook vaak tevreden mee. Tegelijkertijd vertrouwt 95 procent van de Nederlandse telers al decennialang op kunstmest. Maar net zo min als wij kunnen leven op pilletjes, is kunstmest voldoende om de bodem te ‘voeden’. Een bodem heeft namelijk, behalve voedingsstoffen voor de planten, ook humus nodig, afkomstig van vers organisch materiaal.

Vers organische materiaal op het land komt van bijvoorbeeld graanstengels die achterblijven. Of van koemest. Of van nog niet helemaal verteerd compost. En in Afrika brengen boeren bladeren van naburige struiken op het land als vers organisch materiaal, een vorm van ‘agroforestry’, waar sinds kort ook in Europa belangstelling voor is.

Aarde
Deze bodem lijkt veel humus te bevatten, te zien aan de hoeveelheid zwart in de toplaag.
Markus Baumeler

Luchtige bodemstructuur

Humus is dat deel van de organische stof in de bodem dat na afbraak en vertering van het verse organische materiaal overblijft. Het is het zwarte, stabiele organische materiaal waar voedingsstoffen aan gebonden zijn. Humus zorgt voor een luchtige bodemstructuur waarin planten diep kunnen wortelen. Het sponsachtige materiaal zorgt voor wateropslag, zodat telers minder hoeven te irrigeren. En met humus wordt koolstofdioxide opgeslagen in de bodem, wat de hoeveelheid broeikasgas in de lucht vermindert.

Dit Engelstalige filmpje leert hoe we (wereldwijd) meer koolstofdioxide in de bodem kunnen opslaan door het humusgehalte te verhogen: we moeten zorgen voor meer diversiteit in de gewassen, voor compostering en de bodem moet bij voorkeur het hele jaar door bedekt zijn met gewas(resten).

Graaf een kuil

Hoe weten telers of ze genoeg humus in de bodem hebben? “Wat helpt is een kuil graven om het bodemprofiel te bekijken”, zegt Marjolein Hanegraaf van het Nutriënten Management Instituut (NMI) in Wageningen. Het NMI heeft een databank met meer dan 1100 verschillende kunstmesttypes. Hanegraaf onderzoekt, onder andere voor kunstmestleverancier OCI Agro, hoe je die verschillende soorten kunstmest kunt combineren met organische meststromen en (meer) bodemleven. En dan ook nog op zo’n manier dat het humusgehalte voldoende blijft en de planten tegelijkertijd voldoende voedingsstoffen krijgen.

Steeds meer telers graven nu kuilen. Aan een kuil is ongeveer de hoeveelheid humus te bepalen door de toplaag in je handen fijn te wrijven: worden je handen pikzwart, dan lijkt de bodem veel organische stof te hebben. Blijven ze half wit, dan lijkt er weinig organische stof in de toplaag te zitten.

Zandgrond
Zandgrond in Valthermond (Drenthe). Het donkergrijze deel bevat behoorlijk wat humus.
NMI

Verschillen tussen akkers

Wie het precieze humusgehalte wil weten, laat het door een laboratorium onderzoeken. “En dan zie je verschillen tussen en binnen akkers”, zegt Hanegraaf. Ze geeft het voorbeeld van maisakkers in provincies met veel zandgrond: in Drenthe is het gemiddelde organisch stofgehalte negen procent, in Gelderland zeven procent en in Noord-Brabant drie procent.

“Wij adviseren dan om te streven naar het gemiddelde in een regio.” Brabantse boeren die bijvoorbeeld op een deel van hun maisakker maar twee procent organische stof hebben, kunnen dit verhogen met meer organische mest, zoals koemest of gecertificeerde GFT-compost. In ieder geval moeten deze telers proberen het organisch stofgehalte op peil te houden.

Aanvankelijk kost dit geld. Als je bijvoorbeeld kiest voor vastere koemest, geeft dit meer humus dan de waterige varkensmest. Maar je land beschikbaar stellen voor varkensmest levert geld op. En zo kost het kopen van gecertificeerde en schone compost geld. Evenals het verbouwen van een groenbemester of haver, in plaats van nog een keer aardappelen, want die leveren per ton meer geld op.

Effecten van haver en bladrammenas

“Maar die investeringen verdienen zich na een jaar of acht weer ruim terug”, zegt Janjo de Haan, onderzoeker bij Wageningen UR. De Haan onderzoekt op proefbedrijf Vredepeel in Limburg wat het oplevert als boeren sturen op een hoger humusgehalte. Velden met alleen kunstmest en velden met ook organische mest worden bij Vredepeel, een akkerbouwbedrijf op zandgrond, al vijftien jaar gevolgd. De onderzoekers kijken ook naar het effect van een ruimere gewasrotatie, met behalve de gebruikelijke ‘roofgewassen’ als aardappelen, suikerbieten en mais, ook gerst, gras, bladrammenas en Japanse haver. Bij die laatste gewassen blijven resten achter, zodat ook meer humus wordt gevormd.

Bladrammenas
Bladrammenas op proefbedrijf Vredepeel zorgt er voor extra humusvorming.
Wageningen UR

De Haan: "We zien dat na acht jaar investeren, gewassen in de velden met humusvorming meer opbrengen. De waarde van die hogere opbrengst is beduidend groter dan de voor humus gemaakte kosten, zo berekende De Haan. "Maar meer organische stof aanvoeren betekent niet dat meteen een hoger percentage humus wordt gemeten. Akkerbouwers moeten wel twintig tot vijftig jaar jaarlijks vele kilo’s organische mest aanvoeren, om het percentage humus een procentje te verhogen.

Zand in kluitjes

Volgens De Haan zijn de voedingsstoffen die humus levert niet het belangrijkste voordeel voor de teler, want voedingsstoffen kun je óók via kunstmest toedienen. Het grootste voordeel is dat zand mét humus in kluitjes aan elkaar vastplakt. Wortels kunnen daar beter doorheen groeien dan door los zand. En doordat er dankzij humus meer bodemleven is, worden planten ook minder snel aangetast. Rond de wortels zitten dan namelijk meer nuttige bacteriën of aaltjes, die planten tegen ziekteverwekkers beschermen.

Wereldwijd ontwikkelen kennisinstellingen en bedrijven nu allerlei rekenmodellen om telers te ondersteunen in hun keuzes voor organische meststoffen en kunstmest. Hanegraaf: “Veel telers willen nu sturen op meer humus. Maar ze willen ook van alle voedingsstoffen voor hun gewas de juiste verhoudingen in de bodem hebben. Wij kijken dan dus eerst naar de bodemkwaliteit van een akker, dan naar de gewassen die worden geteeld, en dan pas berekenen we de benodigde minerale stoffen die via kunstmest zijn toe te dienen.”

“En dat is beter dan de standaardadviezen die vrijwel alle boeren tot voor kort nog volgden”, aldus Hanegraaf. “Op zandgrond bijvoorbeeld strooiden Drentse, Gelderse en Brabantse boeren decennialang standaard vierhonderd kilogram stikstof, geen rekening houdend met de verschillen in humusgehalte. Totdat de overheid twintig jaar geleden vanwege de milieubelasting dit getal halveerde. Wij willen die standaardadviezen actualiseren zodat de telers eerst goed kijken naar wat de bodem en de omgeving van nature al geeft.”

Humus springend
Publieksactie Help Humus
Help Humus

Vind je ook dat er meer humus moet komen, doe dan mee met de publieksactie Help Humus, waarbij je kunt tekenen voor meer humus.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 december 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE