Je leest: Nobelprijs voor afwijzen kernwapens

Nobelprijs voor afwijzen kernwapens

Kernoorlog mag nooit optie zijn, zegt Nobelprijscomité

Antikernwapenorganisatie ICAN wint de Nobelprijs voor de Vrede van 2017. Met de toekenning van de prijs wil het Nobelprijscomité het huidige geopolitieke klimaat bijstellen.

Met 376 nominaties waren er meer gegadigden dan ooit voor de Nobelprijs van de Vrede. Dat de meeste analisten niet voorzagen dat het International Campaign to Abolish Nuclear Weapons, afgekort ICAN, hem zou winnen is dan ook niet zo gek. Tegelijkertijd zaten de voorspellingen er ook weer niet helemaal naast.

De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javid Zarif en EU-buitenlandcommissaris Frederica Mogherini golden namelijk als de grote favorieten voor hun succesvolle pogingen het Iraanse kernarsenaal te ontmantelen. En hoewel zij de prijs niet wonnen, besloot het comité dus wel degelijk in te zetten op minder nucleaire wapens. Niet alleen voor Iran maar voor de hele wereld. En dat heeft weer alles te maken met het huidige politieke klimaat.

Politiek statement

Met de aanhoudende confrontaties tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten, allebei landen in bezit van kernwapens, balanceert de wereld op het randje van een kernoorlog, zo klonk het bezorgd uit Oslo. ICAN lijkt de prijs dan ook niet alleen gewonnen te hebben op basis van zijn prestaties an sich, maar ook vanwege zijn doel: de wereld kernwapenvrij maken, wat het Nobelprijscomité betreft belangrijker is dan ooit.

Met het toekennen van de prijs maakt het comité dan ook een belangrijk politiek statement, waarin het niet alleen de prestaties en doelstellingen van ICAN roemt, maar ook landen met kernwapens impliciet aan de schandpaal nagelt. Die laatsten zijn er namelijk verantwoordelijk voor dat ICAN ondanks al zijn verwoede pogingen de wereld hoogstwaarschijnlijk toch niet op korte termijn kernwapenvrij gaat maken. Om dat goed te begrijpen is het handig eerst wat meer inzicht te hebben in hoe ICAN precies opereert en waar het voor staat.

De aankondiging van de toekenning Nobelprijs van de Vrede 2017

Verdrag tegen kernwapens

ICAN is een samenwerkingsverband van honderden NGO’s. Opererend vanuit Genève vraagt het aandacht voor de catastrofale gevolgen van de inzet van nucleaire wapens en spant het zich in voor een verdrag waarin dit soort wapens wordt verboden, vertelde de voorzitter van het Noorse Nobelprijscomité, professor Carl-Henrik Heldin. Mede dankzij de succesvolle lobby van ICAN namen de Verenigde Naties op 7 juli 2017 het historische besluit een verdrag tegen kernwapens op te stellen en goed te keuren: het Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons.

Het verdrag wordt weliswaar pas rechtsgeldig als het door meer dan vijftig landen ondertekend is, maar naar verwachting zal dat niet zo moeilijk zijn. Op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 7 juli 2017 waarin het verdrag werd aangenomen, stemden 122 lidstaten voor het verdrag. Hoewel het ratificatieproces pas open is sinds 20 september hebben de eerste drie landen al geratificeerd, namelijk Guyana, Holy See (de juridische arm van Vaticaanstad) en Thailand. Ook zetten meer dan vijftig staten al een handtekening.

Adder

Toch is deze mijlpaal vooralsnog minder groots dan op het eerste oog lijkt. Er schuilt namelijk een adder onder het gras. Het verdrag geldt alleen voor de landen die het geratificeerd hebben. En de negen landen die al kernwapens hebben, waaronder Noord-Korea en Rusland, zijn niet van plan dat te doen; die bleven demonstratief weg van de stemming. De Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk gaven bovendien op de dag van de stemming een verklaring uit waarin ze aangaven “het verdrag niet te willen ondertekenen of er ooit deel van uit te maken.”

Ook NAVO-lidstaten zonder kernwapens onthielden zich van stemming. Nederland ging nog een stapje verder. Als enige land stemde het tegen het verdrag. Landen die tegen het verdrag zijn beschuldigen ICAN ervan naïef te zijn. De Verenigde Staten en andere landen met kernwapens hebben die vooral in huis als afschrikmiddel tegen landen die een bedreiging vormen voor de wereldwijde veiligheid zoals Noord-Korea, zo zeggen ze. Dergelijke landen gaan echt hun kernwapens niet inleveren; meer redelijke staten moeten dat dus vooral ook niet doen.

Publieke opinie

Is het verdrag daarmee vooral een dode letter en de Nobelprijs voor de Vrede van dit jaar daarmee een leuke, maar niet veel zeggende aanmoediging? Dat hoeft niet per se. Volgens Beatrice Fihn, de directeur van ICAN, gaat er alleen al van het bestaan een enorme kracht uit, bijvoorbeeld door de publieke opinie te beïnvloeden. En mochten ze het toch willen, dan hebben staten met kernwapens die zich er van willen ontdoen nu een mooie route om dat waar te maken.

Ontwapeningsgroepen en andere voorstanders van het verdrag gaven eerder in interviews ook wel aan dat ze echt niet verwacht hadden dat landen met kernwapens het zouden ratificeren. Tenminste, niet nu. Op termijn hopen de voorstanders van het verdrag dat een wijdverbreide ondertekening van het verdrag tot meer publieke druk op het uitbannen van kernwapens zal leiden – en een stigma op het in huis hebben ervan. Een beetje zoals chemische wapens, clusterbommen en landmijnen inmiddels al lang niet meer bon ton zijn.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 oktober 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE