Naar de content

Mythes over de prehistorie ontkracht in verfrissend boek

De ruïnes van Göbekli Tepe op een rotsachtige heuvel.
De ruïnes van Göbekli Tepe op een rotsachtige heuvel.
Teomancimit, wikimedia commons, CC BY-SA 3.0

Tienduizenden jaren geleden waren mensen edele wilden, die in kleine groepjes vredig samenleefden. Toch? Mis! Het boek ‘Het begin van alles’ ontkracht dit soort mythes over de prehistorie. Het levert een ijzersterk boek op.

8 april 2022

We gaan ver terug in de tijd, naar tienduizenden jaren geleden toen de aarde nog grotendeels dichtbegroeid was met grote bossen. Daar leefden de mensen tussen het geluid van loeiende koeien, trompetterende mammoeten en kwetterende vogels. De levens van deze edele wilden kabbelden gemoedelijk voort. Er was geen privé-bezit, af en toe werd gezamenlijk een mammoet geslacht en iedereen hielp elkaar. Men was gelukkig. Totdat er aan landbouw werd gedaan, meer mensen samen gingen wonen in steden en het sprookje van een rustige samenleving verdween. Voortaan regeerden vooral sterke mannen uit rijke families die veel meer bezaten dan anderen en de rest van de onderdanen onderdrukten.

En dan is er nog een tweede dominant verhaal, dat iets heel anders beweert. Daaruit blijkt dat mensen in de prehistorie helemaal niet harmonieus samenleefden, maar puur egoïstisch waren en elkaar kapotmaakten als ze er zelf voordeel van zouden hebben.

Deze twee hardnekkige mythes over hoe mensen samenleefden in de prehistorie werden bedacht door de filosofen Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) en Thomas Hobbes (1588-1679). Maar ze zijn grotendeels onzin, beweren David Graeber en David Wengrow in hun boek ‘Het begin van alles – De Nieuwe geschiedenis van de mensheid’. Wengrow is hoogleraar vergelijkende archeologie aan het Instituut of Arhceology van University College London. Graeber was hoogleraar antropologie aan de London School of Economics. Hij overleed vlak na de afronding van het boek.

Gevaarlijke roofdieren

Mythes ontkrachten, dat is wat de auteurs vooral willen doen. Met name het idee dat er door aan landbouw te doen en samen te wonen in steden een sprong naar een echte beschaving werd gemaakt, is ze een doorn in het oog. Ze spreken het beeld dat alles voor de mensheid hierdoor veranderde met klem tegen. Het meest overtuigend doen ze dit door te kijken naar hoe jager-verzamelaars leefden.

De ruïnes van Göbekli Tepe op een rotsachtige heuvel.

De opgraving van Göbekli Tepe, waar al in de prehistorie grote groepen mensen samenwoonden en bijzondere bouwwerken maakten.

Teomancimit, wikimedia commons, CC BY-SA 3.0

Zij zwierven toch vooral in kleine groepjes rond? Ja, dat gebeurde ook wel, maar daarnaast sloten dit soort clans vaak bij elkaar aan tot een grotere stam. Waarschijnlijk om samen te jagen of feesten te vieren. Verspreid over de wereld zijn meerdere plekken gevonden waar tienduizenden jaren geleden al grote aantallen mensen samenwoonden. Neem Göbleki Tepe in het huidige Zuidoost-Turkije. Elfduizend jaar geleden al bouwden mensen daar twintig gigantische ommuringen in een omgeving die bestond uit bossen en steppes.

Deze ommuringen bestaan uit tweehonderd T-vormige pilaren van meer dan vijf meter hoog en wegen een ton. Ze zijn versierd met gevaarlijke roofdieren, giftige reptielen en watervogels. Het moet een ongelooflijke inspanning hebben gekost om dit te maken. En dus ook een vorm van organisatie. Maar hoe dan? Veel onderzoekers beweren dat er een georganiseerde vorm van landbouw, schrift, een machtige leider en bureaucratie nodig is voor grote groepen mensen om samen te leven. Maar dit was er allemaal niet op die plek. Kortom: grote groepen leefden al lang geleden samen op een andere manier. En Göbleki Teope is geen uitzondering. Er zijn nog veel meer voorbeelden van opmerkelijke bouwwerken van tienduizenden jaren geleden.

Simpele messenplukkers

Ook de eerste grote steden, die later ontstonden, bleken opvallend vaak te kunnen zonder schrift, rijke koningen en uitgebreid ambtenarenapparaat. Uit opgravingen leiden archeologen af dat alle inwoners waarschijnlijk veel inspraak hadden in belangrijke beslissingen. Ze werden vertegenwoordigd via hun wijk of leeftijdsgroep. Die landbouwrevolutie, die je in vele geschiedenisboeken terugleest, bestaat helemaal niet volgens de auteurs. De overgang ging namelijk helemaal niet plotseling en er waren allerlei verschillende samenlevingsvormen. Gek eigenlijk, zeggen de auteurs, dat dit nu niet meer zo is en we zoveel maatschappelijke ongelijkheid om ons heen zien. Hoe dit anders kan, geven ze niet precies aan. Maar ze dwingen de lezers om hier zelf ook over na te denken.

De voorbeelden uit dit boek maken nieuwsgierig naar de mensen van lang geleden. Dat in de prehistorie al schitterende bouwwerken werden gemaakt, versierd met prachtige kunstwerken, laat zien dat die jager-verzamelaars geen domme jongens en meisjes waren. Het beeld van de eenvoudig levende bessenplukkers moet worden bijgesteld. Ze waren net zo creatief en slim als wijzelf.

De belangrijkste boodschap van dit boek is vooral dat de prehistorie veel diverser is dan we dachten. Het is een verfrissende boodschap, die de auteurs goed weten te onderbouwen. ‘Het begin van alles’ is een vlot geschreven boek met mooie voorbeelden. Met name de stukken over opgravingen zijn erg sterk onderbouwd, wat je ook mag verwachten van twee hoogleraren archeologie en antropologie. De auteurs durven het ook aan om er van alles en nog wat bij te halen. Zo gaan ze met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis, maar houden de lezer in dit ruim zeshonderd bladzijden tellende boek knap bij de les. Het enige nadeel is dat ze veel herhalen, een iets strakkere structuur had dit kunnen voorkomen. Maar dit neemt niet weg dat dit een van de meest prikkelende boeken over wetenschap is dat dit jaar zal verschijnen.

David Graeber en David Wengrow, Het begin van alles. Een nieuwe geschiedenis van de mensheid, Maven Publishing, 655 pagina’s, 35 euro.

ReactiesReageer