Je leest:

Minder CO2-uitstoot, toch een record. Hoe kan dat?

Minder CO2-uitstoot, toch een record. Hoe kan dat?

Auteur: | 19 mei 2021
Jordan Stewart, via Unsplash (vrije domein)

Als gevolg van de coronacrisis ging de CO2-uitstoot door het gebruik van fossiele brandstoffen in 2020 omlaag. Toch was er opnieuw sprake van een recordhoeveelheid CO2 in de lucht. Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet.

In de eerste maanden van 2020 kwam aan veel menselijke bedrijvigheid op aarde abrupt een einde. De coronacrisis was ingevallen, er kwamen maatregelen, en de wereld viel stil. Zou dit de klimaatdoelstellingen dichter bij brengen, vroegen sommige mensen zich al vrij snel af ?

Inmiddels is vastgesteld dat de crisis in 2020 inderdaad een dempende invloed heeft gehad op de uitstoot van broeikasgassen. Wereldwijd ging de CO2-uitstoot met 7 procent omlaag, met name door een reductie van het wegverkeer.

Amsterdam tijdens coronacrisis (mei 2020)
Max van den Oetelaar, via Unsplash

En dat is fors. “De laatste keer dat we zo’n grote afname zagen, was na het ineenstorten van de Sovjet Unie in 1991”, zegt Wouter Peters, atmosfeeronderzoeker bij Wageningen University & Research en de Rijksuniversiteit Groningen. Zowel de industriële productie als de landbouw en veeteelt in de voormalige Sovjetstaten zakten toen in.

In Nederland daalde de uitstoot in 2020 met ruim 8 procent, volgens een voorlopige raming van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het RIVM. Hier brachten we een hoeveelheid broeikasgassen in de lucht die gelijk staat aan 166 miljoen ton CO2 – dat is 24,5 procent minder dan in 1990, en vrijwel gelijk aan de doelstelling die in 2015 door de actiegroep Urgenda was afgedwongen .

Record

Toch bereikte de CO2-concentratie in de atmosfeer een nieuw record. De bekendste metingen – die op Mauna Loa op Hawaï – gaven een jaargemiddelde van 414 ppm (parts per million, dus 0,0414 procent) en een maximum van 421 ppm. Het wereldwijde jaargemiddelde wordt geschat op 412 ppm.

De CO2-concentratie in de atmosfeer, gemeten bij het Mauna Loa observatorium op Hawaï (20°N, 156°W). Het schommelen van de lijn is het natuurlijke seizoenseffect: het evenwicht tussen CO2-opname (door foto-synthese) en CO2-afgifte (door verrotting) varieert door het jaar heen.

Dat is niet alleen de hoogste waarde sinds de metingen in 1957 begonnen, maar waarschijnlijk zelfs de hoogste waarde sinds het Plioceen (zo’n 3,6 miljoen jaar geleden). Maar hoe kan dat? Is dat niet met elkaar in tegenspraak?

Snelweg bij Keulen, mei 2020
Florian Schmetz, via Unsplash (vrije domein)

“Nee hoor”, zegt Guido van der Werf, klimaatwetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “De hoeveelheid uitstoot is weliswaar afgenomen, maar we hebben nog altijd flink wat broeikasgassen in de lucht gebracht. En aangezien CO2 maar heel langzaam uit de atmosfeer verdwijnt, neemt de concentratie toe zolang er uitstoot is. Vergelijk het met een bad: als je niet wil dat dat overstroomt, moet je de kraan niet zachter zetten maar dicht draaien.”

Natuurlijke factoren

De mens is niet de enige die invloed heeft op de CO2-concentratie in de atmosfeer. De uitstoot van oceanen en bossen (door het vergaan van dode bomen bijvoorbeeld) is zelfs veel groter. Waar de mens door het gebruik van fossiele energie een kleine 35 miljard ton CO2 per jaar de lucht in brengt, zijn de oceanen en de vegetatie op land goed voor rond de 700 miljard ton. Peters: “Het grote verschil is echter dat die ook CO2 opnemen – iets meer dan ze uitstoten zelfs -en de natuurlijke CO2-concentratie daardoor in de loop der tijd langzaam daalt.”

Van der Werf: “Over meerdere jaren gesproken nemen natuurlijke processen inderdaad nét iets meer CO2 op dan ze uitstoten. Op kleinere tijdschalen zijn er fluctuaties, waardoor de natuurlijke CO2-concentratie het ene jaar wat stijgt en het andere jaar juist wat daalt.”

De menselijke uitstoot komt daar bovenop. Ongeveer de helft daarvan wordt opgenomen door de bossen en oceanen, de andere helft hoopt zich op in de atmosfeer. Uiteindelijk stijgt hierdoor de totale concentratie in de atmosfeer – een beetje zoals een dagelijkse plak cake bij de koffie je gewicht langzaam maar zeker doet toenemen. Van der Werf: “Maar een afname van minder dan 10 procent in die menselijke uitstoot, zoals we afgelopen jaar meemaakten, valt weg tegen de natuurlijke ruis.”

Uitgelicht door de redactie

Geneeskunde
‘Ieder geschikt orgaan krijgt een bestemming’

Neurowetenschappen
Sommige ‘coronawoorden’ zullen we weer schrappen uit ons geheugen

Geowetenschappen
Het klimaat in de beklaagdenbank

Elk jaar opnieuw

De afspraken die bij laatste klimaattop in Parijs zijn gemaakt, zijn dan ook een stuk ambitieuzer dan wat we afgelopen jaar gezien hebben. Het streven is in het jaar 2050 klimaatneutraal te zijn. In de praktijk houdt dit in dat de uitstoot met 90 tot 95 procent omlaag moet. “Daarvoor zouden we elk jaar opnieuw een reductie van 8 procent moeten realiseren”, zegt Peters, “en dat dus steeds bovenop de reductie van het jaar ervoor. Maar dan liever niet, zoals afgelopen jaar, door een krimp van de economie.”

Peters pleit ervoor om voortvarend met nieuwe technologieën aan de slag te gaan, en de economische kansen die dit met zich mee brengt niet mis te lopen. “Anders gaan de extra banen straks naar landen als Denemarken en Duitsland, zoals je eigenlijk al ziet gebeuren. Bovendien: Wie niet voorop loopt, zit ook niet achter het stuur, bijvoorbeeld bij het opstellen van Europese regelgeving.”

Klimaat

Het klimaat zelf trok zich intussen weinig van de coronacrisis aan. Wereldwijd hoorde 2020 bij de drie warmste jaren ooit gemeten, in Europa was het zelfs het warmste jaar sinds het begin van de waarnemingen. Het wereldwijde vijfjarige gemiddelde is inmiddels opgelopen tot 1,2 graden boven het referentiepunt (de gemiddelde temperatuur van 1850 tot 1900), blijkt uit het nieuwste klimaatrapport van de Europese organisatie Copernicus (C3S), die de ontwikkeling van het klimaat bijhoudt.

Wat vooral opviel waren lokale weersextremen, zoals hitterecords in Scandinavië (in juni), Frankrijk (in augustus), Siberië (waar het laatste jaarrecord met 1,2 graden overtroffen werd, en de stad Verkohyansk een record van 38 graden aantikte) en het zuidwesten van de Verenigde Staten. In Death Valley in Californië werd de hoogste temperatuur op aarde sinds tenminste 80 jaar gemeten, daar werd het op 16 augustus 54,4 graden.

Nog een record:

2020 was ook het jaar waarin het aantal uren zonneschijn in Europa groter was dan ooit – althans sinds het begin van de satellietmetingen metingen in 1983. Kan dat wellicht wél aan de coronacrisis gelinkt worden? De lucht was immers veel schoner dan anders. “Het ligt wel voor de hand dat aan elkaar te verbinden”, zegt Peters. “In april 2020, toen we midden in de eerste lockdown zaten, hadden we in Nederland ook een recordaantal zonne-uren.”

Parvathisri, Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Minder luchtvervuiling betekent dat er minder deeltjes zijn die het zonlicht tegenhouden, en zich moeilijker wolken kunnen vormen. Op de minuscule deeltjes in de atmosfeer kan namelijk koud water condenseren. Peters: “Mijn Wageningse collega Chiel van Heerwaarden heeft het voor april 2020 in Nederland echter uitgezocht, en het bleek toch vooral door toevallige weersomstandigheden te komen. De schone lucht speelde maar een zeer beperkte rol.”

Van de lockdown-gerelateerde veranderingen heeft vooral de vermindering van vliegbewegingen (en dus ‘vliegtuigstrepen’) invloed op de zonneschijn die op aarde valt.

Trager

Dat de afname van luchtverontreiniging zoals roetdeeltjes en stikstofdioxiden meteen in de concentraties van deze stoffen in de lucht te zien was, heeft te maken met de afbraaksnelheid. Stikstofdioxide reageert met andere deeltjes in de lucht, waarna het grotendeels uit de lucht weg regent. CO2 heeft juist een lange verblijfstijd, het duurt eeuwen voor een overschot weer verdwenen is.

Van der Werf: “Dit maakt klimaatverandering zo’n lastig probleem. Je kan niet wachten tot het echt fout gaat en dan pas de oorzaak aanpakken. Dan ben je veel te laat.”

Bronnen

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 mei 2021

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.