Naar de content

Het reukvermogen van honden en knaagdieren, daar kunnen we als mensen alleen maar jaloers op zijn. Onzin, meent neurowetenschapper John McGann. Volgens hem ruiken mensen minstens net zo goed als andere zoogdieren.

12 mei 2017

Dat mensen minder goed ruiken dan andere zoogdieren is een hardnekkig misverstand, waar zelfs wetenschappers die al jarenlang onderzoek doen aan het reukvermogen soms te makkelijk vanuit gaan. Dat schrijft John McGann, neurowetenschapper aan de Amerikaanse Rutgers University, deze week in het blad Science. McGann bundelde het afgelopen jaar verschillende onderzoeken op het gebied van ons reukvermogen en concludeert dat mensen net zo goed kunnen ruiken als speurhonden en knaagdieren.

Dat mensen minder goed ruiken dan andere zoogdieren is een hardnekkig misverstand.

Pixabay, RestaurantAnticaRoma via CC0

Ondergeschikt

Volgens McGann is het misverstand rond ons reukvermogen ontstaan door het werk van de Franse arts en anatoom Paul Broca (1824 – 1880). Broca vergeleek de hersenen van mensen met die van andere zoogdieren en zag dat mensenhersenen relatief kleine reukcentra hebben. Bij veel hersengebieden is de functie afhankelijk van de omvang. Hoe groter het hersengebied, hoe verder het is ontwikkeld en dus hoe beter de functie. Broca concludeerde dan ook dat mensen en aapachtigen met kleine reukcentra niet zo goed kunnen ruiken als andere dieren.

Vlak voor zijn dood schreef Broca: ‘Het relatief grote volume van de rest van de hersenen geeft mensen vrije wil. Daardoor zijn mensen niet langer afhankelijk van geur om te overleven, zoals honden en andere dieren dat wel zijn.’ Met andere woorden: de geurcentra zijn ondergeschikt geworden aan de ontwikkeling van de rest van het brein en daardoor zijn we steeds slechter gaan ruiken.

Honden en hun voorouders zijn voor overleving afhankelijk van geurherkenning. Door geursporen te volgen weten ze waar soortgenoten, vijanden en prooien zich bevinden.

Wikimedia Commons, Mari Buckley via CC BY-SA 2.0

Volume

McGann bestrijdt die aanname nu. Anatomisch gezien liggen de reukcentra bij mensen en aapachtigen inderdaad een beetje weggedrukt onder de sterk ontwikkelde frontale kwab. Die observatie alleen is echter niet voldoende om te concluderen dat mensen dus slechter kunnen ruiken dan andere dieren.

Sterker nog, onderzoek uit de jaren tachtig wijst uit dat het volume van de reukcentra in de hersenen zeer variabel is en eigenlijk niks zegt over het reukvermogen. Bij ratten verdubbelt het volume van de reukcentra tussen de derde en achttiende levensmaand, maar aan het reukvermogen verandert in die periode vrij weinig. Het volume van de reukcentra is dus geen betrouwbare maat om iets te zeggen over de functie.

Zenuwcellen

Het aantal zenuwcellen in de reukcentra vertelt meer. Ondanks de verdubbeling van het volume van de reukcentra blijft het aantal zenuwcellen in ratten tussen de derde en de achttiende maand vrijwel gelijk. Recent onderzoek laat zien dat het aantal zenuwcellen in de reukcentra tussen verschillende zoogdiersoorten sterk overeenkomt. De variatie in hoeveelheid zenuwcellen in de reukcentra is klein. Mensen hebben ongeveer evenveel zenuwcellen in hun reukcentra als muizen en ratten.

Zenuwcellen zijn van belang voor de geurherkenning. Zij vangen de geurprikkel op en geven deze door aan de rest van de hersenen. Dat mensen evenveel zenuwcellen in hun geurcentra hebben als andere zoogdieren impliceert dus dat mensen net zo goed kunnen ruiken als andere dieren.

Mensen zijn goed in het onderscheiden van de geur van verschillende soorten wijn.

Wikimedia Commons, Tobias Andersson Åkerblom via CC BY 2.0

Geursignalen

Dat betekent niet dat er geen verschillen zijn. “Honden kunnen veel beter onderscheid maken tussen urinesporen dan mensen, maar wij zijn waarschijnlijk weer beter in het onderscheiden van verschillende soorten wijn”, schrijft McGann in Science. “Helaas is er voor weinig van zulke vergelijkingen experimenteel bewijs.”

McGann hoopt dat dit in de toekomst verandert. Want, zo zegt hij, geur is wel degelijk van belang voor mensen. Waarschijnlijk belangrijker dan we op dit moment denken. Onbewust maken we heel veel gebruik van geuren. Ze spelen een rol bij partnerkeuze, voedselkeuze en in de communicatie. Onze goed ontwikkelde hersenen stellen ons in staat om deze geursignalen razendsnel te interpreteren.

Bron:

John McGann Poor human olfaction is a 19th-century myth Science 356:6338, 12 mei 2017 (online), doi:10.1126/science.aam7263

ReactiesReageer