Naar de content

Massamigratie in de oceaan

NICO expeditie - Edda Heinsman

Na dagen varen met onderzoeksschip de Pelagia, eindelijk de eerste tekenen van leven. NEMO Kennislink-redacteur Edda Heinsman is getuige en doet verslag.

9 mei 2018

We hebben al een kleine week geen land meer in zicht tijdens deze negende etappe van de NICO-expeditie, waarin we proberen uit te vinden hoe het kan dat er koralen groeien in de koude donkere Atlantische Oceaan, op de Rockallbank, zo’n 270 zeemijl ten noordwesten van Ierland. Overal zee, gelukkig nu iets vlakker dan de afgelopen dagen. Stiekem hoop ik op een walvis. En ja! In de buurt van het schip steken vier à vijf grienden heel even boven het water uit. Ik blijf nog een half uur staren, maar de kleine walvissen zijn weer verdwenen. Verder is er geen spoortje leven te bekennen.

Het is bijna niet voor te stellen dat het hier op de bodem wemelt van het leven. Tenminste, dat is mij verteld. Tot nu toe is het laagje algen, dat de jonge onderzoekers Britt van Haastregt en Evi Wubben elke keer na zes uur pompen hebben verzameld, het enige leven dat er uit de zee omhoog is gekomen. Minder dan een half theelepeltje algenprut na liters en liters zeewater zeven.

Volgend meestation

Het waait met windkracht zeven à acht uit het noordoosten. Precies de kant waar wij op moeten richting het volgende meetstation op Rockall Bank. Het schip komt met moeite vooruit. Dat een van de generatoren stuk is, helpt niet; daardoor kunnen we niet met maximale snelheid varen. Af en toe klinkt er een alarm vanuit de machinekamer. Dan komt machinist Fred Hiemstra foeterend naar boven. We gaan te hard, de motor wordt te warm, we moeten langzamer.

Zodra we bij het meeststation aankomen, is het weer gelukkig zo opgeklaard dat bioloog Mads Schultz (van het Institute for Bioscience) zijn planktonnetten kan uitzetten. Mads is vooral geïnteresseerd in zoöplankton. Toegegeven, het gaat om piepkleine beestjes, waarvan de grootsten met moeite zichtbaar zijn met het blote oog, maar het is wel een echte wereld op zich. In Denemarken doet Mads onderzoek naar de grote broer van de soorten die we hier hopen te vinden. “Ik heb er thuis een paar in de koelkast liggen en mijn vriendin gevraagd er af en toe naar te kijken, maar tot nu toe heeft ze dat nog niet gedaan.” Mads praat over de diertjes alsof het huisdieren zijn.

Wanneer Mads eenmaal over zijn zoöplankton begint, houdt hij niet meer op. “Een keer stootte ik in het lab per ongeluk de lichtschakelaar uit. In plaats van dat het donker was, scheen er blauwig licht. Het kwam uit de potjes. Het bleken bioluminescerende dieren.” Daar kan ecoloog Jette Horn (NIOZ) over meepraten. “Geweldig is dat!” De onderzoeker werkte en woonde jaren op Helgoland, een klein eilandje in de Noordzee op 65 kilometer voor de kust van Duitsland. “Ik heb er wel eens gezwommen tussen de lichtgevende zeediertjes. Overdag zijn ze een beetje roze, maar ‘s nachts veroorzaken ze een heldere gloed. Heel bijzonder.”

Ecoloog Jette Horn aan boord van onderzoeksschip De Pelagia.

NICO expeditie - Edda Heinsman

Grootste migratie

De onderzoekers voeren hun metingen met de planktonnetten twee keer per dag uit, rond twaalf uur ‘s middags en om middernacht. “Het idee is dat het zoöplankton overdag naar de bodem beweegt, om te schuilen voor roofdieren. In de nacht komen ze naar de bovenste laag van het water om daar algen te eten”, aldus Mads. Het is de grootste migratie ter wereld. “Het zijn er triljoenen. De diertjes komen soms wel honderden meters omhoog, en het mooie is, ze doen het elke 24 uur.”

Of het zoöplankton hier op Rockall Bank dezelfde migratiepatronen laat zien, is nog afwachten. Al het materiaal dat uit de planktonnetten komt, zetten de onderzoekers direct op sterk water of vriezen ze in. Daarbij sterven de diertjes, dus een spectaculaire lichtshow vanuit de potjes in het lab zit er niet in. Jette ziet uit naar de resultaten van de planktonnetten, maar ze zal nog even moeten wachten: pas in Nederland kan ze verder met de monsters. Handenwrijvend zegt ze: “Er heeft nog nooit iemand naar gekeken op deze plek, ik ben heel nieuwsgierig.”

Verrassing

En dan, eigenlijk per ongeluk, komt het apparaat dat watermonsters verzamelt boven met een verrassing: een klein stukje koudwaterkoraal bungelt aan een van de flessen. Het bewijs! Het groeit hier echt! Nu nog uitzoeken hoe dat precies mogelijk is. Waar halen deze koudwaterkoralen die diep in de koude donkere oceaan groeien hun energie vandaan? Hopelijk lukt het de komende dagen om genoeg metingen te verzamelen om daar achter te komen.

ReactiesReageer