Naar de content

Luchtfoto’s onthullen Romeinse villa’s

Het verhaal achter een nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden

Reconstructietekening van de Romeinse villa bij Vlengendaal
Reconstructietekening van de Romeinse villa bij Vlengendaal
© Remy Kooi – Submedia | RMO

Bij het woord 'Romeinen' denken de meeste mensen aan soldaten en slagvelden. Dat is jammer, want er is veel meer, zoals villa's met uitgestrekte landerijen waar mensen een heel ander leven leidden.

Jasper de Bruin, conservator collectie Nederland in de Romeinse tijd van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden, stuitte in coronatijd op heel veel recent gedigitaliseerde foto's van opgravingen van Romeinse villa's in Limburg. Langzaam ging er een balletje rollen en inmiddels is er een tentoonstelling over Romeinse villa's in het RMO en een wetenschappelijke publicatie die binnenkort uitkomt.

Aan een tafeltje in het museumcafé in het RMO vertelt De Bruin dat het in Nederland bijna altijd gaat over de Romeinse limes (spreek uit: 'liemes'), de noordelijke grens van het Romeinse rijk. De limes is UNESCO werelderfgoed, waardoor daar altijd veel geld voor is. Toch is dit jammer, want er is veel meer. Hoe leefden de Romeinen in dat stukje Europa dat we nu Nederland noemen, bijvoorbeeld. Wat voor gewassen verbouwden ze? Hoe was het leven georganiseerd? Daar is wel een beeld van, maar dat blijkt vaak achterhaald of gewoon niet onderzocht.

Rustige periode

Het begin van onze jaartelling was een relatief rustige tijd. Julius Caesar had net half Europa onderworpen en op veel plaatsen de oorspronkelijke bevolking verjaagd, gevangen, verkocht als slaaf of omgebracht. Dit gebeurde ook in Limburg. De Bruin vertelt dat het hele gebied was leeggeveegd. "Stel je voor", zegt hij, "je woont in een dorp met zo'n dertig mensen en er komt een cavalerie van honderdvijftig man aan met het modernste wapentuig, dan vlucht iedereen".

Limburg was dus leeggeveegd. De Romeinen namen het vruchtbare gebied rond de Maas in, bouwden boerderijtjes en gingen granen verbouwen. De eerste 250 jaar van onze jaartelling waren relatief rustig en zo kon er een welvarende economie ontstaan in Limburg. Mensen hoefden niet bang te zijn dat ze zomaar werden overvallen, iets wat ook terug te zien is aan de huizen: geen slotgrachten of verdedigingswerken. 

De teelt van granen was lucratief en zorgde voor steeds rijkere landeigenaren die steeds mooiere huizen bouwden. De Romeinen noemden die huizen villa rustica's. Deze villa's waren in feite grote landgoederen waar graan en ander voedsel verbouwd werd. Omdat het hele leven zich daar afspeelde, van geboorte tot dood, lieten de rijken zich er begraven met hun kostbaarheden. De combinatie van de overblijfselen van gebouwen en grafresten maken dat we een aardig beeld kunnen vormen van het leven van toen.

Jasper de Bruin

Jasper de Bruin, conservator collectie Nederland in de Romeinse tijd bij het RMO

Rob Overmeer

Voordat we ons een hernieuwd beeld van die tijd konden vormen, moest De Bruin eerst in actie komen. De coronaperiode gaf hier ruimte en tijd voor want net als iedereen zat hij thuis. "Ik kijk veel op de collectiezoeker van RMO, daar kun je duizenden foto's van objecten vinden. Op een bepaald moment waren daar allemaal glasnegatieven toegevoegd. Die beelden waren onder andere van oude opgravingen in Limburg, en ik zag allemaal foto's van kelders, badhuizen en wat al niet meer. Ik wist wel dat er aan het begin van de twintigste eeuw van alles opgegraven was, maar dit had ik niet verwacht."

Oud of niet, de foto's waren over het algemeen van prima kwaliteit. Een kijkje in het verleden met gravende werklui en archeologen, vakwerkhuizen en bij elkaar gebonden hooi op velden. Intussen ging De Bruin tijdens de lockdowns een keer per week naar het fysieke archief voor een ander project rond een sarcofaag van de villa van Simpelveld. Toen hij daar tekeningen en foto's voor vergeleek, bleek dat conclusies uit het verleden vaak toch niet helemaal klopten.

Dit werd het startpunt voor het onderzoek naar de Romeinse villa's en met behulp van onder andere het Mondriaan Fonds konden meer mensen op het project gezet worden. "Veel oude opgravingen waren niet zo goed gearchiveerd en vondstlocaties vaak niet zo goed bijgehouden. Toch waren die oude opgravingen interessant, want we konden hele plattegronden reconstrueren."

Luchtfoto's

Naast het archief van het RMO was er meer om de plattegronden van de villa's te reconstrueren, namelijk: luchtfoto's. Via de kaartviewer van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed kon De Bruin de gebieden in alle rust vanuit de lucht bestuderen. Wat nou als hij de contouren van zo'n villa daarop zou kunnen zien? Dat lukte. "Ik was wel verbaasd", zegt De Bruin, "want je moet net de juiste omstandigheden hebben om de contouren te zien."

De foto's moeten op het juiste moment genomen zijn, anders zijn de contouren niet of nauwelijks te zien. Je ziet de contouren het best als over een groot oppervlak hetzelfde gewas geteeld wordt. In droge tijden groeien de gewassen slechter waar ze minder diep kunnen wortelen en daar zit dan vaak iets onder, zoals in het geval van Romeinse villa's overblijfselen van stenen muren. Die muren kun je volgens De Bruin het best zien op grasland. Het gras boven oude Romeinse muren droogt namelijk sneller uit en wordt daardoor sneller geel. Op die manier kon hij samen met zijn collega's de exacte locaties bepalen van een deel van de oude foto's.

Hij filosofeert nog even verder: "Stel je hebt enthousiastelingen met drones en je laat die elke maand een luchtfoto maken op steeds dezelfde plek, dan krijg je de informatie wel compleet van stenen funderingen."

De maatschappij

Het onderzoek levert veel nieuwe kennis op, maar De Bruin waarschuwt wel dat we niet goed weten hoe de maatschappij werkelijk in elkaar zat. Wat we weten komt vooral door attributen uit graven, legt De Bruin uit. Opvallend was dat veel graven in de periode in de tweede en derde eeuw na Christus heel rijk zijn en voor het merendeel van vrouwen zijn. "We weten niet waar de mannen zijn. Lagen die ernaast, maar zijn die gemist? Hadden die vrouwen een drive om zichzelf te laten begraven met mooiere spullen, werden ze ouder, trokken ze zich terug op landgoederen? We weten het niet."

Een van de villa's die belicht wordt in de tentoonstelling is de villa Voerendaal-Ten Hove. Dit villa-landgoed is tot leven gewekt door de eeuwen heen in een animatie die te zien is in de tentoonstelling zelf. In eerste instantie stonden er houten gebouwen en misschien een enkel stenen gebouw. Uit opgravingen in Duitsland blijkt dat aan vrijwel alle in steen gebouwde Romeinse landgoederen meerdere bouwfasen vooraf gingen. Soms woonden mensen al bijna twee eeuwen op het landgoed voordat er een stenen hoofdgebouw verscheen.

In de animatie, samen met allemaal extra informatie over bijvoorbeeld gevonden voorwerpen, is goed te zien dat er eerst een simpele nederzetting bestond, later een groot complex met onder andere een hoofdgebouw, groot woonhuis, badhuis, graanopslag en toegangspoort en weer later een kleiner hoofdgebouw dat meer als vesting is ingericht. Dat laatste duidt op snel veranderende tijden, want minder veiligheid.

Villa Voerendaal-Ten Hove

Reconstructie Villa Voerendaal-Ten Hove (afkomstig uit animatie)

Thermenmuseum Heerlen, ©Mikko Kriek

Reconstructies

De Bruin wil graag nog een ding aanstippen, namelijk dat het prachtig is hoe we met huidige computertechnieken de villa's en de omliggende wereld kunnen reconstrueren. Ook dit is zichtbaar in de tentoonstelling. 

Niet alleen bij de eerder genoemde animatie, maar ook bij de reconstructie van de Romeinse villa Bocholtz-Vlengendaal door Remy Kooij. "Hij reconstrueerde de villa in een game-omgeving", zegt De Bruin. "Dat geven we nu terug aan Limburg, de reconstructies van de gebouwen zoals die er toen uitzagen. En hopelijk kunnen we ooit heel Nederland zo reconstrueren in een bepaalde tijd!"

Dat laatste is nog even toekomstmuziek.

Over de tentoonstelling

De tentoonstelling Romeinse villa's in Limburg is nog t/m 25 augustus 2024 te zien in het Rijksmuseum van Oudheden. Meer informatie is te vinden op de website van het RMO. De tentoonstelling is een samenwerking tussen het Rijksmuseum van Oudheden (Leiden), het Limburgs Museum (Venlo) en het Thermenmuseum (Heerlen). Na Leiden reist Romeinse villa’s in Limburg door naar de partnermusea in Venlo en Heerlen. Een bezoek aan de expositie is geschikt voor alle leeftijden.