Naar de content

Laat de energietransitie niet te snel gaan

Boekbespreking van Simon Rozendaals Warme aarde, koel hoofd

stevepb, via Pixabay, CC0

Kunnen we genoeg energie uit zon en wind halen? Moeten we de kerncentrales in ere herstellen? En is het wel slim om van het gas af te gaan? Simon Rozendaal plaatst kanttekeningen bij de energietransitie, in zijn boek ‘Warme aarde, koel hoofd’.

13 mei 2019

Mocht je bij de titel van dit boek vermoeden dat je hier het zoveelste betoog over de (al dan niet overdreven) ernst van de klimaatverandering in handen hebt, leg het dan toch niet meteen weg. De ondertitel kanttekeningen bij de energietransitie dekt de lading beter. Mijn eigen ervaring is dat je over dit onderwerp regelmatig losse beweringen tegenkomt (Windmolens draaien op subsidie! Kernenergie is levensgevaarlijk!) maar zelden een samenhangend betoog.

Dat ligt er nu wel. Simon Rozendaal, die al 40 jaar schrijft over onderwerpen als het milieu, het broeikaseffect en het energievraagstuk, heeft er een soepel, lekker leesbaar verhaal van gemaakt, waar je als lezer een hoop van opsteekt.

Lege handen

In de eerste paragrafen van het boek behandelt Rozendaal (toch) de ernst van het klimaatprobleem – wie kanttekeningen bij de energietransitie maakt zal immers eerst moeten vaststellen of een energietransitie wel nodig is. Daarbij moet je op eieren lopen, legt hij de lezer uit, want in het oververhitte klimaatdebat wordt iedereen die zich uitspreekt meteen in kampen onderverdeeld, met de alarmisten aan de ene kant en de ontkenners van de man-made opwarming aan de andere. Zelf is hij regelmatig voor ontkenner uitgemaakt, maar dat is hij niet, benadrukt Rozendaal. “De vraag is niet of wij de aarde opwarmen, maar hoe groot onze bijdrage is.”

Een pasklaar antwoord op de vraag hoe we de opwarming te lijf moeten gaan bestaat niet, is de boodschap van het boek. Zoals minister Eric Wiebes de Tweede Kamer in oktober 2018 al eens voorhield: “Er zijn een heleboel onaantrekkelijke energiebronnen. Ik ken eigenlijk geen één aantrekkelijke.”

Nadat Rozendaal alle energiebronnen systematisch is langs gegaan (hij behandelt zaken als efficiëntie, CO2-uitstoot, luchtvervuiling, kosten en haalbaarheid), komt hij tot dezelfde conclusie. Zo zullen we uit wind en zon nooit genoeg energie kunnen winnen om de vraag te dekken en komt bij fossiele brandstoffen CO2 vrij, al is dat bij aardgas veel minder dan bij steenkolen. Kernenergie heeft de hoogste energiedichtheid (dus levert het meest op per kilo brandstof) maar er komt radioactiviteit aan te pas en er blijft stralend afval over. Wel wordt het gevaar van kernenergie vaak nogal overdreven, vindt Rozendaal, en lijkt thorium een deel van de bezwaren weg te nemen. Aan het einde van het boek sluit hij zich bij Wiebes aan: “Ja, de aarde warmt op, vermoedelijk voor een belangrijk deel door ons toedoen, maar helaas, we staan met een mond vol tanden en tamelijk lege handen. Althans, voorlopig nog wel.”

Dat is geen reden om bij te pakken neer te gaan zitten, betoogt hij echter. Het betekent vooral dat we ons niet, gedreven door angst, tot te veel haast moeten laten verleiden. Er is nog tijd om met oplossingen te komen. Als we er niet in slagen onder de twee graden opwarming te blijven is dat niet meteen het einde van de wereld. En we hebben als mensheid wel zwaardere tijd gekend, zegt Rozendaal. In het laatste hoofdstuk richt hij zich dan ook specifiek tot Greta Thunberg en haar klimaatspijbelende leeftijdgenoten: Raak niet in paniek, realiseer je hoeveel geluk je hebt met de tijd waarin je leeft, doe je best, en help mee met het ontwikkelen van de techniek om de problemen op te lossen.

De allerlaatste zin van het boek luidt bemoedigend: “Kop op!”

Kanttekeningen

Valt er dan niks op het boek aan te merken? Toch wel. Heel af en toe kwam ik een onderwerp tegen waar ik net iets meer van weet dan Rozendaal, en kon ik hem op een fout betrappen. Zo haalt hij een studie uit Nature aan om de veiligheid van CO2-opslag onder de grond te benadrukken: “Zelfs wanneer het wordt opgeslagen in een gebied met geologische breuklijnen, komt er vrijwel geen CO2 vrij, is in de Amerikaanse staat Arizona gebleken”, schrijft hij optimistisch.

Hij refereert netjes naar het tijdschrift De Ingenieur, maar heeft het onderzoekspaper zelf kennelijk niet gelezen. Er lekt wel degelijk CO2 weg in Arizona, maar het is zo weinig dat opslag onder deze omstandigheden als efficiënt beschouwd kan worden, schrijven de onderzoekers in Nature. Of het daarmee ook veilig is, is een andere kwestie, voegen ze daar zelf aan toe.

Prinses Amalia windmolenpark. Helaas wordt de energie-opbrengst lager als de molens te dicht bij elkaar staan.

Ad Meskens

Ook gaat het gemak waarmee Rozendaal de hoeveelheid opwarming van de aarde door de mens ‘vrij onzeker’ en ‘niet zo heel rampzalig’ noemt mij af en toe net iets te ver.

Het IPCC schreef in 2014 dat het ‘uiterst waarschijnlijk’ is dat menselijke activiteiten meer dan de helft van de toename in temperatuur tussen 1951 en 2010 veroorzaakten. Kennelijk meent het klimaatpanel dat de helft van de huidige opwarming misschien niet door onszelf is veroorzaakt, concludeert Rozendaal hieruit luchtig.

Wie de behoedzame manier van formuleren (van tegenwoordig) van het IPCC kent, weet dat het panel dit waarschijnlijk helemaal niet bedoelt. Bovendien heeft het de uitspraak in oktober 2018 aangescherpt, omdat het steeds beter lukt de natuurlijke invloeden op de temperatuur te kwantificeren. Volgens de huidige inzichten is er een kans van twee op drie dat de waargenomen opwarming nagenoeg helemaal is toe te schrijven aan de mens.

Is elektrisch rijden beter voor het klimaat? Dat ligt er maar net aan hoe de elektriciteit wordt opgewekt…

Roel van der Heijden voor NEMO Kennislink

De aarde of de mensheid zal door deze opwarming niet vergaan, daar heeft Rozendaal ongetwijfeld gelijk in. En dat we in Nederland straks een klimaat zoals in (het huidige) Bordeaux hebben (“so what?”, aldus Rozendaal) is wellicht best lekker. Maar voor veel andere plekken op de wereld is de situatie toch echt een stuk minder rooskleurig.

Maar het zijn details – vooral omdat dit niet het hoofdonderwerp van het boek is – en met dit deel van mijn recensie maak ik me zélf juist schuldig aan het opnieuw opstarten van de discussie die al talloze malen gevoerd is…

Lezen

Al met al is het boek het lezen meer dan waard. Prettig is dat Rozendaal nergens uit lijkt te zijn op het halen van zijn eigen gelijk, overigens zonder zijn standpunten te verbergen. Het boek is genuanceerd en leest lekker weg – niet omdat het oppervlakkig is (integendeel) maar door Rozendaal’s soepele schrijfstijl.

Mijn advies aan iedereen die meer wil weten over de haken en ogen die er aan de energietransitie zitten, hier beroepsmatig beslissingen over moet nemen, of van plan is kapitalen uit te geven aan een elektrische auto is dan ook: Lezen. En kop op!

Bron
ReactiesReageer