Naar de content

Kernenergie staat weer op de agenda, maar wil de burger het ook?

Kernreactoren zijn veranderd, de discussie niet

Twee verlichte kerncentrales in de avond.
Twee verlichte kerncentrales in de avond.
Pixabay, Wolfgang Stemme

Terwijl de politiek nieuwe kerncentrales plant, is het publieke debat over kernenergie nog steeds niet goed van de grond gekomen. Argumenten tegen kernenergie worden vaak weggezet als ‘emotioneel’, maar juist die emotie kan het debat verder helpen.

2 december 2022

De kerncentrale bij het strand van Borssele in Zeeland. Kernenergie zorgt voor een solide stroom van elektriciteit, in tegenstelling tot meer wispelturige wind- en zonne-energie. Ook stoten kerncentrales geen broeikasgassen uit.

flickr.com, Maurice Weststrate via CC BY 2.0

Kernenergie mag een stabiele stroombron heten (veel robuuster dan wind- en zonne-energie), toch heeft het last van een wisselvallig klimaat: het politieke debat dat de energievorm immer omgeeft. Neem de discussie in Duitsland. In september 2010 stelde de politiek in Berlijn voor de 17 kerncentrales in het land jaren langer open te houden dan gepland. Nog geen jaar later was het kernongeluk in het Japanse Fukushima een feit en besloot bondskanselier Angela Merkel dat alle centrales versneld dicht moesten. Maar nu Europa in een energiecrisis verkeert, worden de laatste drie centrales die eind dit jaar zouden sluiten toch weer opengehouden.

Ook Nederland maakte een omslag. Na jarenlang debatteren over de sluiting van ‘s lands enige overgebleven kerncentrale in Borssele, wordt nu gekeken of hij juist langer kan openblijven, tot na 2033. Minister Rob Jetten (D66) van Klimaat en Energie laat momenteel zelfs de bouw van twee gloednieuwe kerncentrales onderzoeken. Kernenergie heeft de wind weer mee.

Is zo’n nieuw ‘Borssele’ in technisch opzicht veiliger dan de huidige reactor uit de jaren 70 van de vorige eeuw? Zou dit voor- en tegenstanders in het kernenergiedebat dichterbij elkaar brengen? En hoe kwam de bouw van nieuwe centrales überhaupt weer op de politieke agenda?

Kernenergie met kreukelzones

Eerst even het technische gedeelte. Een van de heetste hangijzers van kernenergie was altijd de veiligheid. In welke opzichten is een moderne kernreactor anders dan die van tientallen jaren geleden?

Nieuwe kerncentrales in Nederland krijgen waarschijnlijk zogenoemde kokendwaterreactoren of drukwaterreactoren, de laatste staat al in Borssele. Zo’n nieuwe reactor verschilt op verschillende punten van oude exemplaren. Vooral op veiligheidsgebied is er veel gebeurd. Jan-Leen Kloosterman is professor nucleaire reactorfysica van de Technische Universiteit Delft en vergelijkt de ontwikkeling van atoomcentrales met die van auto’s. “In de jaren 60 en 70 reden we in auto’s zonder gordels, zonder hoofdsteunen en met relatief slechte remmen”, zegt hij. “Dit zijn echter dingen die we later konden verbeteren, ook voor auto’s die er toen al waren. Oude reactoren zijn op een vergelijkbare manier achteraf veiliger te maken.” Je kunt dan denken aan extra noodstroomvoorzieningen of verbeterde brandblusleidingen.

Toch loop je bij het beveiligen van reactoren tegen grenzen aan. Om in de analogie van de auto te blijven: een kreukelzone die de klap van een ongeluk opvangt is moeilijk in te bouwen, het vergt in feite een nieuw auto-ontwerp. In het geval van kerncentrales gaat het dan om ingrijpende maatregelen zoals een extra koepel om de reactor heen of een zogenoemde ‘core catcher’. Dat laatste is een grote betonnen bak onder de reactor die gloeiendheet en radioactief materiaal van een meltdown opvangt. In tegenstelling tot het oude Borssele zijn nieuwe reactoren hiermee uitgerust.

Ook bij de verwerking van radioactief afval, een ander belangrijk twistpunt van kernenergie, zijn er de laatste halve eeuw stappen gemaakt. Er komen nog steeds gebruikte splijtstofstaven uit centrales met zwaar radioactieve splijtingsproducten en plutonium die je voor zeker 100 duizend jaar veilig moet opbergen. Maar na bewerking van dit materiaal kan het plutonium in feite nog een keer de centrale in, waardoor je minder langdurig radioactief afval overhoudt.

Kernenergie met kreukelzones

Een betere veiligheid kan bijdragen aan de acceptatie van kernenergie. De kans op ongelukken speelt voor mensen een belangrijke rol in hun oordeel over kernenergie. Onderzoek laten zien dat in het verleden na kernongelukken de publieke steun voor de bouw van nieuwe kerncentrales daalde.

Maar inmiddels komen er steeds urgentere argumenten uit andere hoeken die voor het gebruik van kernenergie pleiten: zoals die van klimaatverandering en energiezekerheid. Paul Dekker en collega’s van de Universiteit van Amsterdam spreken in een onderzoek uit 2011 over de publieke opinie zelfs over een ‘renaissance’ van kernenergie. Kerncentrales stoten geen broeikasgassen uit en kunnen in dat opzicht een voor het klimaat duurzame energiebron zijn. In het hele onderzoek komt het woord ‘Fukushima’ niet voor en dat ongeluk heeft ongetwijfeld een negatieve invloed gehad op de publieke opinie naderhand, maar de bovengenoemde argumenten zijn alleen maar urgenter geworden.

Behnam Taebi is professor energie- en klimaatethiek van de Technische Universiteit Delft en hij vermoedt dat kernenergie weer terug op de agenda is door het steeds urgentere en zichtbaardere klimaatvraagstuk en het streven om wat betreft energie zelfvoorzienend te zijn en niet meer afhankelijk van Russisch gas. “Ik had het enkele jaren geleden nooit voor mogelijk gehouden dat er nu serieus over de bouw van twee nieuwe kerncentrales wordt gesproken”, zegt hij. “Dat is een snelle en stevige omslag.”

Publiekelijk schuift er ook het een en ander. Tussen de geharnaste voor- en tegenstanders van kernenergie zit doorgaans een groot middenveld van minder uitgesproken mensen. Een recente peiling die in het rapport Splijtstof van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur werd gepubliceerd laat zien dat er sinds de inval van Rusland in Oekraïne (en de stokkende gasleveringen aan Europa) meer mensen van een ‘negatieve’ naar een ‘neutrale’ houding zijn opgeschoven als het gaat om kernenergie in Nederland. Afgelopen mei zei 41 procent van de ruim duizend respondenten voor nieuwe kerncentrales te zijn, 41 procent was neutraal en 18 procent was tegen.

Het volledig opengereten gebouw van reactor nummer 4 van de Tsjernobyl-kerncentrale. In april 1986 vond hier de ernstigste kernramp uit de geschiedenis plaats. Onderzoek laat zien dat het aantal mensen dat positief staat tegenover kernenergiede daalt na nucleaire ongelukken.

Wikimedia commons, Joker345 via CC BY-SA 4.0

Op de vraag of je voor of tegen kernenergie bent is overigens wel wat af te dingen, vindt Taebi. “Natuurlijk kun je besluiten dat kernenergie niet wenselijk is, maar dan moet je eigenlijk meenemen wat ervoor in de plaats komt”, zegt hij. Vrijwel iedere energiebron heeft nadelen. Zonne- en windenergie zijn zoals gezegd wispelturig en zorgen voor een belasting op het landschap, kolen- en gasenergie warmen ons klimaat op met rampzalige gevolgen. “Ik zou daarom zeggen: je moet naar de voor- en nadelen van een bepaalde energiemix kijken. Voor je het weet ben je aan het ‘eilanddenken’ en schiet je alle energiebronnen één voor één af. Aan het einde houd je dan niets meer over.”

Ratio versus emotie

Hoe veilig we dit type kernreactoren ook maken, hoeveel ‘airbags’ en ‘veiligheidsglas’ we ook inbouwen: een ongeluk blijft op de loer liggen, net als in een hypermoderne auto. Tegenstanders van kernenergie blijven daarop wijzen. De impact van een kernramp is in potentie enorm, zoals het ongeluk in de centrale van Tsjernobyl in 1986 dat zorgde voor duizenden slachtoffers en meer dan honderdduizend ontheemde mensen.

Voorstanders van kernenergie zeggen meestal dat de kans op een ongeluk héél erg klein is (en dat de reactoren van Tsjernobyl veel onveiliger waren dan moderne exemplaren). “Hoe groot het gevolg ook mag zijn, als de kans op een bepaalde gebeurtenis heel klein is, dan blijft zo’n ramp wiskundig gezien irrelevant”, zegt Sabine Roeser, hoogleraar ethiek van de Technische Universiteit Delft. Waarmee ze eigenlijk wil zeggen dat de voorstanders zo’n gebeurtenis makkelijk kunnen wegcijferen. Te makkelijk.

Met het wegcijferen van een kernramp neem je de zorgen erover niet weg, in feite bagatelliseer je de angsten van een ander. Tegenstanders zullen blijven denken, ja, maar de kans is niet núl. Wat als het wél gebeurt? En er zijn veel meer zorgen rondom kernenergie die kunnen spelen, zoals wie de lusten (de stroom) en de lasten krijgt (zoals horizonvervuiling en de risico’s). Tot slot is er de vraag of we onze kinderen en kleinkinderen kunnen opzadelen met ons radioactieve afval.

Demonstranten bij de kerncentrale in Borssele in 1979.

Wikimedia commons, Rob Croes/Anefo via publiek domein

In het debat rondom kernenergie spelen vaak emoties die meestal niet gehoord worden. “Het gevoel in een debat wordt makkelijk ‘weggezet’, zo van ‘u heeft net naar de expert geluisterd die zegt dat er geen reden tot zorg is, waarom bent u het niet met hem of haar eens!?’”, zegt Roeser. Volgens haar is het een gangbaar idee dat emotie en rede op gespannen voet met elkaar staan, maar hebben ze beide een functie in het debat.

Wetenschap is belangrijk maar niet voldoende om een goede afweging te maken. Er zijn namelijk ethische overwegingen, zegt Roeser. “Emotie helpt je om ethische waarden goed onder ogen te krijgen, zoals het belang van toekomstige generaties. Dat kun je in een rekenmodel makkelijk wegcijferen, maar als je appelleert aan het inleveringsvermogen voor de toekomst, dan kun je compassie krijgen voor de toekomstige generaties. Misschien kom je dan tot de conclusie dat die generatie net zo belangrijk of zelfs belangrijker is dan die van ons.”

Nieuwe centrales, geen discussie

Een goede discussie over kernenergie gaat dus over wetenschap, ethische kwesties en laat ruimte voor emoties. Maar hoe geef je dat praktisch vorm? Een voorbeeld van hoe het niet moet is wat er in 2010 in Barendrecht gebeurde rondom de realisatie van een ondergrondse opslag voor CO2 (die er uiteindelijk overigens niet kwam), zegt Roeser. Er zaten daar twee ministers op een podium tegenover een zaal met bezorgde omwonenden. De ministers wilden eigenlijk over formaliteiten spreken, het besluit dat de opslag er zou komen was eigenlijk al genomen. “Je zou burgers juist moeten betrekken in een open dialoog waarbij hun inbreng het verschil kan maken”, zegt ze.

Zo’n dialoog is enorm bewerkelijk om te organiseren maar zo kun je wel veel meer de diepte ingaan en de emoties een plaats geven, zegt ze. “Zo bereik je veel meer. Als mensen zien waarom keuzes worden gemaakt dan accepteren ze de gevolgen ook veel makkelijker, zelfs als deze in feite nadelig zijn voor henzelf.”

Zitten we wat dat betreft op een goed spoor? Wordt de burger beter betrokken bij besluitvoering dan in de jaren 70? Roeser heeft er nog niet veel van teruggezien. “Het onderwerp staat weer op de politieke agenda, maar het was geen groot verkiezingsthema. Ik heb daarvoor helemaal geen discussie gezien, niet in de Tweede Kamer en niet in de openbare ruimte. Het was best een verrassing dit zo stellig in het regeerakkoord stond.”

Afgeblazen kerncentrales

Stel we gáán straks overstag en laten twee nieuwe centrales bouwen – die pas over tien jaar klaar zijn – dan zal je net zien dat het debat rondom kernenergie weer volledig is omgeslagen. Hoe voorkom je nu dat die centrales weer snel worden stilgelegd en afgebroken? “Zoiets kun je nooit uitsluiten”, zegt Taebi. “Als op dat moment tachtig procent van de bevolking tegen kernenergie is dan wil ik wel een kabinet zien die de kerncentrales toch openhoudt.”

Kernenergie vergt continuïteit van beleid over lange tijd om alleen al de betaalbaarheid ervan te waarborgen. Toch gaat het daar vaak mis. “We schetsen steeds vergezichten met allerlei mooie oplossingen”, zegt Roeser. “Maar in feite hebben we steeds te maken met de volgende verkiezingen.” Dat kan inderdaad nogal duur uitpakken. Taebi schetst het geval van de Oostenrijkse kerncentrale Zwentendorf. Toen deze in 1978 na zes jaar bouwen af was, stemde een uiterst krappe meerderheid van 50,47 procent van de bevolking in een referendum tegen het opstarten van de centrale. De (in huidige prijzen) ruim een miljard euro kostende betonnen kolos doet nu nog steeds dienst als evenementenhal en filmlocatie.

Poll
Poll

Ben jij voor de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland?

ReactiesReageer