Je leest:

Jaarlijks zestig extra gevallen van baarmoederhalskanker

Jaarlijks zestig extra gevallen van baarmoederhalskanker

De gevolgen van minder HPV-vaccinatie

Auteur: | 6 juli 2018

Steeds minder meisjes laten zich vaccineren tegen baarmoederhalskanker. Nog maar 46 procent van de opgeroepen meisjes komt de vaccinatie halen, tegen eerder 61 procent. Door die daling worden jaarlijks ongeveer zestig gevallen van baarmoederhalskanker minder voorkomen, stelt het jaarverslag van het Rijksvaccinatieprogramma van het RIVM.

Hpv vaccine  gardasil 2016japan 04
Steeds minder meisjes laten zich tegen HPV vaccineren uit angst voor bijwerkingen.

Jaarlijks krijgen ongeveer honderdduizend meisjes van 12/13 jaar een oproep om zich te laten inenten met het HPV-vaccin als onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma. Dat gebeurt op die leeftijd omdat het vaccin het meest effectief is als je nog geen seks hebt gehad.

Het vaccin beschermt tegen twee varianten van het humaan papillomavirus (HPV), die verantwoordelijk zijn voor 70 procent van alle gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland. Dat is de meest voorkomende kanker door HPV, maar de virussen kunnen ook leiden tot kanker aan bijvoorbeeld vagina, penis en keelholte of, iets minder heftig, tot genitale wratten.

HPV komt veel voor. Bijna iedereen raakt wel een keer besmet met het virus. Er is geen medicijn tegen deze virussen, maar meestal ruimt het lichaam HPV zelf op. Gelukkig krijgt dus niet iedereen er kanker van.

Uitgerekend

Zonder de bescherming van het vaccin krijgen van elke 100.000 vrouwen er 535 baarmoederhalskanker gedurende hun leven, bleek uit onderzoek dat epidemioloog Johannes Bogaards deed in 2011 naar de effectiviteit van het HPV-vaccin. Als al die vrouwen wel gevaccineerd waren geweest dan was dat aantal gedaald naar 168 gevallen per 100.000 vrouwen, bepaalde hij. Het vaccin biedt als gezegd geen volledige bescherming omdat het niet beschermd tegen alle varianten van HPV, maar in dat geval zouden er toch 367 gevallen per 100.000 vrouwen voorkomen zijn.

Op basis van deze gegevens heeft het RIVM geschat dat bij een vaccinatiegraad van 61 procent 289,5 gevallen van baarmoederhalskanker worden voorkomen. En bij een vaccinatiegraad van 45 procent 228,25 gevallen. Dat is een verschil van 61,25 gevallen per 100.000 vrouwen. Omdat er jaarlijks ook ongeveer 100.000 meisjes worden opgeroepen voor de HPV-vaccinatie, kan eenvoudig worden uitgerekend hoeveel van die meisjes later in hun leven baarmoederhalskanker zullen krijgen. Dat zijn er ongeveer zestig nu het aantal meisjes dat zich laat vaccineren daalt (van 61 naar 45 procent). Terwijl dit voorkomen had kunnen worden.

Afweersysteem aan het werk

Sinds 2008 is een vaccin tegen baarmoederhalskanker opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Het vaccin bevat eiwitten van de twee verschillende HPV-varianten. Het afweersysteem herkent die stukjes virus als lichaamsvreemd en komt direct in actie. De productie van beschermende antistoffen gaat van start en er worden geheugencellen aangemaakt om het virus bij een volgend contact sneller te kunnen herkennen. Doordat het afweersysteem zo hard aan het werk gaat, krijg je na vaccinatie vaak last van tijdelijke klachten zoals koorts of vermoeidheid.

Die klachten zijn van voorbijgaande aard, maar er zijn meisjes die na HPV-vaccinatie klagen over chronische vermoeidheid. Een lastige klacht, omdat er zoveel redenen kunnen zijn waarom iemand vaak moe is. Juist in de puberteit, als het lichaam talloze veranderingen ondergaat, is vermoeidheid een veelgehoord probleem.

Zinnig

Over het verband tussen vaccinatie en chronische vermoeidheid is alleen iets zinnigs te zeggen als je een vergelijking maakt tussen heel veel meisjes die wel gevaccineerd zijn en heel veel meisjes die dat niet zijn. Dat onderzoek wordt gelukkig gedaan, bovendien in verschillende Europese landen. “Tot nu toe worden de zorgen over chronische vermoeidheid niet gestaafd door onderzoek”, vertelt Alies van Lier, werkzaam bij het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. “Uit alle gegevens die verzameld zijn, sinds 2008, blijkt dat het vaccin veilig is.”

Nederlands onderzoek naar de relatie tussen chronische vermoeidheid en HPV-vaccinatie loopt nog. Daarvan worden de resultaten in de loop van 2018 verwacht. Uit bijvoorbeeld Noorwegen zijn er al wel gegevens. Daar zijn tussen 2009 en 2014 ruim 176.000 meisjes gevaccineerd tegen baarmoederhalskanker. Binnen deze groep kwamen chronische vermoeidheidsklachten procentueel gezien ongeveer net zo vaak voor als bij de bijna 825.000 ongevaccineerde meisjes en jongens gedurende diezelfde periode. Studies uit Groot-Brittannië en Denemarken laten ook geen verband zien tussen chronische vermoeidheid en HPV-vaccinatie.

Slapen
Bij meisjes die gevaccineerd zijn tegen HPV komt chronische vermoeidheid niet vaker voor dan bij meisjes en jongens die niet zijn ingeënt.

Zwanger worden

Een andere zorg waar veel meisjes mee worstelen, is de vraag of HPV-vaccinatie effect zou kunnen hebben op hun vruchtbaarheid. Van Lier kan zich niet voorstellen dat er zo’n effect zou zijn. “De vaccinatie werkt namelijk op het afweersysteem, niet op de voortplantingsorganen.”

Om dit epidemiologisch te onderzoeken, zou je heel lang ongevaccineerde en gevaccineerde meisjes moeten volgen. Worden meisjes die zijn ingeënt inderdaad minder makkelijk zwanger dan meisjes die niet zijn ingeënt? Daar is nog gen langdurig onderzoek naar gedaan.

Er is wel Amerikaans onderzoek dat de daling van geboortecijfers koppelt aan de invoering van het HPV-vaccin, maar daar is wetenschappelijk een hoop op aan te merken, want er zijn veel meer factoren die de daling in geboortecijfers kunnen verklaren. Het gebruik van voorbehoedmiddelen kan zijn toegenomen of mensen wachten met het krijgen van kinderen omdat het economisch even wat minder gaat. Voor dit soort factoren is in het onderzoek niet gecorrigeerd. Dat vaccinatiegraad en geboortecijfer tegelijk dalen zegt niet dat het een de oorzaak is van het ander.

Gardasil vaccine and box
Meisjes die zijn ingeënt tegen HPV hebben zeventig tot tachtig procent minder kans om baarmoederhalskanker te krijgen.

Deense wetenschappers hebben in 2017 wel onderzoek gedaan naar HPV-vaccinatie en het risico op zwangerschapscomplicaties zoals spontane abortus, vroeggeboorte en afwijkingen bij de baby. Zij vroegen gegevens op van vrouwen die zwanger waren tussen 2006 en 2013 en die wel, of juist niet, gevaccineerd waren tegen HPV. Bij de gevaccineerde vrouwen kwamen zwangerschapscomplicaties niet meer voor dan bij vrouwen die zich niet hadden laten inenten.

Voorzichtige schatting

Er is geen bewijs dat HPV-vaccinatie zorgt voor bijwerkingen als chronische vermoeidheid of onvruchtbaarheid. Toch zijn het dit soort verhalen die ervoor zorgen dat minder meisjes zich tegen baarmoederhalskanker laten inenten. Dat baart Van Lier zorgen. “Baarmoederhalskanker komt niet vaak voor, maar het is wel een ernstige ziekte. We hebben nu berekend dat met de daling in vaccinatiegraad zestig gevallen van baarmoederhalskanker minder worden voorkomen, maar dat is waarschijnlijk nog een voorzichtige schatting. HPV-vaccinatie beschermt niet alleen tegen baarmoederhalskanker, maar ook tegen een aantal andere zeldzame vormen van kanker.”

Alsnog inenten

Meisjes krijgen vaccinatie aangeboden in het jaar dat ze 13 jaar worden. Meisjes van 12/13 jaar krijgen twee keer een vaccinatie in de bovenarm. Tussen de twee vaccinaties zit een periode van een half jaar. Als meisjes van 15 jaar en ouder de vaccinatie alsnog willen, dan kan dat. Dan is er wel drie keer een vaccinatie nodig.

Meisjes die zijn ingeënt raken niet besmet met het virus en kunnen het daardoor ook niet overdragen. Dankzij vaccinatie kan HPV zich minder goed verspreiden en zal baarmoederhalskanker op den duur ook bij niet gevaccineerde vrouwen minder vaak voorkomen.

Bronnen

  • E. A. van Lier e.a. Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2017 juni 2018, doi:10.21945/RIVM-2018-0008
  • J. A. Bogaards e.a. Long-term impact of human papillomavirus vaccination on infection rates, cervical abnormalities, and cancer incidence Epidemiology, november 2011 (online), doi:10.1097/EDE.0b013e31821d107b
  • B. Feiring e.a. HPV vaccination and risk of chronic fatigue syndrome/myalgic encephalomyelitis: A nationwide register-based study from Norway Vaccine, juli 2017 (online), doi:10.1016/j.vaccine.2017.06.031
  • N. M. Scheller e.a. Quadrivalent HPV vaccination and the risk of adverse pregnancy outcomes NEJM, maart 2017 (online), doi: 10.1056/NEJMoa1612296
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 juli 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.