Je leest:

In het lab is de slimme meter te foppen. Thuis ook?

In het lab is de slimme meter te foppen. Thuis ook?

Auteur: | 19 juni 2020

Bijna vier op de vijf huishoudens hebben inmiddels een slimme digitale elektriciteitsmeter. Maar er verschijnen nog steeds onderzoeken die aantonen dat de meters in bepaalde situaties te veel stroom registreren. In hoeverre zijn de laboratoriumcondities vertaalbaar naar de situatie thuis?

Best trots ben ik op de boekenkast die mijn vrouw en ik in elkaar timmerden. Hij hangt midden in de woonkamer aan de muur en heeft ledverlichting en een dimmer. Maar levert ons dat niet een te hoge energierekening op? In 2017 schreef ik voor NEMO Kennislink een artikel over hoe slimme elektriciteitsmeters in combinatie met ledverlichting veel te veel stroom registreren. Toen er datzelfde jaar bij ons een brief op de deurmat viel waarin stond dat we een slimme meter konden krijgen, weigerden we. De installatie is niet verplicht.

Volgens Jenny Huttinga, woordvoerder van Netbeheer Nederland, behoren we hiermee tot de vier procent weigeraars van de slimme meter. Netbeheer Nederland is de brancheorganisatie voor netbeheerders en is verantwoordelijk voor de uitrol van de slimme meter in Nederland. Dat gaat voorspoedig. Inmiddels heeft 76 procent van de Nederlandse elektriciteitsaansluitingen een slimme meter, en dat percentage groeit. Volgens de afspraak die netbeheer met de overheid maakte, moet eind dit jaar ieder huishouden een aanbod voor installatie van zo’n meter hebben gehad. Dan moet ook minimaal 80 procent van de huishoudens een slimme meter hebben. Dat is haalbaar volgens Huttinga.

Slimme meters zijn essentieel voor het elektriciteitsnetwerk van de toekomst waarin steeds meer variabele stroombronnen zoals zonne- en windenergie zitten. Om vraag en aanbod op elkaar af te kunnen stemmen is er beter zicht nodig op het actuele stroomverbruik. In 2015 ging de grote verbouwing van de Nederlandse meterkasten van start, maar al snel kwamen er geluiden dat de meters soms niet goed werken en te veel of te weinig stroom registreren. Onderzoekers onder leiding van Frank Leferink van de Universiteit Twente lichtten de netbeheerders in 2015 in over foute meterstanden die zij in hun laboratorium vonden. Nog steeds publiceren verschillende onderzoeksgroepen wetenschappelijke artikelen over meters en apparatuur die tot verkeerde meterstanden leiden. Hoe betrouwbaar is de slimme meter?

Een gewraakte vijverpomp

Het gaat bijvoorbeeld mis bij een vijverpomp, geschikt voor onder andere koikarpers. Dat blijkt uit onderzoek dat Leferink en collega’s vorig jaar deden in het kader van het Europees onderzoeksproject EMPIR. Er werden in het laboratorium tien slimme meters getest – modellen die ook in Nederlandse huizen zijn geïnstalleerd – in combinatie met de vijverpomp waarvan het vermoeden bestond dat hij bij een consument tot foute meterstanden had geleid. Afhankelijk van de gebruikte meter én het type netwerk (daarover later meer) werden er afwijkingen geconstateerd tussen de 61 procent te weinig en 2675 procent te veel stroom. In dat laatste geval mat de elektriciteitsmeter dus bijna 27 keer meer stroom dan de gespecialiseerde meetapparatuur van de onderzoekers.

De installatie van een vijverpomp.
De zogenoemde stroomgrafiek van een vijverpomp laat zien dat de vorm van het verbruik sterk afwijkt van de ideale golfvorm van de stroom uit het stopcontact (blauw). De pomp verbruikt stroom in zeer korte pulsen. De verschillende kleuren corresponderen met verschillende standen van de pomp.

In het wetenschappelijke artikel gaan de onderzoekers niet in op een mogelijke oorzaak van de verschillen, maar ze voegen wel een grafiek toe van de ‘vorm’ van de stroompieken die de vijverpomp van het elektriciteitsnetwerk trekt. Dat zijn relatief korte pulsen die sterk afwijken van het gebruikelijke golfvormige spanningspatroon van het netwerk. In het eerdere onderzoek met de slimme meter met ledlampen en een dimmer leek dat de bron van verkeerde meterstanden te zijn.

Huttinga van Netbeheer Nederland kent het onderzoek. Ze zegt dat Netbeheer Nederland ook elektriciteitsmeters voor onderzoek aan Leferink leverde. Ze voegt daaraan toe dat de vijverpomp op basis van de bevindingen is afgekeurd door de verantwoordelijke overheidsinstantie Agentschap Telecom. De vergunning voor verkoop is ingetrokken. Leferink bevestigt dat.

Han Slootweg is professor Smart Grids van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en werkt voor een van de netbeheerders in Nederland, Enexis. Hij kijkt op verzoek van NEMO Kennislink naar het onderzoek van Leferink. De vijverpomp trekt volgens hem een zeer vervelende stroom. “Dit is een soort halve stroomcyclus die slechts vijf milliseconden duurt. Dat staat zo ver van de ideale stroom, de meters zijn hiervoor niet ontworpen. Ze zijn niet geschikt om zoiets te meten”, zegt hij.

Overigens vermoedt hij wel dat de afwijking in de meting kleiner wordt wanneer je naast de vijverpomp ook andere apparaten aansluit, zoals verlichting, een wasmachine of verwarming. “Zodra je die stromen gaat optellen en er ontstaat een klassiekere stroomvorm, dan kan de meter daar veel beter mee omgaan”, zegt hij. “Niet alleen de relatieve fout, maar ook de absolute fout wordt hiermee kleiner. Je komt dan nooit meer op twintig keer meer meten dan de pomp verbruikt.”

Leferink bevestigt dat het aantal aangesloten apparaten van invloed is op de resultaten. “Dat helpt enorm mee.” De onderzoekers laten in de publicatie ook zien dat een eigenschap als impedantie (een indicator voor de mate waarin de spanning van een elektriciteitsnetwerk varieert als gevolg van de stroomsterkte) grote invloed heeft op de gemeten verschillen. Bij het gebruik van een ‘ideale stroombron’ waarbij de spanning niet varieert lopen de eerder genoemde verschillen terug tot -19 en +483 procent.

Kerstverlichting op een huis. Iedereen heeft zo gezien een andere stroomrekening.

Een ‘echte’ stroomrekening

De eerdere discussie rondom de slimme meter herhaalt zich hier. Aan de ene kant constateren onderzoekers dat elektriciteitsmeters in combinatie met bepaalde apparaten er helemaal naast zitten. Aan de andere kant bevestigen de netbeheerders dat (ze lieten het ledlampen-onderzoek herhalen door een onafhankelijk onderzoeksinstituut), máár zeggen vervolgens dat dit alleen in een uitzonderlijke laboratoriumsituatie het geval is. Klopt dat laatste?

Als ik Leferink de vraag voorleg wat de resultaten nu voor een ‘echte’ stroomrekening betekenen, is hij terughoudend met antwoorden. Na aandringen zegt hij: “Ik weet niet wat een echte stroomrekening is, maar feit is dát er afwijkingen zijn. De man die ons benaderde had deze vijverpomp en een fors hogere uitlezing op zijn meter. Misschien was dat niet opgevallen als hij tegelijkertijd ook nog een airconditioning of een warmtepomp had draaien. Maar wij onderzoeken nu juist al die gevallen waar iets vreemds optreedt, en die gevallen zijn er. Ook bij mensen thuis.”

Leferink zegt dat de standaardreactie van de netbeheerders is om de storing te bagatelliseren, en te zeggen dat de testsituaties in het echt niet of nauwelijks voorkomt. “Dat kan misschien kloppen, maar als je in een vliegtuig zit en de bliksem raakt het toestel dan wil je veilig landen. Ook al komt die situatie misschien weinig voor…”

Betere meters

Lopen we nu massaal kans op een te hoge (of, eerlijk is eerlijk, te lage) energierekening? Huttinga kan niet garanderen dat de slimme meter in álle gevallen goede metingen doet, maar ze bestrijdt het beeld dat de meters zo lek als een mandje zijn. “Wij testen de door ons geïnstalleerde meters steekproefsgewijs en daarbij worden soms ook meters afgekeurd”, zegt ze. “Over het algemeen zijn wij tevreden over de prestaties van de slimme meter.”

Er zit volgens Leferink de laatste jaren wel verbetering in de zaak. De meters die op dit moment worden geïnstalleerd zijn volgens hem beter bestand tegen ‘slechte stromen’ dan de slimme meters van enkele jaren geleden. “Met een relatief goedkope elektrische filter kan de fabrikant zo’n meter al robuuster maken.”

Hij zegt ook dat Netbeheer Nederland het door hem aangekaarte probleem wel serieus nam en aanvullende eisen aan de meters stelde. “Het gaat nu misschien wel de goede kant op, maar ik blijf mij zorgen maken over de eerder geïnstalleerde meters, die gevoeliger zijn voor verstoringen”, zegt hij.

Eerdere klachten

Na media-aandacht in 2017 ontving Netbeheer Nederland in korte tijd zo’n drieduizend klachten over slimme meters. Volgens Huttinga hebben ze samen met de klanten gezocht naar de oorzaak van die klachten. In 79 gevallen is er een controlemeting gedaan.

Er zijn volgens een rapport van de netbeheerders geen gevallen gevonden waarbij afwijkende meterstanden werden gevonden als gevolg van interferentie met andere apparaten. De meldingen zouden voornamelijk zijn ontstaan door de ‘inzichten’ die de consumenten in hun stroomverbruik kregen. Zo laat een slimme meter duidelijk zien dat het verbruik in de wintermaanden doorgaans veel hoger is dan in de zomer. Maar Huttinga zegt ook dat consumenten vrijwel tegelijkertijd nieuwe apparaten met een hoog verbruik hadden geïnstalleerd, dat er te lage schattingen waren of dat de meting liet zien dat juist de óude meter te weinig mat.

Uitgelicht door de redactie

Biologie
Heeft luchtverontreiniging invloed op het verloop van COVID-19?

Biologie
‘De overheid moet klimaatgevaren net zo hoog agenderen als corona’

Biologie
Een coronavaccin uit insectencellen

Een lagere stroomkwaliteit

Wat kun je nu doen als je vermoedt dat jouw (slimme) meter niet goed functioneert? Netbeheer hanteert een stappenplan waarin consumenten wordt opgeroepen om eerst zelf grondig na te gaan of er redenen zijn voor afwijkende meterstanden, zoals de aanschaf van nieuwe apparaten of een veranderde gezinssituatie. Pas daarna neem je contact op met respectievelijk de energieleverancier en netbeheerder, die zal proberen een technische oorzaak te vinden.

Een controlemeting kost honderd euro. Dat is een drempel die de netbeheerders opwierpen om er zeker van te zijn dat er ‘echt iets aan de hand is’, aldus Huttinga. Zij erkent wel dat er veel verantwoordelijkheid voor het probleem bij de consument ligt. “Ik hoop dat we de mensen hierin steeds beter kunnen begeleiden. We willen ze op weg helpen met het stappenplan door ze bijvoorbeeld te wijzen op lijstjes met energieslurpende apparaten”, zegt ze.

Han Slootweg van de TU/e en Enexis vindt dat er in dat stappenplan nog meer aandacht mag zijn voor apparaten die slechte stromen trekken, zoals de gewraakte vijverpomp. De netbeheerders moeten eigenlijk niet alleen nagaan of er misschien apparaten in huis zijn die veel stroom verbruiken, maar die wellicht ook slechte stroompulsen veroorzaken.

Het kan dus zijn dat je als nietsvermoedende consument een apparaat aanschaft dat een slechte stroom trekt – ondanks dat daar wel regels voor zijn – en zo voor problemen met de meter zorgt. Zowel Huttinga als Slootweg hebben het bijvoorbeeld over Chinese producten waarop nauwelijks controle zou zijn. Maar is dat geen afleiding van het probleem? Moet een meter niet gewoon altijd een goede meting doen, ongeacht de ‘kwaliteit’ van de stroom?

“Er zijn apparaten die dat kunnen en op hoge frequentie de stroom meten”, zegt Slootweg. “Maar dat zijn ook duurdere apparaten. Misschien dat je dan op een bedrag van een paar honderd euro voor een meter zo’n vijftig procent duurder uit bent. Dat kost aan meterhuur zomaar een paar tientjes per jaar meer. De vraag is of je iedereen moet laten opdraaien voor een probleem dat bij een fractie van de mensen speelt.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 juni 2020

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.