Je leest:

Hollandse vrouwen stonden hun mannetje

Hollandse vrouwen stonden hun mannetje

Over hoereren, stelen en meppen door vrouwen in de zeventiende eeuw.

Auteurs: en | 6 maart 2015

Op 8 maart is het weer Internationale Vrouwendag. Een dag waarop we de vrouwenemancipatie vieren. Hollandse vrouwen staan al eeuwen internationaal bekend om hun zelfstandigheid en assertiviteit. Minder bekend is dat zij in de zeventiende eeuw bijna net zo vaak als mannen in aanraking kwamen met justitie.

In de zeventiende en achttiende eeuw was de Republiek der Nederlanden één van de grootste zeenaties, met een grote handels- en oorlogsvloot en veel visserij. Door de grote gevaren op zee, zoals stormen, aanvallen van vijandige schepen en ziektes, keerde 46 procent van de VOC-bemanning niet terug. Onder soldaten was dit percentage nog veel hoger, namelijk 58 procent.

Dievegges uit armoede

Uit onderzoek blijkt dat zeventiende-eeuwse vrouwen qua criminaliteit weinig voor hun mannelijke tijdgenoten onderdeden. Vermogensdelicten kwamen het meest voor. Door hun ondergeschikte positie aan mannen en de afwezigheid van hun zeevarende echtgenoot waren vrouwen kwetsbaar. De salarissen van deze mannen werden niet volledig aan hun gezinnen uitbetaald, waardoor een groot deel van de zeemansvrouwen in armoede leefde. Zij konden bij de kerk en het stadsbestuur aankloppen om armenhulp te ontvangen, wat zij in grote getale deden. Ruim 67% van de vrouwen is hier tijdelijk van afhankelijk geweest. Deze armoede was de reden dat vrouwen zich schuldig maakten aan diefstallen, inbraken, berovingen en verkoop van gestolen goederen. Bijna de helft van dit soort zaken komt in deze tijd op het conto van vrouwen. Zij bestalen meestal hun werkgever, opdrachtgever of bekenden.

Vrouwen pleegden zelden gewelddadige overvallen, maar stonden wel hun mannetje als het op vechten aankwam. Uit de vechtboeken van Rotterdam blijkt dat ongeveer 42 procent van de vechtersbazen vrouw was. Op- of aanmerkingen over hun seksuele eer, gedrag of beroepseer dulden de dames – meestal uit de onderste lagen van de samenleving – niet en ruzies met buren over bijvoorbeeld vuil op de stoep konden uitmonden in gewelddadigheden, waarbij zij het slaan met potten en kannen niet schuwden.

Je eer was je alles

Waar eigen verantwoordelijkheid, schuldbesef en geweten centraal staan in de hedendaagse westerse samenleving, waren reputatie, openbare en seksuele eer, en fatsoen in de zeventiende eeuw het meest belangrijk. Met de omslag van het katholicisme naar het protestantisme verdween het huwelijk als sacrament. Het stadsbestuur werd verantwoordelijk voor de huwelijkse zaken en legde bij wet vast dat alle vormen van seksualiteit buiten het huwelijk verboden waren. Een ‘gevallen’ vrouw had grote moeite om te overleven en had een grotere kans om herhaaldelijk gearresteerd te worden. Onfatsoenlijk gedrag had namelijk niet alleen een slechte invloed op de reputatie van de persoon in kwestie, maar straalde ook slecht af op de buren, de buurt en zelfs de gehele stad. Daarom werden vrouwen continu in de gaten gehouden door familie, buren en de kerk.

Als gevolg van deze hervorming bezetten zedendelicten de tweede plek van criminele activiteiten gepleegd door vrouwen. Dat ging niet zozeer over prostitutie, de vergrijpen waarvoor de meeste mensen werden veroordeeld waren seks voor het huwelijk en overspel. Ruim 65 procent van de overspelplegers in de zeventiende eeuw, was vrouw. Vaak ging het om gehuwde vrouwen die een nieuwe relatie aangingen met ongehuwde mannen. Dit was niet zo heel vreemd, omdat met name zeemansvrouwen vaak jaren alleen waren en zij niet wisten of hun mannen überhaupt nog in leven waren. Toch mochten deze onbestorven weduwen niet hertrouwen voordat zij een officiële doodverklaring van hun echtgenoot ontvingen. Dit kon soms jaren op zich laten wachten of zelfs helemaal nooit komen.

Register van ampele quade clap

Er zijn veel gegevens bekend over criminaliteit in de zeventiende en achttiende eeuw. Door de enorme verstedelijking van Holland (ruim 70%), nam criminaliteit sterk toe, met als gevolg dat het rechtssysteem in korte tijd professionaliseerde. Baljuws, schouten en schepen (vergelijkbaar met politie en rechters) hielden de vervolgingen en berechtingen van de inwoners van hun stad nauwkeurig bij in verschillende justitie- of sententieboeken. Zij noteerden verhoren van verdachten letterlijk in het examenboek, de verklaringen van getuigen in besoigneboeken en de lichtere vergrijpen in de correctieboeken. Al deze boeken zijn bewaard gebleven in de Nederlandse archieven.

Het strafproces

Dit was nooit aan het licht gekomen als de vrouwen niet waren gearresteerd. In een deel van de gevallen werden de overtreders op heterdaad betrapt, maar meestal werd er aangifte gedaan.

Buren speelden in dat proces een belangrijke rol. De reputatie van de buurt hing namelijk af van de mensen die er woonden. Als iemand zich misdroeg, straalde dat op iedereen slecht af. Bij een vermoeden van onfatsoenlijk gedrag konden buren, maar ook familieleden en predikanten, naar de schepenen stappen.

Vrouwen hadden een hoger risico om gepakt te worden dan mannen. De omgeving hield hun gedrag extra in de gaten en een eventuele zwangerschap maakten ‘hun misdaad’ moeilijker te verhullen.

Vaak bestond de aanklacht uit een reeks delicten, die duidden op een criminele levensstijl. Dit was voornamelijk het geval bij dievegges en prostituees. Ter verdediging voerden zij vaak aan dat zij deze overtredingen hadden gepleegd uit armoede. Toch werden deze vrouwen streng gestraft. Zij moesten werken in tuchthuizen, werden op het schavot tentoongesteld of voor langere tijd verbannen. Vechtende vrouwen kwamen er meestal vanaf met een reprimande of lichte straf, omdat geweldpleging vaak op zichzelf stond.

Prostituee Elsje Christiaens uit Jutland werd in 1664 aan de wurgpaal gehangen, omdat zij op een herbergierster zou hebben ingehakt tijdens een ruzie om slaapgeld. Zij was toen 16 of 18 jaar.

Kindermoordenares

Het enige misdrijf dat vrijwel uitsluitend door vrouwen werd gepleegd was kindermoord. Omdat de seksuele eer van vrouwen heel belangrijk was, werd het als een groot schandaal gezien als een meisje ongehuwd een kind ter wereld bracht. De ongehuwde vrouwen hielden hun zwangerschap daarom vaak verborgen en bevielen in het geheim van hun kind, waarna zij het ter dood brachten.

Om van het lichaampje af te komen werden bijvoorbeeld in Rotterdam veel kinderen door hun wanhopige moeders in de Maas gegooid, in de hoop dat niemand ooit achter hun schande zou komen.

Kindermoord was het enige misdrijf waarvoor vrouwen de doodstraf konden krijgen. Zij werden gewurgd aan een paal, soms voorafgegaan door het afhakken van een hand. Vrouwen kregen deze straf zelden, omdat bewezen moest worden dat de moeder bewust een levend kind had omgebracht. Dit was zonder bekentenis heel moeilijk, waardoor de meeste vrouwen een schavotstraf of gevangenisstraf kregen opgelegd voor verwaarlozing van hun eerstgeboren kind.

Verzachtende omstandigheden

Verdachten konden worden vrijgepleit door mensen die voor hen instonden. Bedrogen echtgenotes hadden een actieve rol in dit proces. Zij konden hun overspelige man terugnemen en vergeven, waarna de rechter hem vrijsprak. De publieke schande en het verlies van inkomen was voor deze vrouwen belangrijker dan het vreemdgaan.

Indien een vrouw voor een eerste vergrijp werd gearresteerd of valselijk was beschuldigd, waren buren vaak geneigd om ten overstaan van de rechtbank in te staan voor haar reputatie en zedelijkheid. Ook was het mogelijk dat de rechtbank een vrouw onder toezicht van haar familie kon stellen, om een ernstige veroordeling te voorkomen. Zo kreeg de Amsterdamse Jannetje vrijspraak door de rechtbank, op voorwaarde dat zij in het huis van haar vader aan een blok werd vastgezet tot haar man terug zou keren uit Oost-Indië. Hij was toen al zes jaar weg.

Hoewel zeventiende-eeuwse Hollandse vrouwen in vergelijking met vrouwen uit de rest van de wereld heel zelfstandig waren, was hier geen sprake van ideologisch feminisme, maar vooral praktisch. Het stadsbestuur had liever vrouwen die zichzelf konden voorzien, dan te moeten opdraaien voor armlastige vrouwen en hun gezinnen.

Bron

  • Van der Heijden, M., Misdadige vrouwen. Criminaliteit en rechtspraak in Holland 1600 – 1800 (Amsterdam 2014)
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 maart 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.