Naar de content

Hoeveel is de wereldwijde kindersterfte afgenomen?

In hoeverre is het vierde millenniumdoel, vijftien jaar later, bereikt?

Unicef

Wereldwijde kindersterfte met twee derde omlaag. Dat is het vierde doel dat de Verenigde Naties zich in 2000 stelden. Gaan we dat doel dit jaar halen? En hoe moeten we er in de toekomst mee verder?

9 september 2015

Millenniumdoel 4: kindersterfte tussen 1990 en 2015 met twee derde omlaag.

United Nations

Het jaar 2000; een nieuw millennium. Tijd om stil te staan bij de ontwikkelingen in de wereld en afspraken te maken over de toekomst. Daarom stelden alle lidstaten van de Verenigde Naties (VN) in dat jaar gezamenlijk acht doelen op om vooruitgang te boeken op het gebied van armoede, onderwijs, gezondheid en milieu.

Eén van die doelen is het terugdringen van de kindersterfte. In 1990 stierven wereldwijd nog 12,7 miljoen kinderen voor hun vijfde verjaardag, met name door infectieziekten (longontsteking, diarree, malaria, mazelen) en ondervoeding in combinatie met een slechte toegang tot de gezondheidszorg. In 2015 moest dat aantal met twee derde zijn gedaald. Inmiddels loopt 2015 op haar eind. Wat is er van dit doel terechtgekomen?

Ambitieus

Tussen 1990 en 2015 is het sterftecijfer, wereldwijd gezien, gedaald van 90 sterfgevallen per 1000 levendgeborenen naar 43 sterfgevallen per 1000 levendgeborenen. Daarmee is de kindersterfte met iets meer dan de helft afgenomen. Vaccinatie tegen mazelen heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld. Ongeveer 84 procent van alle kinderen heeft tussen 2000 en 2013 tenminste één dosis van het mazelenvaccin gekregen en daarmee zijn naar schatting 15,6 miljoen sterfgevallen voorkomen.

Ondanks deze successen wordt het doel dit jaar niet gehaald. “In Europa en Zuid-Oost Azië is het voor een groot deel gelukt om de kindersterfte voldoende te laten afnemen. Maar in veel landen in bijvoorbeeld Afrika of Zuid-Amerika lukt dat niet”, vertelt Michaël Boele van Hensbroek, bijzonder hoogleraar Global Child Health aan de Universiteit van Amsterdam. Is dat slecht nieuws? “Misschien, maar eigenlijk ook weer niet want er is wel veel vooruitgang geboekt. De gestelde doelen waren ook wel erg ambitieus en, in mijn ogen, niet zo realistisch.”

Registratie

Om kindersterfte te kunnen meten, is gebruikgemaakt van de under 5 mortality: alle kinderen die sterven tussen de geboorte en de dag van hun vijfde verjaardag worden hierin meegenomen. Deze jonge kinderen vormen een kwetsbare groep en zijn daarom een goede graadmeter voor de kwaliteit van de gezondheidszorg in een land. Nu hebben we in Nederland een goede geboorte- en sterfteadministratie en weten we dus precies hoeveel kinderen er overlijden. In ontwikkelingslanden ligt dat anders.

Boele van Hensbroek: “In ontwikkelingslanden is registratie vaak lastig, zo niet onmogelijk. Dan worden er schattingen gedaan. Bijvoorbeeld door te kijken naar de sterftecijfers in studies waarbij kinderen een aantal jaren zijn gevolgd, of door te kijken naar ziekenhuisregistraties en registraties van health centers. Maar dit is zeer onbetrouwbaar.”

Juist een goede registratie is van belang om kindersterfte onder controle te krijgen. Door precies bij te houden hoeveel sterfgevallen er zijn, in welke leeftijdsgroepen en waaraan ze overlijden, leer je de risicofactoren kennen. Hieruit kunnen overheden vervolgens maatregelen nemen om de kindersterfte te verminderen.

Kindersterfte in Nederland

We horen het niet graag, maar in Nederland hebben we nog een relatief hoge kindersterfte. In Nederland zitten we nu op 4 sterfgevallen per 1000 levendgeborenen. In IJsland ligt dat aantal op 2,5 sterfgevallen per 1000 levendgeborenen. De bewuste keuze voor thuisbevallingen zou hierin een rol kunnen spelen. Wat zeker ook meespeelt, is de beslissing wanneer we een te vroeg geboren kind gaan behandelen. In Nederland zijn we daar vrij conservatief in. Onder de 24 weken behandelen we meestal niet. In veel westerse landen is die grens al 23 weken of zelfs nog lager. Behandelde zeer vroeg geboren kinderen hebben een grote kans op hersenbeschadigingen, maar ze gaan niet dood en tellen dus niet mee met de kindersterfte.

Zuigelingensterfte in Europa, gebaseerd op cijfers uit 2007. In Nederland zijn er 4 sterfgevallen per 1000 levendgeborenen. In veel West-Europese landen is dat aantal lager.

Basisgezondheidsvoorzieningen

In veel landen in Azië, het noorden van Afrika en Zuid-Amerika is de kindersterfte drastisch afgenomen. Dat komt met name door de opzet van vaccinatieprogramma’s (bijvoorbeeld tegen mazelen), een betere toegang tot de gezondheidszorg, een betere hygiëne en educatie van de ouders. In sommige landen in sub-Sahara Afrika is diezelfde aanpak gevolgd, maar bleef succes uit.

Waarom slaat eenzelfde aanpak in het ene land wel aan en in het andere niet? Boele van Hensbroek: “Dat heeft alles te maken met de basisgezondheidsvoorzieningen in een land. Die heb je nodig om zulke programma’s te kunnen draaien. In gebieden met onrust, oorlog of een slechte overheid gaat het gewoon niet lukken. Dat zie je ook. In stabiele landen zoals Malawi wordt het doel wel gehaald, maar in bijvoorbeeld Congo niet.”

Moedersterfte

In gebieden waarin de officiële kindersterfte met twee derde of meer is afgenomen, sterven nog steeds veel kinderen. Uit cijfers blijkt dat de daling van neonatale sterfte, sterfte in de eerste 28 dagen na de geboorte, achterblijft. De neonatale sterfte is wereldwijd met slechts 39 procent gedaald van 3,3 miljoen kinderen in 1990 naar 2 miljoen kinderen in 2013. Met name in West-Europa, Noord-Amerika en delen van Zuid-Amerika maakt de neonatale sterfte nu soms meer dan 40 procent van de totale kindersterfte uit.

Volgens Boele van Hensbroek heeft het achterblijven van de daling van neonatale sterfte voor een belangrijk deel te maken met de hoog blijvende maternale sterfte of moedersterfte. “Maternale sterfte valt onder millenniumdoel vijf”, legt hij uit. “En dat doel is helemaal niet gehaald, van geen kanten. Ik geloof dat er wereldwijd dertien landen zijn die dat doel gaan halen. Als een moeder sterft tijdens de bevalling, krijgt een kind ook geen goede kans om te overleven. Dus als de maternale sterfte niet afneemt, blijft er in ieder geval een deel van de neonatale sterfte bestaan.”

Sterfte in het eerste levensjaar, gebaseerd op cijfers uit 2013. Met name in Afrika en delen van Azië en Zuid-Amerika blijft de kindersterfte hoog (oranje/rood gekleurd). Landen met een relatief lage kindersterfte zijn groen gekleurd.

Wikimedia Commons
Child Death Review

Child Death Review is een methode waarbij elk overlijden van een kind systematisch wordt geanalyseerd, met als doel om risicofactoren te identificeren en aanbevelingen te doen voor preventie. “Een kind hoort niet te sterven, dus we moeten het normaal gaan vinden dat na het overlijden van een kind alles wordt bekeken”, zegt Gijzen. In de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië gebeurt dit al. Met dit soort onderzoek zijn bijvoorbeeld risicofactoren voor wiegendood geïdentificeerd. Door ouders hierover voor te lichten, is het aantal kinderen dat aan wiegendood overlijdt enorm gedaald. Gijzen: “In Nederland is het niet haalbaar om elk sterfgeval nader te onderzoeken, maar juist in specifieke gevallen waarbij onduidelijkheid bestaat omtrent de omstandigheden die hebben geleid tot het overlijden, kan een methode als Child Death Review uitkomst bieden.”

Een kind hoort niet te sterven, maar op te groeien tot aan de volwassenheid.

Welzijn

Daar is dus werk aan de winkel, beseffen ook de VN. De afname van kindersterfte is vanaf januari 2016 opgenomen in het nieuwe duurzame ontwikkelingsdoel (ook wel werelddoel) 3: een gezond leven voor iedereen op elke leeftijd. Naast een gezond leven speelt ook welzijn een belangrijke rol in dit doel. Zo is een van de doelstellingen bijvoorbeeld dat vrouwen alleen zwanger worden als ze daar bewust voor kiezen.

Op dit moment is naar schatting twintig tot veertig procent van de zwangerschappen wereldwijd nog ongewenst. Door dit aantal terug te dringen, neemt de druk op het systeem af en kunnen zwangere vrouwen betere zorg krijgen rond de bevalling. Zowel de maternale sterfte als de neonatale sterfte zullen hierdoor verder omlaag gaan. De nieuwe werelddoelen moeten in 2030 behaald zijn.

Rechten van het kind

Jeugdarts Sandra Gijzen doet aan de Universiteit Twente promotieonderzoek naar de haalbaarheid voor invoering van Child Death Review in Nederland, een methode waarbij na elk overlijden van een kind nader onderzoek wordt gedaan (zie kader). Kindersterfte is volgens haar een interessant en belangrijk onderwerp.

“Mensen kunnen denken: bij ons in Nederland is de kindersterfte heel laag, dus daar hoeven we geen aandacht meer aan te besteden. Dat is verkeerd gedacht. Een kind hoort niet te sterven, maar gezond en veilig op te groeien tot aan de volwassenheid. Dat is ook vastgelegd in artikel 24 van de rechten van het kind. Daarmee zijn we dus allemaal verantwoordelijk voor de afname van de wereldwijde kindersterfte. Elk land moet ervoor zorgen dat de kindersterfte omlaag gaat. Lukt dit niet, dan moeten verschillende overheden gezamenlijk insteken op preventie. Want elk kind dat doodgaat is er één teveel.”

Bronnen
ReactiesReageer