Je leest:

Hoe neutraal kan een stemhulp zijn?

Hoe neutraal kan een stemhulp zijn?

Auteur:

Voor de meeste Nederlanders zijn de Provinciale Staten niet iets waar ze dagelijks mee te maken hebben. Laat staan het Waterschap. Om straks niet met lood in de schoenen in het stemhokje te staan, kunnen we nu alvast een stemhulp raadplegen.

Verkiezingen
ANP

Naomi Kamoen maakt deel uit van een onderzoeksteam dat de begrijpelijkheid en de invloed van stemhulpen bestudeert. Zelf kijkt ze naar de manier waarop stellingen geformuleerd zijn en de manier waarop deze sturend werken op stemhulpinvullers. Dat mensen nogal eens in verwarring worden gebracht door een stelling of vraag in de stemhulp, blijkt uit het het feit dat bij sommige vragen vaak ’neutraal’ of ‘geen mening’ wordt geantwoord.

Nederland als bakermat

Omdat stemhulpen nog niet zo lang op de markt zijn, is dit type onderzoek tamelijk nieuw, vertelt Kamoen. Bovendien was Nederland de omringende landen ver vooruit: “Stemwijzer bracht in 1989 de eerste stemhulp op de Nederlandse markt. Pas in de jaren 2000 zijn stemhulpen ook in het buitenland populair geworden. Maar de meeste stemhulpen die nu in het buitenland draaien, zijn ontwikkeld door de Nederlandse stemhulpbouwers Stemwijzer en Kieskompas.”

Toch is er in korte tijd al veel veranderd in die stemhulpen. Bijvoorbeeld voor wat betreft het medium (van papier naar digitaal), maar ook de doelgroep. Kamoen en haar collega’s hebben een typologie gemaakt van stemhulpgebruikers. Hiervoor voegden ze aan bestaande online stemhulpen een pop-upmenu toe, waarin stemhulpinvullers vrijblijvend extra persoonlijkheidskenmerken konden invullen. Vervolgens maakten ze clusters van persoonlijkheidskenmerken met behulp van statistiek.

Checkers, seekers, doubters

Kamoen: “We onderscheiden checkers, seekers en doubters. Een checker weet eigenlijk al wat hij wil gaan stemmen. Hij gebruikt een stemhulp vooral voor de fun, om te kijken of de uitkomst klopt. Een seeker daarentegen, is echt op zoek naar informatie om de juiste keuze te kunnen maken. Een doubter tot slot zoekt ook wel naar informatie, maar is vrij cynisch over politiek. Een doubter vult wel een stemhulp in, maar de kans dat hij daadwerkelijk naar de stembus gaat, blijft vrij klein.”

Typologie
Profiel van stemhulpgebruikers bij de landelijke verkiezingen in 2012.

Deze typering blijkt op te gaan voor zowel de landelijke verkiezingen in 2012 als de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Hoewel bij de landelijke verkiezingen de meerderheid een checker is, zijn het bij de gemeenteraadsverkiezingen vooral seekers die een stemhulp invullen. Kamoen: “Het laat zien dat op gemeentelijk niveau de informatiebehoefte van mensen veel groter is dan bij landelijke verkiezingen. Hetzelfde verwachten we straks bij de Provinciale Statenverkiezingen.”

Hardop-denkonderzoek

Naast deze grootschalige data-analyses doen Kamoen en haar collega’s ook meer kwalitatief onderzoek: “Bij alle verkiezingen laten we proefpersonen hardop denken terwijl ze een stemhulp invullen. Daaruit blijkt dat vaak dezelfde moeilijkheden terugkomen, zoals onbekende locaties. Neem de stelling: Er moeten windmolens komen bij Lage Weide. Een groot aantal mensen weet niet waar Lage Weide ligt en antwoordt om die reden met ‘neutraal’ of ‘geen mening’. Het gebruik van negaties werkt ook weleens verwarrend. Mensen vullen daardoor soms het tegenovergestelde in van wat ze willen.”

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 kreeg het onderzoeksteam de vrijheid om voor de stemhulp van de gemeente Utrecht verschillende versies te maken. Daarin werden versies van een stemhulp gemaakt met zowel positieve en negatieve formuleringen als met verschillende kopjes boven de stellingen. In eerdere studies was al een duidelijke tendens te ontdekken: mensen antwoorden vaker ’nee’of ‘oneens’ op negatieve vragen, waardoor iemands mening positiever lijkt.

Framing

De onderzoekers vonden ook in andere stemhulpen zulke effecten, maar minder consistent. Kamoen denkt dat dit komt doordat de stellingen ook werden nagekeken door de stemhulpbouwer, en door alle politieke partijen die meededen aan de verkiezingen. Daardoor zijn uiteindelijk verschillende soorten contrasten door elkaar gebruikt (bijv. impliciete negaties zoals verbieden maar ook expliciete negaties zoals geen en niet).

Wel deden ze een andere ontdekking: “Mensen raken vooral in de war als een vraag in termen van de status quo is gesteld, zoals deze: De meest vervuilende auto’s moeten toegelaten worden in de binnenstad. Dat is namelijk al het geval. Dat verklaart waarom we bij de positief geformuleerde vraag meer geen mening antwoorden vonden dan bij de omgekeerde negatief gestelde variant.”

Daarnaast varieerden de onderzoekers de kopjes boven de stelling. Zo plaatsten ze bovenstaande stelling in de ene versie onder het linksgeorienteerde kopje ‘milieu’, en in de andere versie onder het rechtsgeorienteerde kopje ‘mobilititeit’. Kamoen: “We hadden verwacht dat mensen ‘met het frame mee’ zouden gaan denken. Zodoende dachten we dat ze bij een linksgeorienteerd kopje vaker een links antwoord geven (vervuilende auto’s in de binnenstad verbieden) en bij een rechtsgeorienteerd kopje een rechts antwoord (auto’s in de binnenstad toelaten).”

Deze effecten werden ook gevonden, al waren ze beperkt in termen van effectgrootte. De onderzoekster wijt dit aan de lettergrootte van de kopjes: de kopjes stonden in een kleiner lettertype weergegeven dan de vraag zelf. Kamoen: “Stemhulpen zijn toch vooral een quick & dirty manier om even een indruk te krijgen van de politiek. Daarom is het waarschijnlijk zo dat invullers veel contextinformatie negeren.” Dat visuele presentatie van stemhulpen niet onbelangrijk is, blijkt uit het commentaar dat mensen gaven bij het hardop-denkexperiment.

Spagaat

“Veel gebruikers vinden bijvoorbeeld het assenstelsel dat Kieskompas presenteert als uitkomst complex. Of ze kunnen de extra informatie niet vinden. Daarover geven we adviezen aan stemhulpbouwers. Maar stemhulpbouwers zitten altijd in een spagaat: enerzijds willen ze wel begrijpelijke taal gebruiken, maar ze hebben ook te maken met complexe issues en met stellingen die moeten differentieren tussen partijen. Daardoor kun je het niet altijd simpel houden.”

Taalwetenschappers Naomi Kamoen en Bregje Holleman (Universiteit Utrecht) doen onderzoek naar de begrijpelijkheid van taal in stemhulpen. Daarvoor werken ze samen met de communicatiewetenschappers Claes de Vreese en Jasper van de Pol (Universiteit van Amsterdam). Hun project wordt gefinancierd door NWO en loopt van 1 september 2012 tot 31 augustus 2016. De onderzoekers werken samen met stemhulpbouwer Kieskompas, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en enkele gemeentes.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 maart 2015

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE