Je leest:

Hoe mosselen gifpillen kunnen worden

Hoe mosselen gifpillen kunnen worden

Zeven vragen over zenuwgif TTX, met voorlopige antwoorden

Auteurs: en | 1 juli 2016

Mosselen uit delen van de Oosterschelde mogen voorlopig niet geoogst en verkocht worden, omdat die besmet zijn met het neurotoxine TTX, een zenuwgif. Algen en bacteriën in zee produceren allerlei neurotoxines, die zich kunnen ophopen in schelpdieren of vissen, soms zelfs in een dodelijke dosis. Mogelijk was ook het pas getrouwde paar uit Voorburg, dat in de Dominicaanse Republiek plotseling overleed na het eten van vis, hiervan het slachtoffer.

1. Hoe kunnen mosselen of vissen ineens besmet raken met neurotoxinen? Tetrodotoxine (TTX) en andere neurotoxines zijn natuurlijke stoffen. Van veel soorten bacteriën en algen is bekend dat ze TTX kunnen maken. Onder bepaalde omstandigheden kunnen zulke micro-organismen zich heel snel vermenigvuldigen. Omdat schelpdieren – zoals mosselen en oesters – grote hoeveelheden zeewater filteren, concentreren ze deze gifstoffen in hun lichaam. Via de voedselketen in zee komen ze ook terecht in andere zeedieren, zoals krabben en vissen. Een berucht voorbeeld is de Japanse kogelvis. Anders dan wat veel mensen denken, ontleent deze vis zijn giftigheid aan een symbiotische bacterie en accumuleert het gif in een aantal organen en in de huid.

Waar precies deze besmetting met TTX in de Oosterschelde vandaan komt, is nog niet duidelijk. Besmetting met TTX was vooral bekend uit de Stille en Indische Oceaan, maar de laatste jaren duikt het ook op in de Middellandse zee. In 2008 werd TTX ontdekt in zeewormen en -slakken aan de Atlantische kust van Portugal en in 2012 in Griekse mosselen. Achteraf bleek dat TTX al vanaf 2006 voorkomt in Griekse schelpdieren.

In 2015 ontdekte het Britse Centre for Environment Fisheries and Aquaculture Science (Cefas) TTX in mosselen en oesters die tussen 2013 en 2014 waren geoogst aan de Engelse zuidkust.

2. Wat gebeurt er met je als je TTX of een andere neurotoxine binnenkrijgt? TTX grijpt aan op zenuwcellen. Het blokkeert zogeheten natriumkanalen, transportroutes tussen cellen die zenuwsignalen doorgeven. Blokkering van deze kanalen in spiercellen zorgt voor overprikkeling en verlamming van de spier. Symptomen van een TTX-vergiftiging treden snel op en bij ernstige vergiftiging wordt verlamming van de ademhalingsspieren je al na enkele uren fataal. Een tegengif bestaat niet.

Over het gevaar van TTX bestaat geen twijfel: de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) stelt dat een persoon van ongeveer 70 kg ‘al behoorlijk ziek kan worden’ van een besmette portie mosselen van gangbare omvang (400 gram mosselvlees). Er is nog geen duidelijkheid over de maximale dosis TTX waarbij iemand nog geen gevaar loopt. Wel is bekend, dat er slechts een klein verschil is tussen de dosis die leidt tot milde symptomen en een dodelijke dosis.

Daarom is er nog geen wettelijke norm die bepaalt hoeveel TTX in voedingsproducten toelaatbaar is. Nederlandse instanties kiezen dan ook voor het voorzorgprincipe: mosselen, oesters en andere vis-, of schaaldierproducten waarin TTX wordt aangetroffen zijn altijd ongeschikt voor consumptie. De NVWA hanteert als grenswaarde 20 microgram TTX per kilogram mosselvlees, maar dat komt omdat dit de laagste concentratie is die kan worden aangetoond.

3. Zijn er in Nederland al gevallen bekend met mensen die ziek zijn geworden van TTX? In Nederland niet. Maar tussen 2005 en 2010 zijn aan de kusten van de Egeïsche en Middellandse Zee en de noordkust van Egypte veel gevallen gemeld van besmetting met TTX, met in enkele gevallen fatale afloop. Mogelijk had ook het Nederlandse paar dat onlangs op huwelijksreis in de Dominicaanse Republiek plotseling overleed, vis gegeten die was besmet met een soortgelijk neurotoxine.

4. In Nederland worden mosselen en ander zeevoedsel pas sinds medio vorig jaar getest op dit gif. Waarom nu wel, en voorheen niet? De vondst van TTX in Britse mosselen en oesters was het alarmsignaal waardoor het Wageningse voedselinstituut Rikilt in oktober 2015 in actie kwam. De eerste tests gebeurden op monsters die in de vriezer lagen, uit de periode juli-augustus 2015. In meerdere monsters bleek TTX te zitten. Op dat moment is TTX toegevoegd aan de wekelijkse routinetesten van Nederlandse wateren.

Tot 22 juni 2016 waren alle testen negatief. Toen bleken mosselen en oesters uit het noordelijke en oostelijke deel van de Oosterschelde besmet. De NVWA besloot die twee productiegebieden te sluiten totdat de besmetting is verdwenen. Alleen partijen mosselen en oesters die door zowel de sector als NVWA zijn getest en waarin geen TTX is aangetroffen mogen worden verhandeld.

De twee productiegebieden (zwart omcirkeld) van mosselen en oesters in de Oosterschelde die gesloten zijn. Mosselen en oesters uit deze gebieden mogen alleen na dubbele controle waaruit blijkt dat ze vrij zijn van TTX, worden verhandeld.
NVWA

Inmiddels is onderzoeksinstituut Imares bezig uit te zoeken hoe de mosselen in de Oosterschelde precies besmet geraakt zijn. Volgens Marnix Poelman van Imares moet eerst onderzocht worden of het micro-organisme in de bodem voorkomt of ‘watergedragen’ is, dus los rondzweeft. Dat maakt een groot verschil bij het managen en – indien mogelijk – bestrijden van de besmetting. Hij verwacht dat dit over uiterlijk twee à drie maanden duidelijk is.

5. Er is dus pas achteraf gebleken dat mosselen uit de Oosterschelde in de zomer van 2015 besmet waren met TTX. Zijn die mosselen gewoon in de winkel terecht gekomen en geconsumeerd? Waarschijnlijk wel. Poelman: ‘Het zou wel heel toevallig zijn, als in die monsters nu net de allereerste met TTX besmette mosselen zaten. Het is denkbaar dat het al jaren in de Oosterschelde voorkomt.’

Wikimedia Commons/Janek Pfeifer

6. De NVWA en de mosselvissers verwachten dat de besmetting door de zelfreinigende werking van de Oosterschelde ook snel weer verdwijnt. Hoe waarschijnlijk is dat? En hoe snel is ‘snel’? Het zou best kunnen dat TTX een seizoensgebonden besmetting is, die na een aantal weken vanzelf weer over gaat. Immers, vorig jaar in de zomer is er TTX aangetoond, tussen oktober en juni van dit jaar waren alle wekelijke testen negatief, en nu is het weer terug. Als de omstandigheden voor het desbetreffende micro-organisme minder gunstig worden, kan de productie van TTX ook weer snel afnemen, en raken de mosselen het gif ook weer snel kwijt.

7. Bacteriën die neurotoxinen produceren, groeien vooral goed in warm water. Er klinken al geluiden dat het oprukken van TTX te maken heeft met de klimaatverandering. Maar is de Oosterschelde nu wel warmer dan normaal? En komt dat door klimaatverandering? Er is wel een trend dat de watertemperatuur in het oostelijk deel van de Oosterschelde stijgt, maar volgens Poelman is deze trend ‘marginaal’. In hoeverre dit samenhangt met klimaatverandering is niet bekend. Vaak hebben lokale omstandigheden – stromingen, variabele aanvoer van rivierwater – op de korte termijn meer invloed dan zulke globale veranderingen.

Bronnen

  • Andrew Turner et al., Potential threats posed by tetrodotoxins in UK waters: Examination of detection methodology used in their control, Marine Drugs (2015), doi:10.3390/md13127070
  • Formele besluiten, onderzoeksrapporten, adviezen en Kamerbrieven via de NVWA website
  • Marnix Poelman, website Imares
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juli 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.