Je leest:

Hoe MERS, een nieuw coronavirus, werd ontdekt

Hoe MERS, een nieuw coronavirus, werd ontdekt

Auteur: | 26 januari 2016

Een sterfgeval in Saoedi-Arabië door een onbekend virus. Met het door Virgo ontwikkelde instrumentarium aan genetische technieken wordt in 2012 een nieuw coronavirus ontdekt. Een reconstructie van de ontdekking van het MERS-coronavirus tot aan de ‘dagteller’ bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Virgo mers virus met antigeen sr
Stalin Raj

In de zomer van 2012 sterft in een Saoedisch ziekenhuis een zestigjarige patiënt van de Egyptische arts en viroloog Ali Mohamed Zaki. De man heeft een longontsteking en nierfalen. Het lukt Zaki wat virus op te kweken en hij vermoedt dat de man een infectie heeft met een paramyxovirus, een familie waartoe ook het mazelen- en het bof-virus behoren. De groep van Ron Fouchier van Erasmus MC heeft hiervoor net een nieuwe diagnostische methode gepubliceerd. Zaki neemt contact op met Rotterdam en stuurt materiaal van zijn patiënt op.

ProMED-mail

Het is echter geen paramyxovirus, stellen ze vast in Rotterdam. Uit de RNA-sequenties blijkt dat het om een onbekend coronavirus gaat, familie van SARS en verschillende verkoudheidsvirussen. Het virus zal later de naam Middle East Respiratory Syndrome coronavirus (MERS) krijgen. Dr. Zaki meldt het, in lijn met de internationale regelgeving van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), bij het ministerie van Volksgezondheid in Saoedi-Arabië. Ook zet hij het nieuwe virus alvast op ProMED-mail, de web- en mailservice voor uitbraken van infectieziekten. Dat is op donderdag 20 september 2012.

Virgo mers virus in makaakdw
MERS coronavirus zichtbaar gemaakt in de longen van een makaak.
Do Widagdo

Oppervlakte-eiwitten

Op coronavirussen – ‘corona’ is Latijn voor kroon of krans – zit een krans van uitsteeksels, eiwitten die kunnen binden aan receptoren op menselijke en dierlijke cellen. Als zo’n viraal eiwit bindt aan een receptor, kan het virus de cel binnendringen en versmelt het met de cel, het genoom komt vrij en de cel begint nieuwe virusdeeltjes te maken. Mensen en dieren die geïnfecteerd zijn geweest met het virus zullen antistoffen tegen onder meer dat specifieke virale oppervlakte-eiwit hebben aangemaakt.

Privé-vliegtuig

Op zaterdag 22 september krijgt Ab Osterhaus, hoofd van het Viroscience laboratorium van Erasmus MC, een telefoontje uit Engeland. In een ziekenhuis in Londen is een man opgenomen die met een privé-vliegtuig uit Qatar is gekomen. Hij is direct in isolatie aan de kunstmatige beademing gelegd.

De man heeft een longontsteking en nierfalen, en is er slecht aan toe. De Britse artsen achten de kans groot dat hij zal overlijden. Ze vragen om sequentiegegevens van het nieuwe virus en ‘probes’: stukjes complementair RNA – om het virus te diagnosticeren.

Ziekenhuisuitbraken

Ook deze man heeft MERS. De man overlijdt uiteindelijk na bijna een jaar aan de beademing te hebben gelegen. Het MERS-coronavirus zal in de jaren daarna vaker opduiken. Vooral in ziekenhuizen in Saoedi-Arabië en de Golfstaten. In de zomer van 2015 zal het door één te laat gediagnosticeerde patiënt die terugkeert van een reis naar het Arabisch Schiereiland, ook in Zuid-Korea tot een grote uitbraak komen, waarbij 186 mensen ziek worden, en van wie er 36 overlijden.

Specifieke moleculaire test

Binnen een week na het telefoontje uit Londen, ontwikkelt de Universiteit van Bonn in Duitsland, samen met het Rotterdamse Viroscience lab, een specifieke moleculaire test om het virus aan te tonen. Er zijn dan pas twee patiënten. Door hun ervaringen met SARS en Influenza vermoeden de virologen dat het virus recent is ‘overgesprongen’ van een dier. Maar welk? Ze gaan het uitzoeken.

Virgo mers close upmk
De dromedaris blijkt de bron te zijn van MERS.
Marion Koopmans

Dromedaris

De dromedaris blijkt de bron te zijn. Terwijl het MERS-coronavirus bij een dromedaris niet meer dan een stevige verkoudheid met een flinke snotneus veroorzaakt, is het virus voor veel mensen dodelijk.

Bij de ziekenhuisuitbraken sterft een kwart van het geïnfecteerde ziekenhuispersoneel en veertig tot vijfenveertig procent van de veelal oudere mannen met vaak al andere klachten die de ziekte krijgen. Ze overlijden aan longontstekingen en nierfalen. Op 18 november 2015 staat de teller op de website van de WHO wereldwijd op 1618 patiënten van wie er 579 zijn overleden.

Lees ook:


Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 januari 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.