Naar de content

Hoe kleurlozer het ABN, hoe mooier

In Nederland wordt de nieuwslezer gezien als dé autoriteit op het gebied van het ABN. Dit heeft alles te maken met de onpersoonlijkheid en accentloosheid van de nieuwslezer. Ook de Nederlander zelfs spreekt liever zonder accent.

14 juni 2006

Harmen Siezen is dé modelspreker van het ABN. Uit onderzoek van de taalkundige Dick Smakman, die 12 juni in Nijmegen promoveerde, blijkt dat Siezen nog in 2005 – toen hij al enkele jaren met pensioen was – door de meeste Nederlanders als hét voorbeeld van een spreker met een verzorgde uitspraak werd genoemd. Overigens blijkt dat 63% van de Nederlanders zichzelf eveneens als spreker van het ABN beschouwt. Dit is een opvallend hoog cijfer omdat in vroegere literatuur werd beweerd dat slechts een minderheid van de Nederlanders ABN spreekt.

Voor de meeste Nederlanders is Harmen Siezen dé modelspreker van het ABN.

Niet de koningin

Smakmans studie naar de ‘standaarduitspraak’ van het Nederlands toont aan dat de beroepsgroep van nieuwslezers in Nederland wordt gezien als de belangrijkste autoriteit op dit gebied, en niet taalgeleerden of de koningin, zoals in andere landen het geval is. Toch hebben Siezens opvolgers zoals Sacha de Boer en Philip Freriks Siezens status nog lang niet bereikt. Ook Fred Emmer, ooit een bekend collega van Siezen, wordt door vrijwel niemand nog genoemd als modelspreker.

Kleurloosheid

Hoe komt het dat nieuwslezers zulke autoriteiten zijn? Volgens Smakman, die onder andere een telefonische enquête afnam bij een grote groep Nederlanders, is een belangrijke oorzaak dat ze zo saai zijn. Een goede nieuwslezer is onpersoonlijk en weinig aanstootgevend. Emmer – die na zijn afscheid van het journaal onder andere werkte voor de VPRO en voor Playboy – zou die neutraliteit verloren hebben. Ook De Boer en Freriks hebben mogelijk een te kleurrijke persoonlijkheid. Een zekere kleurloosheid, ‘niet kunnen horen waar je vandaan komt’, blijkt voor 35 procent van de Nederlanders de belangrijkste eigenschap te zijn van de standaardtaal. In andere onderzochte landen zoals Polen, Japan en Nieuw-Zeeland, maar ook in Vlaanderen, ligt dat percentage een stuk lager. “Als je tegen een Nederlander zegt dat hij een accent heeft, ziet hij dat als kritiek”, zegt Smakman. “Een Japanner kijkt je alleen verbaasd aan, alsof je hem zojuist hebt verteld dat het ding waar hij op zit, een stoel is.”

In Nederland is de nieuwslezer autoriteit op het gebied van het ABN, meer nog dan de koningin.

Vroeger klonk iedereen beter

Daar komt bij dat Nederlanders de neiging hebben om de ‘juiste’ uitspraak te zoeken in een geïdealiseerd verleden: vroeger klonk iedereen beter. Met werkelijke voorkeuren heeft dit weinig te maken. Luisteraars die radiofragmenten ter beoordeling kregen voorgelegd waarvan ze niet wisten wanneer ze waren uitgezonden, bleken de uitspraak uit de jaren negentig beter te vinden dan oudere opnamen. Overigens waren de fragmenten van tevoren door Smakman bewerkt om ze zo tijdloos mogelijk te maken. Verslaggevers spraken in de jaren vijftig met een dusdanig heftig op en neer golvende zinsmelodie dat daarmee de ouderdom onmiddellijk duidelijk zou zijn geworden. Dus moesten al die zinsmelodieën met de computer gelijkgetrokken worden.

Mythe over het ABN

De kleurloosheid van het ABN blijkt ook uit het feit dat Nederlanders menen dat ‘het beste Nederlands’ gesproken wordt in Haarlem – de Harmen Siezen onder de Nederlandse steden. Die plaatsing blijkt op een misverstand te berusten. In de negentiende eeuw beweerde de dialectkenner J. Winkler dat het Haarlemse dialect het minst van de standaardtaal verschilde, maar hij bedoelde daarmee zeker niet dat iedere Haarlemmer ABN sprak. Dat het misverstand kon blijven voortleven, heeft mogelijk te maken met het feit dat het dialect van Haarlem zo onbekend is. Terwijl op de radio en tv regelmatig Amsterdams, Rotterdams of Haags te horen is, komt er zelden of nooit een ‘authentieke Haarlemmer’ aan het woord. Die onbekendheid maakt dat men makkelijker gelooft in de mythe dat Haarlem inderdaad de bakermat van het ABN zou zijn.

De onbekendheid van het Haarlemmer dialect houdt de mythe in stand dat Haarlem de bakermat van het ABN zou zijn.

De ‘juiste’ uitspraak

Tegelijkertijd meldde een ruime meerderheid van Smakmans respondenten – of ze nu in Rotterdam of in Roermond woonden – dat ze zelf ABN spraken. Opvallend was daarbij dat er geen verschillen waren in het taalgebruik van de mensen die wél ABN zeiden te spreken, en degenen die dat niet deden. Kennelijk zijn sommige mensen strenger voor zichzelf dan anderen.

Volgens Smakman, die Engels doceert aan de Universiteit Leiden, hebben zijn bevindingen ook consequenties voor het onderwijs: “De sterke nadruk op regionale eenheid in onze eigen uitspraak leidt er ook toe dat er bij ons vreemdetalenonderwijs overdreven aandacht wordt besteed aan de ‘juiste’ uitspraak, veel meer dan in andere landen. Waarom zou het erg zijn als je aan iemands Engels kunt horen dat hij uit Nederland komt?”

Dit artikel is tevens verschenen in NRC Next van 14-06-06 en (in verkorte vorm) in NRC Handelsblad van 13-06-06.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Meertens Instituut