Je leest:

Hoe gemeenten onze burgerharten verder kunnen winnen

Hoe gemeenten onze burgerharten verder kunnen winnen

Lokaal bestuur scoort niet heel slecht, maar communicatie kan beter

Auteur: | 4 maart 2013

Als we op menig borrelpraat in de kroeg zouden afgaan dan is het gemeentelijke bestuur maar log en incompetent en kan het beter vandaag dan morgen opgedoekt worden. Maar wat zegt onderzoek eigenlijk over het functioneren van gemeenten?

Iedere burger heeft te maken met de gemeente. Als je geboren wordt moeten je ouders dat melden op het gemeentehuis. Als je slaagt voor je rijexamen, kan je pas achter het stuur stappen als je je rijbewijs opgehaald hebt van het gemeentehuis. Als burgers een schuur willen bouwen, kan dat pas als de gemeente daarvoor een vergunning heeft verleend. En, niet onbelangrijk, de gemeente zorgt ervoor dat het huisvuil wordt opgehaald en dat de rioleringen werken.

Ook om te trouwen zijn we afhankelijk van de gemeente.
iStockphoto

Bovendien leggen gemeenten wegen en fietspaden aan en onderhouden die ook. Gemeenten moeten zorgen voor scholen en kunnen daarnaast ook sportvoorzieningen, buurt- en dorpshuizen mee in stand houden. Ook beslissen ze vaak over de ruimtelijke inrichting van de stad, door bijvoorbeeld bestemmingsplannen. Kortom: een gemeente heeft heel veel taken in onze maatschappij en iedereen heeft daarmee te maken, of je dat nu leuk vindt of niet.

Wat onderzoek zegt

Omdat wat gemeenten besluiten ons leven vaak heel direct kan beïnvloeden, is haar functioneren van relatief groot belang voor ons welzijn en welbevinden. Wat zijn de sterke en zwakke punten van Nederlandse gemeenten? Twee soorten onderzoek geven daar inzicht in.

Gemeentelijke afvalinstructies. Voor dergelijke diensverlening betalen we gemeentelijke belastingen als afvalstoffenheffing.
Marloes van Amerom

In de eerste plaats de jaarlijkse bestuurskrachtonderzoeken die sinds het jaar 2000 bij meer dan 100 gemeenten worden uitgevoerd (samen ongeveer een kwart van de in totaal ruim 400 Nederlandse gemeenten) door diverse adviesbureaus. Hierbij wordt het totale reilen en zeilen van een gemeente onder de loep genomen; in hoeverre blijkt een gemeente haar ambities en taken goed uit te voeren? De onderzoekers geven daarbij een oordeel of dat functioneren nu goed, voldoende, matig of zelfs onvoldoende is.

In de tweede plaats via de uitkomsten van burgeronderzoeken die sinds 2005 bij 152 gemeenten zijn uitgevoerd. Bij deze onderzoeken, ontwikkeld door de Vereniging van Gemeentesecretarissen en bekend geworden onder de naam De Staat van de Gemeente, geven per gemeente meer dan 1000 inwoners hun mening over de gemeente die vervolgens omgezet werden in rapportcijfers. Inmiddels is waarstaatjegemeente.nl het platform voor vergelijking van gemeentelijke prestaties.

Gemeentelijke aankondiging van het opknappen en ‘vergroenen’ van het Makassarplein in Amsterdam.
wikimediacommons

Rapportcijfers

Wat bleek? De meeste gemeenten kregen de beoordeling ‘voldoende’, zowel van de onafhankelijke onderzoekers als van de burgers. Oordelen als ‘goed’ of ‘ruim voldoende’ werden maar zelden uitgesproken. Kortom, gemeenten doen het niet per se ‘goed’, maar volgens dit onderzoek voeren ze wel hun taken naar behoren uit. Er waren echter ook gemeenten die op alle rollen de beoordeling ‘matig’ of ‘onvoldoende’ kregen. Zwak gemeentebestuur komt dus voor in ons land, maar echt ‘goed bestuur’ niet.

Bij ‘De Staat van de gemeente’ onderzoeken varieerden de rapportcijfers van een 5,4 tot een 6,9. Burgers waren het meest tevreden over de dienstverlening in het gemeentehuis en over hun leefomgeving, maar het minst over de wijze waarop de raadsleden hen vertegenwoordigden en over hun invloed op het gemeentelijke beleid.

De spanning tussen de sloop van een oud pand voor de bouw van een kantoor is een voorbeeld van waar burgers het meest ontevreden over waren. Maar de burgers spraken ook uit dat het nogal eens voor kwam dat hun gemeente afspraken niet nakwam: ze beloofden veel, maar konden dat in de praktijk niet nakomen.

Was er vroeger nogal eens het (voor)oordeel dat het gemeentehuis vol zat met luie ambtenaren die je rustig uren lieten wachten, tegenwoordig geven veel burgers de dienstverlening in hun gemeentehuis of stadsdeelkantoor juist een ruime voldoende.
wikimediacommons

Mismatch

Burgers zijn dus over het algemeen, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, best tevreden over hun gemeente. Toch knaagt er iets; burgers vinden zich vaak niet terug in wat de gemeente met hun wensen en verlangens doet.

Om meer inzicht te krijgen in dat probleem is het wellicht goed te weten wat de bestuurskrachtonderzoekers meldden over burgerinspraak (het kwam regelmatig voor dat een gemeente aan beide onderzoeken onderworpen werd, waardoor we onderzoeksresultaten onderling kunnen vergelijken).

Uit die resultaten volgt namelijk een ander en meer positief beeld. 75% van het aantal bestudeerde gemeenten kreeg een positieve beoordeling over de wijze waarop ze hun bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen betrekken bij hun plannen. 57% kreeg bovendien een positieve beoordeling over het benutten van de informatie die opgedaan werd uit allerlei vormen van inspraak.

Gemeentehuis in Wommels.
Klaas Abma

Duidelijker communiceren

Hieruit zou kunnen blijken dat veel gemeenten de inspraak van burgers wel degelijk belangrijk vinden en er gebruik van maken, maar dat ze er onvoldoende in slagen dit over te brengen op hun burgers.

Kortom, er lijkt een mismatch te zijn tussen de mate waarin gemeenten burgerinspraak wel degelijk waarderen en gebruiken en de beleving van de burger hiervan.

“Is dit niet gewoon omdat de onderzoekers objectiever naar gemeenten kunnen kijken, omdat ze geen eigen belang hebben bij de besluitvorming?” denk je nu misschien. Het feit dat de gemeente vaak moet bemiddelen tussen vele burgerbelangen en uiteindelijk de knoop doorhakken maakt het inderdaad niet altijd even gemakkelijk voor dit instituut om iedereen te vriend te houden.

Kortom, in sommige gevallen zou het inderdaad zo kunnen zijn dat burgers die teleurgesteld zijn dat de gemeente hun wensen afwijst daardoor negatiever naar hun gemeente kijken. Een geringe populariteit van een gemeente hoeft daarom niet automatisch slecht bestuur in te houden.

Het Diemerpark bij IJburg. Bij de inrichting van dit jonge park spelen botsende belangen. Waar sommige inwoners een vergunning willen voor de aanleg van parkeerplaatsen bij de sportcentra in het park of voor toiletten bij het naburige strandje zijn anderen hier juist fel tegen. Ook het voorstel om er schapen te laten grazen levert zorgen op – zal dat de aanwezige konijnen niet wegjagen?
Marloes van Amerom

Maar over het algemeen blijkt uit onderzoek dat veel burgers er best begrip voor hebben dat niet alles kan en dat er compromissen moeten worden gesloten. Ook zijn zaken zelden statisch. Nadat plannen daadwerkelijk gerealiseerd zijn hebben worden voormalige tegenstanders soms de grootste voorstanders en andersom.

Om dit probleem op te lossen, moeten gemeentebesturen bij allerlei vormen van inspraak vooraf duidelijk(er) maken wat zij met de meningen, wensen en verlangens van hun burgers gaan doen. En vooral wat ze er niet mee gaan doen. En niet vergeten naderhand aan te geven wat met al deze meningen is gedaan.

Dergelijke duidelijke inspraakprocedures zouden bovendien tot een selffulfilling prophesy kunnen leiden waarin ook gemeentes die burgerinspraak niet erg meenemen dat steeds meer gaan doen, als onderdeel van de procedures. En waar dit niet mogelijk is de redenen hiervoor duidelijk communiceren. Op die manier kunnen gemeentes hun burgers beter dienen, en raken burgers hopelijk (nog) meer betrokken bij het reilen en zeilen van hun gemeente.

Klaas Abma (1960) promoveerde vorig jaar aan de Open Universiteit in de bestuurskunde met zijn proefschrift Beoordelen van Gemeenten. Als adjunct-directeur en hoofd van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling bij de Friese gemeente Littenseradiel, volgens het Algemeen Dagblad de veiligste gemeente van Nederland, blijft hij betrokken en bezig met gemeentebestuur.

Bronnen

Abma, K., 2012, Beoordelen van Gemeenten. Proefschrift. (Rotterdam, 2012).

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 maart 2013
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.