Je leest:

Hoe de oceaan zich kan ontdoen van microplastic

Hoe de oceaan zich kan ontdoen van microplastic

Belang van dit natuurlijk afvoerkanaal is nog onduidelijk

Auteur:

Een doorzichtig diertje dat overal in de oceanen voorkomt, zeeft stukjes plastic uit het water en laat die in zijn uitwerpselen afzinken naar de zeebodem. Het zou een belangrijk, natuurlijk ‘afvoerkanaal’ voor plastic kunnen zijn.

Het lijkt te mooi om waar te zijn: zeediertjes die stukjes plastic opruimen, maar een Amerikaans onderzoeksteam ontdekte ze echt. In alle oceanen komen op een diepte van honderd tot driehonderd meter zogenaamde mantelvissen voor. Het zijn vreemde, doorschijnende wezentjes (Bathochordaeus stygius) die van hun eigen slijm relatief grote ‘schepnetten’ maken waarmee ze hun voedsel (plankton) uit het water vissen. En die schepnetten vangen ook microplastic op.

Grote stukken plastic die in zee terechtkomen, zoals plastic tasjes en verpakkingen, verpulveren op den duur tot stukjes van een millimeter of minder, die zich door het water verspreiden. Dit microplastic wordt door allerlei zeedieren ingeslikt, met alle schadelijke gevolgen van dien.

Dieper water

De meeste plastics zijn net iets lichter dan, of even zwaar als zeewater, zodat het grote plastic afval vooral aan de oppervlakte drijft, of vlak daaronder. Op dit type plastic richt de Delftse student Boyan Slat zich met zijn gecrowdfunde project The Ocean Cleanup, waarover eerder een artikel op Kennislink verscheen. Microplastics echter, vermengen zich met het oceaanwater en komen door stromingen en turbulentie ook in dieper water terecht.

Het microplastic dat Bathochordaeus stygius uit het water zeeft komt terecht in zijn poep of blijft hangen in het schepnetje, dat periodiek afgedankt wordt. Beiden zijn zwaarder dan water en zinken vrij snel naar de zeebodem. De dieren zelf lijken geen last te hebben van het microplastic.

Furu Mienis, marien onderzoekster bij het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee), bevestigt dat dit proces in theorie een veilig ‘afvoerkanaal’ is voor plastic in zee: “Als dit plastic naar de bodem van de diepzee zinkt – dus duizenden meters diep – zal het voor heel lange tijd begraven raken onder sediment.” Daar komt het onder een laagje modder op de bodem van de diepzee en ‘doet’ plastic in ecologisch opzicht heel weinig meer. “Hoe dieper en kouder, hoe minder leven er is,” aldus Mienis.

Plasticworm
Een exemplaar van Bathochordaeus stygius, met onder zich het zelfgemaakte ‘schepnet’. In zijn natuurlijke leefgebied, Monterey Bay bij Californië, werd het gevoerd met gekleurde plastic bolletjes van minder dan een millimeter diameter. Het balkje rechtsonder is twee centimeter.

Onderwaterdrone

Een team van het Monterey Bay Aquarium Research Institute onderzocht hoe dit in de praktijk werkt. Ze lieten een onderwaterdrone afdalen naar de waterlaag waar Bathochordaeus stygius leeft, en lieten in de buurt van een aantal exemplaren gekleurde plastic bolletjes met een diameter tussen 0,01 en 0,6 millimeter los. De bolletjes die de dieren uit het water zeefden, bleven deels in hun schepnet hangen, en de rest kwam in hun darm terecht. Een paar exemplaren werden door de drone gevangen en omhoog gehaald voor nadere analyse. Daaruit bleek dat de dieren geen onderscheid maken tussen eetbare deeltjes en de microplastic bolletjes.

Bathochordaeus stygius is een van de vele soorten filter feeders die actief water door hun schepnet pompen. En veel ook, voor zo’n klein dier: veertig tot wel zeventig liter per uur. Bovendien zijn er heel veel van. De onderzoekers vermoeden daarom dat al het water van Monterey Bay op die diepte elke twee weken door het schepnet van een Bathochordaeus stygius stroomt!

Plasticpoep
De bolletjes worden opgegeten door Bathochordaeus stygius en komen terecht in zijn uitwerpselen, die relatief snel naar de zeebodem zinken.

Terug in de voedselketen

De onderzoekers claimen geenszins dat Bathochordaeus stygius en andere filter feeders de oceanen wel even zullen ontdoen van alle microplastics. Een deel van de afgedankte schepnetjes en de uitwerpselen wordt op zijn reis omlaag naar de diepten namelijk opgegeten door andere zeedieren. Via deze route kunnen microplastics dus juist weer terug in de voedselketen komen.

Wel hebben de onderzoekers vastgesteld dat de uitwerpselen en afgedankte schepnetjes relatief snel (respectievelijk met 800 en 300 meter per dag) naar de diepte zakken, zodat een deel zeker op de bodem terechtkomt. Er zijn echter nog geen betrouwbare schattingen van de hoeveelheden microplastic die via deze route worden afgevoerd. Andere onderzoekers hebben eerder al microplastic aangetroffen in de sedimentlaag op de bodem van de diepzee.

Kakani Katija, eerste auteur van het desbetreffende artikel in PNAS, is vrij somber over het effect: “We vermoeden dat het netto effect is, dat dit juist meer microplastics in de voedselketen brengt, maar meer onderzoek is nodig om dit te bevestigen.” Dit is ook volgens Mienis de hamvraag: “Voor hoeveel procent dragen deze zwemmende filter feeders bij aan het afzinken van microplastic? Dat weten we nog niet. Overigens doen we bij het NIOZ onderzoek aan algen. Ook die nemen microplastics op en zinken naar de bodem als ze afsterven.” Een van hun onderzoeksters, Corina Brussaard, is net terug van een expeditie om onder meer dit te onderzoeken.

De voornaamste boodschap is, zoals zo vaak, dat we nog heel weinig weten van de ecologie van de oceanen. Maar die blijken ook wat betreft microplastic dus een zekere mate van zelfreinigend vermogen te hebben.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 augustus 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE