Naar de content
Faces of Science
Faces of Science

Het symbool en de maaltijd

Henk Caspers, Naturalis, Leiden, met toestemming

Ik lever mijn Engelse sleutels in en wissel de oude gebouwen binnen de Oxfordse stadsmuren weer in voor die binnen de Leidse singels.

24 december 2014

Geheel toevallig viel dit moment samen met het verschijnen van de _Nature_-publicatie van het team van de Leidse archeologen José Joordens en Wil Roebroeks, waarin zij een half miljoen jaar oude krabbel beschrijven die hoogstwaarschijnlijk door een mensachtige in een schelp is gekerfd.

Voor het oprapen
Direct kwamen er grappende mailtjes binnen van mijn Engelse collega’s waarin ze zich afvroegen waarom ik ook alweer al die tijd in Oxford had rondgehangen, terwijl er in Leiden kennelijk onopgeruimde archieven zijn waar de Nature-publicaties voor het oprapen liggen. Tussen de grappen door lieten ze weten het bericht zo spectaculair te vinden dat ze er direct een bijeenkomst aan hadden gewijd met enkele lokale specialisten.

Op de plek waar de aanhechting zit van de sluitspier van de mossel, is een gat gemaakt.

Henk Caspers, Naturalis, Leiden, met toestemming

Big news
Ook buiten de onderzoeksgroep waar ik het afgelopen jaar ‘rondhing’, zorgde de fossiele zoetwatermossel die Eugène Dubois in de 19e eeuw van Java meenam voor opschudding. Marlies ter Voorde schreef hierover al op Kennislink. Interessant aan de vondst is dat homo erectus die in dat gebied leefde zoetwatermosselen at, die hij op een handige manier openmaakte door met een scherp voorwerp de mosselspier bij het scharnierpunt te doorboren. Maar vele malen verbazender is de ontdekking van een gravering van zo’n 300.000-400.000 jaar ouder dan vergelijkbare abstracte patronen die worden toegeschreven aan vroege leden van onze eigen soort, homo sapiens. “A fascinating discovery […] Really big news,” zegt Cambridge-archeoloog Colin Renfrew in New Scientist, en vele van zijn collega’s denken er precies zo over. Maar: wat is er nu eigenlijk zo bijzonder aan een paar krassen op een mossel—kan niet elke aap die een aangespoelde haaientand opraapt die er zo inzetten?

Detail van de gravering op de zoetwatermossel.

Wim Lustenhouwer, Vrije Universiteit Amsterdam

Geen rechtstreeks nut
Het antwoord is “nee”, om twee redenen. Ten eerste: de precieze vorm van de inkerving verraadt dat er een aanzienlijke mate van controle over de motoriek van de hand vereist was bij de maker van de gravering. Ten tweede: een aap is simpelweg niet gemotiveerd dit te doen, zelfs als hij het zou kunnen. De _homo erectus_-vrouw of -man die de mossel bewerkt heeft met een haaientand moet er echt even voor zijn gaan zitten om het klusje gedaan te krijgen. Dat is vooral opmerkelijk, omdat er geen duidelijk nut achter de inkervingen schuil lijkt te gaan. Dat homo erectus de vaardigheden en het geduld had om werktuigen en wapens te vervaardigen was al bekend, maar dat hij schijnbaar moeite en tijd stak in iets dat geen rechtstreeks verband houdt met het jagen en bereiden van prooien, dat is het werkelijke spektakel van deze ontdekking.

Dubbel zien
Natuurlijk is het onmogelijk om na te gaan wat de beweegredenen van de graveur geweest zijn voor het vervaardigen van dit patroon. Maar de moeite die erin gestoken is doet wel vermoeden dat het voor dit individu een bepaalde waarde moet hebben gehad. De gravering lijkt een zeker gevoel voor esthetiek en stilering te verraden, een drijfveer om de gegeven werkelijkheid te versieren en te verrijken. Hiermee is het misschien wel de oudst gevonden aanzet tot een door oermensen vervaardigd symbool.

Symbolen zeggen iets over wat er tussen de oren van hun maker omgaat (je zou zelfs kunnen beweren dat ze een stukje denkwerk buiten de schedel zijn—het onderwerp van mijn volgende blog). Om betekenis te kunnen dragen vragen symbolen van ons namelijk een dubbele kijk op de zaken. Een stenen beeldje is een bewerkt stukje steen, maar tegelijk ook nog iets anders: het _staat voor_—zeg—een vrouwfiguur, en daarmee misschien indirect nog voor nog meer betekenissen, bijvoorbeeld vruchtbaarheid. Het woord “huis” is als je het uitspreekt een aangeblazen klank die in je keel en mondholte ontstaat, gevolgd door het sissende geluid van lucht die door je tanden blaast, maar tegelijk staat het voor een gebouw waar je kunt wonen, en wellicht ook voor warmte, geborgenheid, enzovoorts.

Betekenis
Mensen zijn bijzonder omdat ze hun omgeving volstoppen met symbolen die zorgen dat zij en hun soortgenoten niet alleen die omgeving als zodanig zien, maar tegelijk ook een sterk verrijkte, versierde en informatiedragende versie ervan. En dankzij de nu nieuw ontdekte gravering op een zoetwatermossel die Dubois meer dan honderd jaar geleden naar Leiden bracht, kunnen we ervan uitgaan dat ze dit al veel langer doen dan tot nu toe werd aangenomen.

De vondst gaat dus niet zozeer over schaaldieren eten, maar vooral over de betekenis van een symbool dat bij deze maaltijd ontstond. Eigenlijk best een mooie gedachte om de Kerst mee in te gaan.

ReactiesReageer