Je leest:

‘Het is maar een spelletje’

‘Het is maar een spelletje’

Waarom de één beter tegen zijn verlies kan dan de ander

Auteur: | 24 november 2022

Buiten is het koud en nat en dat betekent maar één ding: tijd om de bordspelletjes weer tevoorschijn te halen. Gezellig tijdverdrijf voor de hele familie? Niet als je met iemand speelt die slecht tegen zijn verlies kan. Zo gaat er nog wel eens een bord om. Hoe komt het dat de één beter tegen zijn verlies kan dan de ander?

Anterieure cingulate cortex, hier op de MRI-scan geel gearceerd.

Dat niemand het leuk vindt om te verliezen, is zeker. “Het is zelfs terug te zien in ons brein”, zegt hersenwetenschapper Maarten Boksem van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Een paar jaar geleden liet hij proefpersonen spelletjes spelen in een MRI-scanner. Wat blijkt? De hersenactiviteit van iemand die verliest, lijkt verrassend veel op die van iemand die fysiek pijn heeft. Hoe komt dat? “De anterieure cingulate cortex is daar verantwoordelijk voor. Dit hersengebied is betrokken bij het signaleren van fouten, zodat je ervan kunt leren. Want als iets pijn doet, wil je het natuurlijk niet nog een keer meemaken.”

Even wat stoom afblazen

Wie verliest, ervaart dus flink wat stress. “Daardoor kan je lichamelijke of emotionele mate van opwinding, ook wel arousal genoemd, flink oplopen na een nederlaag”, zegt ontwikkelingspsycholoog Jacqueline Schenk (Erasmus Universiteit). Volgens haar is zo’n verhoogde mate van arousal een onprettig gevoel dat mensen motiveert om er iets tegen te doen. Bijvoorbeeld door met het bord te smijten of stampvoetend weg te stormen. Onsportief misschien, maar wanneer het helpt om je arousalniveau omlaag te krijgen, dan werkt het belonend. Schenk: “Als niemand je op je gedrag aanspreekt, is de kans daarom groot dat je volgende keer weer zo uit je slof schiet als je verliest.”

Toch reageert niet iedereen even heftig op verliezen. Hoe komt dat? “Het begint bij je temperament. Dat is een heel basale persoonlijkheidstrek waar je min of meer mee geboren wordt. Het bepaalt onder andere hoe reactief en prikkelbaar je bent”, zegt Schenk. Volgens haar gaat er veel meer schuil achter slechte verliezers dan het op het eerste gezicht lijkt. “Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen je gevoel, je gedachten en je gedrag na het verliezen. Alleen het laatste is zichtbaar voor anderen. Uiteindelijk komt het erop neer dat mensen die slecht tegen hun verlies kunnen, minder goed in staat zijn om hun gedachten, hun gevoel en/of hun gedrag te reguleren.” Slecht tegen je verlies kunnen, wordt dan ook vaak als kinderachtig gezien.

Uitgelicht door de redactie

Sociale Wetenschappen
Spelend(er)wijs

Psychologie
‘Het is maar een spelletje’

Economie
De hoogte in voor nieuwe woningen

Verliezen van een meisje

Niet alle slechte verliezers zijn dus zichtbaar slechte verliezers. En hoe heftig jij je ergernis en teleurstelling na een spel uit, heeft onder andere met je omgeving en opvoeding te maken. Schenk: “Kinderen leren onder andere door mensen uit hum omgeving na te doen. Dus als ouders steeds het bord omgooien, dan is de kans groot dat hun kinderen dat later ook gaan doen. Zeker als dit gedrag als normaal gezien wordt.” Reageert je omgeving juist heel bestraffend of verontwaardigd, dan neemt de kans op een ontploffing na een spelletje juist af. Ervaring is dus belangrijk als het op tegen je verlies kunnen aankomt: “maar het werkt twee kanten op.”

Wat verder uitmaakt, is de mate van investering. Heb je heel erg je best gedaan, heb je hiervoor al vijf keer verloren, speel je een spel dat meerdere dagen duurt of heb je geld ingezet (terwijl je dit eigenlijk niet kunt missen)? Dan smaakt het verlies natuurlijk extra bitter en kun je een heftigere reactie verwachten. Ook maakt het uit tegen wie je verliest. “Voor je aan een spelletje begint, schat je je tegenstander in. Stel dat jij verwacht te winnen en je verliest toch, dan is dat extra pijnlijk”, zegt Schenk. Zo verwachten jongens bijvoorbeeld over het algemeen dat ze makkelijker van meisjes kunnen winnen. Lukt dat niet? Dan ervaren zij dat over het algemeen als extra vervelend, zeker wanneer er andere jongens bij zijn. Waarschijnlijk heeft dit iets met de angst voor statusverlies te maken. Boksem: “Verliezen is sowieso niet leuk, maar als je dan ook nog eens ziet dat iemand anders wint, doet dat veel meer pijn blijkt uit eerder onderzoek.”

Perspectief

Stel: je betrapt jezelf erop dat je niet goed tegen je verlies kunt. Is daar iets tegen te doen? “Absoluut”, zegt Schenk. Volgens haar is het belangrijk om veel ervaringen op te doen met winnen én verliezen. “Als je heel vaak wint, kun je die ene keer verliezen makkelijker in perspectief plaatsen. En als je heel vaak verliest, zul je merken dat de duur en de intensiteit van je reactie afneemt. Er treedt dan een soort gewenning op.” Wat volgens de ontwikkelingspsycholoog niet goed helpt, is tegen iemand zeggen ‘dat het maar een spelletje is’. “Je kunt iemand beter eerst even laten afkoelen en daarna het gesprek aan gaan.”

Het goede nieuws is dus dat je verliezen kunt oefenen. Hoe? Door komende tijd flink wat spelletjes uit de kast te trekken. Nodig je vrienden uit en ga ervoor – voordat je straks tierend aan de kersttafel zit. En onthoud: elke keer dat je verliest, is een kans om iets te leren. Over het spel en vooral over jezelf.

Valsspelers zijn meer bezig met winnen dan met het behoud van een positief zelfbeeld, zo blijkt uit Boksem’s onderzoek.

Waarom spelen sommige mensen vals?

Liegen, bedriegen en valsspelen voor je eigen gewin. Sociaal onacceptabel gedrag, maar het gebeurt wel. Zeker bij onschuldige gezelschapsspelletjes. Hersenonderzoeker Boksem zocht uit waarom. “Dat kun je niet simpelweg onderzoeken met vragenlijsten, want daarbij zijn mensen vaak ook niet helemaal eerlijk. Dus keken we naar de activiteit in de hersenen op het moment dat mensen valsspelen, of juist niet.” Om dit voor elkaar te krijgen, liet Boksem proefpersonen in een MRI-scanner een Zoek de Verschillen-taak uitvoeren. Ze moesten aangeven of ze alle drie de verschillen zagen en kregen geld als ze met ‘ja’ antwoordden. Wat de proefpersonen niet wisten, is dat er soms minder dan drie verschillen te zien waren. Dus als iemand dan toch ‘ja’ zei, wisten de onderzoekers meteen dat er werd valsgespeeld.

Wat blijkt? De hersenactiviteit van eerlijke en oneerlijke spelers ziet er anders uit. “Bij valsspelers zagen we vooral het beloningscentrum oplichten, terwijl we bij fundamenteel eerlijke mensen juist meer activiteit in de delen van de hersenen zagen die met zelfreflectie te maken hebben.” De onderzoekers denken daarom dat fundamenteel eerlijke mensen niet valsspelen, omdat ze een positief zelfbeeld willen behouden. Ondertussen worden valsspelers juist meer gedreven door winst. “We zien dan ook dat deze mensen over het algemeen wat impulsiever zijn.”

Voor wie wel wat inspiratie qua cadeaus kan gebruiken, verzamelde de redactie van NEMO Kennislink tips voor speelgoed met een wetenschappelijk tintje:

Wetenschappelijk speelgoed

Lees verder:

Spelend(er)wijs

Judith Robbe
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 november 2022
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.