Je leest:

Het einde van deze expeditie is nog maar het begin van het onderzoek

Het einde van deze expeditie is nog maar het begin van het onderzoek

Auteur: | 22 mei 2018
NICO expeditie - Edda Heinsman

Op het allerlaatste moment komen dan toch de metingen waar iedereen aan boord van onderzoeksschip de Pelagia op zat te wachten.

Radioanna
Anna van der Kaaden geeft opdracht de apparatuur honderd meter te laten zakken.
NICO expeditie – Edda Heinsman

Het einde van de expeditie is in zicht, de instrumenten die een jaar geleden overboord gezet werden, zijn veilig binnen gehaald. Nog een paar uur jojo-en – apparatuur verticaal op en neer door het water slepen om allerlei eigenschappen van de waterkolom in kaart te brengen – en dan beginnen we aan de terugreis. Het is toch nog zo’n anderhalve dag varen en er is storm op komst, dus de kapitein is onverbiddelijk. Zelf zit ik achter het bureautje in mijn hut te typen. Dat jojo-en heb ik na al die dagen wel gezien. Dan staat ecologe Anna van der Kaaden (NIOZ) in de deuropening. “Edda, kom snel, dit moet je zien!”

Verdwaald vogeltje

Nu is het niet de eerste keer dat iemand me komt roepen, we zijn op onze NICO-expeditie over de Atlantische Oceaan met onderzoeksschip de Pelagia al heel wat interessante dieren tegengekomen: grote groepen grienden, jan-van-genten, een klein verdwaald vogeltje -mogelijk een tapuit, dolfijnen. Maar nu is er iets anders aan de hand. Ze neemt me niet mee richting het dek of de brug om dieren te spotten, maar naar de CTD-kamer, de ruimte aan boord waar de metingen binnenkomen die gemaakt worden door het apparaat dat door het water ‘jojoot’.

Christian mohn
Fysisch oceanograaf Christian Mohn aan boord van onderzoeksschip de Pelagia in de CTD-kamer.
NICO expeditie – Edda Heinsman

Het is een kleine ruimte, vol computers en apparatuur. Via een radio houdt degene die ‘dienst’ heeft contact met de bemanning aan dek en de stuurman op de brug. Van hieruit wordt precies ingesteld op welke dieptes de apparatuur welke metingen moeten doen. Bijvoorbeeld de dieptes waarop de flessen hun watermonsters nemen. Op het computerscherm verschijnen dezelfde grafiekjes die al de hele week binnenkomen: een lijntje voor de temperatuur, voor het zoutgehalte, zuurstof, geleidbaarheid en ga zo maar verder. Ik zie niets vreemds. Maar de wetenschappers zijn lyrisch.

Zeebanket

Fysisch oceanograaf Christian Mohn van Aarhus University glundert. “Kijk! Precies waar we op hoopten.” Hij wijst op een enorme piek in de fluorescentie. Dit is een maat voor hoeveel voedseldeeltjes er in het water zitten. De grote vraag van deze onderzoeksmissie is: hoe kan het dat op de bodem van deze koude donkere diepe zee zoveel koraal groeit?

Apparatuur fixen
Op het laatste moment gaat er natuurlijk nog iets mis met de meetapparatuur. Gelukkig werkt het hele team mee en is het defect snel verholpen.
NICO expeditie – Edda Heinsman

Missieleider Dick van Oevelen: “Vergelijk het met een banket, bovenin de zee heb je veel algenbloei. De algen worden opgegeten en afgebroken door alles wat er rondzwemt. Bovenin, dicht bij het oppervlak heb je veel lekker eten. Hoe dieper je komt, hoe minder lekkers er overblijft. Hoe kan het dat de koralen van die karige restjes kunnen leven?” Van Oevelen laat op videobeelden die hij vorig jaar maakte zien dat het niet om een beetje koraal gaat. Het koudwaterkoraal hier op de Rockall bank heeft in de loop van honderdduizenden jaren bergen gevormd van honderden meters hoog. Waar halen de diertjes hun voedsel vandaan?

De wetenschappers aan boord hebben een theorie, dat juist door die onderwater-bergen die ze hebben gevormd, de koralen hun eigen omgeving gunstig beïnvloedden. Van der Kaaden vergelijkt het met een bever die de natuur naar zijn hand zet. Zo zouden deze koralen met de door henzelf gevormde riffen de stroming zo beïnvloeden, dat voedsel sneller omlaag valt. “Als je ervan uit gaat dat bovenin de zee overal evenveel voedsel wordt geproduceerd, verwacht je ook een soort homogene deken van voedsel te zien op de bodem. Nu lijkt het er op dat je ophopingen hebt op sommige plekken en dat de koraalbergen door hun vorm daar zelf een rol in spelen.”

Race tegen de klok

Evi wubben
Evi Wubben bij het CTD-apparaat. Iedereen springt bij om de laatste monsters te verwerken.
NICO expeditie – Edda Heinsman

Tot nu toe hadden we tijdens deze expeditie nog geen bijzondere effecten van de koraalriffen gemeten. Bovenin zit veel voedsel, onderin weinig. Dit was zowel bij de gebieden mét koraal als de gebieden zonder koraal het geval. Tot dit moment dus. Christian Mohn print de nieuwste data uit. Hij wijst op de fluorescentiepiek, en inderdaad, er zijn een soort grote bulten te zien. Er is niet alleen veel voedsel in de bovenste laag van het water, het voedsel bevindt zich over een groot gebied tot wel honderden meters diep. Misschien zien we nu eindelijk de effecten van de turbulente stroming, opgewekt door botsingen met het koraal.

Ter plekke besluiten de onderzoekers meer monsters te nemen. Meer werk voor de teams aan dek, plotseling moeten ze vier keer zoveel monsters verwerken. Een enorme klus, maar iedereen springt bij, niemand klaagt, het zijn de laatste loodjes. En als het even kan tóch nog snel een stuk terug de bank op te varen, om te kijken hoe het daar is.

De kapitein stemt toe, we varen weer een stuk terug. Het wordt een heuse race tegen de klok. Twaalf uur stipt moeten we aan de terugreis beginnen richting de Ierse havenstad Galway. Alle onderzoekers werken mee. Met nog een paar minuten te gaan wordt voor de laatste keer de apparatuur overboord gezet. Gespannen volgt men vanuit de CTD-kamer de lijntjes die op het scherm binnendruppelen. En ja, ook hier, een paar kilometer verderop lijkt het alsof het voedsel zich een stuk dieper over de waterkolom heeft verspreid.

Puzzelstukjes

Wil dit zeggen dat de theorie van de onderzoekers klopt? Hebben ze het mysterie hoe de koudwaterkoralen aan hun voedsel komen ontrafeld? Helaas, dat is volgens Christian Mohn te vroeg om te zeggen. “Maar we hebben wel de goede data te pakken, het eerstvolgende wat ik ga doen als ik thuis ben, is er helemaal in duiken.” Het duurt alleen nog wel even voor het zover is. Voorlopig moeten we eerst nog zo’n anderhalve dag varen en dan natuurlijk nog de trip van Galway naar huis. Maar de metingen zitten er op, de data is binnen.

De koudwaterkoralen-expeditie is officieel ten einde. Van Oevelen en ik staan naast elkaar op het dek. Het regent, het waait, ik heb eigenlijk zin om naar binnen te gaan, maar ik wil toch nog even iets vragen. Want voelt het niet frustrerend dat het raadsel nog niet is opgelost? Van Oevelen moet lachen. “Ja, dat hoort bij wetenschap hè. Deze trip op de oceaan is natuurlijk fantastisch, met dolfijnen en walvissen, met koraal en kilometers diepe zee. Maar eigenlijk begint het echt leuke deel – de puzzelstukjes op hun plek leggen, de échte wetenschap – pas als we weer terug zijn en met de data aan de slag kunnen.”

Chiucheng
Chiu Cheng werkt hard om alle monsters te verwerken aan boord van onderzoeksschip de Pelagia.
NICO expeditie – Edda Heinsman

Het einde van deze expeditie is dus eigenlijk nog maar het begin van het onderzoek. Een mooi moment om naar binnen te gaan en de regen te ontvluchten, het is koud. Én het is woensdag, dat betekent dat de blauwe hap van kok Iwan weer op het menu staat, en die wil ik geen tweede keer mislopen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 mei 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.