Naar de content

Hersenen met humor uitgelegd

Recensie In mijn hoofd van Angelique Van Ombergen

Een digitale afbeelding van het hoofd van een persoon. De hersenen lichten rood op.
Een digitale afbeelding van het hoofd van een persoon. De hersenen lichten rood op.
Flickr.com, Ars Electronica via CC BY-NC-ND 2.0

Een informatief boek over het brein is al snel zo droog. In het kinderboek In mijn hoofd geven auteur Angelique Van Ombergen en illustrator Louize Perdieus kleur aan onze grijze massa. Ze maakten een studieboek met humor over de menselijke hersenkronkels.

14 november 2018
Een 3D-print van onze hersenen.

De hersenen: je eigen supercomputer volgens Van Ombergen.

Wikimedia Commons, Nevit via CC BY-SA 3.0

Brainfreeze! Als je snel een ijsje eet, kun je ineens een stekende hoofdpijn krijgen. Hoe komt dat? Die plotselinge kou op je verhemelte prikkelt een hersenzenuw die daar vlak boven ligt. De zenuw probeert onze hersenen te beschermen tegen potentieel gevaarlijke afkoeling en gooit heel snel de bloedvaten dicht. Dan blijkt dat ijsje toch geen dreiging; de bloedvaten gaan dan ook snel weer open. Het is dat plotselinge snel open en dicht slaan dat die knallende koppijn veroorzaakt.

Het is zomaar een van de leuke wetenswaardigheden in het kinderboek In mijn hoofd – de wonderlijke wereld van ons brein, geschreven door de Vlaamse hersenwetenschapper Angelique Van Ombergen. In de basis is het een klassiek studieboek over de werking van de hersenen: de anatomie van de hersenen en zenuwstelsel komt uitgebreid aan bod, evenals de werking van de zintuigen en technieken om in de hersenpan te kijken. Gelukkig is In mijn hoofd wel avontuurlijker; het zit vol grappige wendingen en (hersen)windingen.

Selfie van je brein

Wat dit boek onder andere zo humoristisch maakt, zijn de illustraties van grafisch vormgever Louize Perdieus. Soms hebben haar tekeningen wel wat van de anatomische tekeningen uit de vijftiende eeuw van Leonardo da Vinci, maar dan voorzien van een geinige twist of opmerking. Zo tekent ze onze hersenkwabben, met zeilbootjes die rondvaren op de golvende grijze massa. Een andere geslaagde tekening is die van een zenuwcel die zichzelf in de spiegel bekijkt en zichzelf ‘knapperd’ noemt, een verwijzing naar de ‘spiegelneuronen’, die ervoor zorgen dat we ons kunnen inleven in andere mensen.

Eén van mijn favoriete hoofdstukken gaat over beeldvormende technieken waarmee onderzoekers en artsen in de hersenen kunnen kijken. Eigenlijk gewoon een soort ‘brein-selfies’, geïllustreerd aan de hand van mannetjes met open schedel die foto’s nemen van hun blootliggende hersenpan. “Zo is er bijvoorbeeld een bepaald soort scan die we CT- of CAT-scan noemen”, schrijft Van Ombergen. “Dat heeft (jammer genoeg) niets met katten te maken, maar is een afkorting van computerized axial tomography of computertomografie.” De auteur schuwt moeilijke begrippen uit de hersenwetenschap niet, maar weet het toch luchtig te houden. Bijvoorbeeld door er katten bij te halen.

Codetaal

Van Ombergen weet als hersenwetenschapper heel goed waar ze het over heeft. Aan de Universiteit Antwerpen onderzoekt ze hersenplasticiteit – het aanpassingsvermogen van ons brein – in astronauten, waar ze in haar boek kort naar verwijst. “Eerste onderzoeken hebben al aangetoond dat de hersenen van astronauten zich aanpassen na enkele maanden zweven in het internationaal ruimtestation.”

Kleine ergernis: ze is wel erg groot fan van haakjes in de tekst. Tussen die haakjes staan concrete voorbeelden, herhalingen van eerdere kennis of verwijzingen naar wat nog gaat komen. Het geeft de tekst iets speels en dynamisch, maar al die onderbrekingen lezen wel erg onrustig.

Het boek heeft sowieso een eigen codetaal die je na een tijdje gaat herkennen. Alle begrippen uit het register staan dikgedrukt in de tekst. Voorbeelden van boodschappen naar en orders van de hersenen staan altijd geschreven in het rood, bijvoorbeeld ‘dommerik, haal je vinger uit die vlam’ of ‘saai, ik val bijna in slaap’.

Hippopotomonstrosesquippedaliophobia

Van Ombergen’s manier van schrijven en de voorbeelden die ze gebruikt sluiten aan bij haar publiek: kinderen van tussen de twaalf en vijftien. Maar zal deze groep tieners, die een groot deel van de stof ook al op school krijgt, thuis nóg een informatief boek over het brein lezen? Dat is even de vraag, al zullen leerlingen heus meer oppikken dan de verplichte basiskennis. Opmerkelijke weetjes, zoals die over de brainfreeze, of het feit dat je tongafdruk net als je iris en je vingerafdruk uniek zijn, kom je in lesmateriaal meestal niet tegen. Juist dit soort feitjes maken In mijn Hoofd zo leuk. Of wat dacht je hiervan: er bestaat zoiets als een (niet officieel erkende) fobie voor lange woorden, genaamd ‘hippopotomonstrosesquippedaliophobia’. En wist je dat het tegenovergestelde van een déjà-vu ook bestaat, namelijk een jamais-vu?

Zonder dat je het als lezer erg echt in de gaten hebt, stampt de auteur er luchtig en met succes een enorme berg hersenkennis doorheen. Qua niveau zou dit boek ook geschikt kunnen zijn voor volwassenen, al maken de voorbeelden (‘de geur van de taart die je oma altijd bakt’), schrijfstijl en grappige plaatje het tot een echt kinderboek.

Angelique Van Ombergen en Louize Perdieus, In mijn hoofd – de wonderlijke wereld van het brein, Lannoo, 144 pagina’s, € 17,99
Aanbevolen leeftijd: 12 – 15 jaar

ReactiesReageer