Naar de content

Volgens de wet in Nederland moeten we maar liefst 95 procent van het gewicht van alle afgedankte auto’s in Nederland recyclen. En dat halen we ruim, op dit moment zitten we zelfs op een percentage van 98,7 procent. Maar er zijn zeker nog uitdagingen op de weg.

20 april 2018

Deze auto wordt na achttien jaar misschien wel afgedankt.

Taco Witte/Flickr.com, CC BY 2.0

Er komt altijd een punt dat een auto weg moet. Bijvoorbeeld omdat de motor steeds hapert bij het starten of het simpelweg te veel geld kost om hem door de APK te krijgen. In Nederland gebruiken we onze auto’s gemiddeld achttien jaar voor we hem afdanken. Je laat hem achter bij de garage en koopt een nieuwe. Maar wat gebeurt er met zo’n auto nadat hij is afgedankt?

Efficiënt hergebruiken

“In Nederland gebruikten we in 2016 98,7 procent van het gewicht van de auto opnieuw”, vertelt Martijn Boelhouwer, communicatiemanager bij Auto Recycling Nederland (ARN). Dat is netjes, en boven het minimum van 95 procent dat staat in de Nederlandse wet. Om dit getal te halen werkt ARN samen met allerlei bedrijven om de verschillende onderdelen van de auto zo efficiënt mogelijk te hergebruiken. Boelhouwer: “Wij zijn betrokken bij de hele recyclingcyclus. We helpen andere bedrijven met een infrastructuur, logistiek, en waar nodig investeren we in nieuwe technieken of fabrieken.”

Het begint allemaal met de vloeistoffen. De auto gaat naar een demontagebedrijf, die alle olie, remvloeistof en ruitenwisservloeistof uit de auto haalt. “De afvalstoffen zamelen we centraal in”, zegt Boelhouwer. “Deze gaan naar gespecialiseerde recyclingbedrijven.” Veel vloeistoffen kunnen die bedrijven makkelijk hergebruiken. Olie gebruiken ze bijvoorbeeld in veel gevallen weer gewoon als olie.

Waardevolle materialen

Daarna halen de demontagebedrijven alle onderdelen van de auto die ze nog kunnen gebruiken. Een spiegel of een deur kunnen vaak nog best een tweede leven krijgen in een andere auto. Vervolgens gaat het kale wrak op transport naar een shredder. “Bij een shredder halen ze alle waardevolle metalen zoals ijzer of aluminium uit het autowrak”, vertelt Boelhouwer. “Dit gebeurt door de auto te vermalen en daarna met een grote magneet bijvoorbeeld het ijzer eruit te halen.”

Deze metalen dragen veel bij aan het recyclingspercentage van 98,7 procent vanwege hun gewicht en omdat er nog steeds veel metalen in een auto zitten. Na de shredder staan er nog mensen langs de lopende band om de laatste gemiste waardevolle materialen te verwijderen, en uiteindelijk hou je een restant over met daarin koper, zand, textiel en kunststoffen.

Een stapje verder

Maar om de 95 procent te halen gaat ARN nog een stapje verder. “Om het laatste restant van de auto te kunnen recyclen hebben we een _post schredder_-fabriek geopend in Tiel”, zegt Boelhouwer. In deze fabriek staan 180 machines die de reststromen schudden, trillen, zeven en met magneten scheiden. Uiteindelijk levert dit vier stromen op. “Koper kunnen we bijvoorbeeld meteen verkopen”, vertelt Boelhouwer. “Voor de andere stromen zoeken we hard naar nuttige toepassingen.”

Zo zijn de kunststoffen niet meer goed genoeg voor volledig nieuwe onderdelen, maar gebruiken autofabrikanten ze inmiddels wel weer in nieuwe plastic onderdelen zoals bumpers. Daarnaast ziet ARN kunststof als een goed alternatief voor houten damwanden die in veel Nederlandse sloten staan. “Wij hebben samen met het kunststofbedrijf Duvano damwanden gemaakt van onze korrels die veertig jaar meegaan, veel langer dan de huidige wanden van hout”, legt Boelhouwer uit. “Bovendien verkleuren ze niet en kun je ze na hun levensduur opnieuw recyclen.”

Hoogwaardige spullen

Met dit soort projecten hoopt ARN vooral dat de recycling zich gaat ontwikkelen naar hoogwaardige toepassingen. Boelhouwer: “Wij zien het liefst dat ze echt toegevoegde waarde hebben.” Maar het kost op dit moment nog wel geld om auto’s te recyclen. Dit geld komt uit de recyclingsbijdrage van veertig euro die iedereen betaald bij aanschaf van een nieuwe auto. “Hieruit betalen we een deel van de recyclingketen”, zegt Boelhouwer. “Maar daarnaast investeren de autofabrikanten zelf ook veel, er zijn veel mensen bereid om onderzoek te doen naar betere recycling.”

Het lijkt dan ook niet waarschijnlijk dat we binnen een paar jaar honderd procent van de auto recyclen. En dat moet je misschien ook wel helemaal niet willen, denkt Boelhouwer: “Wij wegen de recyclingsprestatie, de kosten en de CO2-uitstoot tegen elkaar af. We kunnen misschien wel meer recyclen, maar als dit betekent dat de CO2-uitstoot fors toeneemt is het toch een stuk minder duurzaam.”

Meer en meer elektrisch

Met de toename van elektrische auto’s in Nederland zal ook de taak van demontagebedrijven veranderen. “Een batterij goed demonteren en recyclen doe je niet zomaar”, zegt Boelhouwer. “Dat vergt echt een specialistische kennis. Daarom bieden wij speciale trainingen aan.” Op dit moment recyclen we zo’n 75 procent van de stoffen uit de batterij, dus ook dat kan nog verbeteren. Volgens Boelhouwer leren ze bij elke batterij die ze nu tegenkomen weer wat bij: “Een batterij die niet meer geschikt is om je Prius soepel te laten rijden, kan nog best veel energie opslaan. Zo moeten we kijken wat we het beste met zo’n batterij kunnen doen.”

ReactiesReageer