Buitenaards leven bestaat. Waarschijnlijk. Waarom hebben we het dan nog steeds niet gevonden?
Op een heldere avond krioelt het van de sterren. Als je deze zomer met een tentje op een camping hebt gestaan, herken je vast het gevoel dat je je een nietig stipje voelt in het grote mysterieuze universum. Om dat vakantiegevoel nog even vast te houden, werpen we samen met een sterrenkundige een blik op het overweldigende heelal. Is er leven daarboven? Dikke kans van wel. Waarom hebben we daar dan nog geen contact mee? Veertien universumfeiten om over te mijmeren.
Vermoedelijk zijn er meer planeten dan sterren
Waarom zou de zon de enige ster zijn waar planeten omheen draaien? In 1995 maakten sterrenkundigen de ontdekking van de eerste exoplaneet bekend: een planeet bij een andere ster dan de zon. Inmiddels staat de teller op een paar duizend. Waarschijnlijk cirkelt rond zo ongeveer elke ster wel minimaal één planeet.
Een procent van de planeten kan leefbaar zijn
De aarde is niet heel bijzonder, zegt Floris van der Tak. “De zon is voor een ster wel wat aan de grote kant”, voegt hij toe, “maar niet uitzonderlijk.” Bij SRON onderzoekt de sterrenkundige welke omstandigheden nodig zijn zodat leven kan opbloeien op exoplaneten. En hoe we het kunnen opsporen met onze telescopen. Zeker veertig van de ontdekte exoplaneten zijn geschikt voor leven, aldus Van der Tak. “Het is er lekker warm, er kan vloeibaar water zijn. Het kan bijna niet dat de aarde de enige planeet met leven is.”
Er zijn miljarden kansen op leven. Keer miljarden keer miljarden
Ons sterrenstelsel, de Melkweg, telt miljarden sterren. En er zijn miljarden sterrenstels, weten we. Dus zijn er miljarden keer miljarden planeten in het heelal. Het universum bestaat al miljarden jaren en zal nog wel even blijven bestaan. Zodat er miljarden keer miljarden keer miljarden kansen zijn dat er ergens een keer leven ontstaat.
Leven gebruikt geen heel bijzondere bouwstenen
Aminozuren, nucleotiden, vetzuren: ze komen ook in de ruimte voor. Op meteorieten bijvoorbeeld. Onze cellen zijn, simpel gesteld, vetblaasjes met eiwitten en DNA er in. Giet tijdens het koken wat olijfolie bij de pasta en je ziet: vetzuren gaan vanzelf bij elkaar zitten zodat er blaasjes ontstaan. Aminozuren koppelen aan elkaar tot eiwitten, nucleotiden zijn de bouwstenen voor DNA. “Een lab hier in Groningen werkt aan zulke moleculen die zichzelf organiseren en uitgroeien tot grotere structuren”, zegt Van der Tak, die ook hoogleraar is aan de Rijksuniversiteit Groningen. Maar hoe groot de kans is dat ergens leven ontstaat? “Dat weten we niet.”
Water is handig, maar land ook
Sterrenkundigen richten zich op leven zoals wij dat kennen. “Dat zoekt makkelijk”, zegt Van der Tak. Totaal andere levensvormen kunnen best mogelijk zijn, maar waar ga je naar zoeken dan? Dus kijken ze bijvoorbeeld naar water. Wel moeten moleculen het liefst in een hoge concentratie bij elkaar zitten. Een uitgestrekte oceaan helpt dan niet. “Waarschijnlijk zijn er plekjes land nodig, met kleine poeltjes waar reacties plaats kunnen vinden.” Hoe groot is de kans dat er een functionerende cel ontstaat? “Op aarde is het gelukt”, merkt Van der Tak op. “We weten niet hoeveel pogingen er geweest zijn.” Misschien zijn er op onze planeet wel miljarden primitieve cellen ontstaan die het niet gehaald hebben. “Het hoeft ook niet meteen goed te gaan.”

Mars, gezien door door Hubble ruimtetelescoop
NASA and The Hubble Heritage Team (STScI/AURA) via media commons, public domainHet heelal zou gezelliger moeten zijn
Stel dat het universum, met zijn miljarden planeten, bruist van het leven, waar is iedereen dan? In 1950 zou natuurkundige Enrico Fermi deze vraag gesteld hebben. Je zou verwachten dat het een komen en gaan is van gezellige ruimteschepen en vriendelijke berichtjes over en weer. Maar nee. Het blijft stil. Dit vraagstuk wordt de Fermiparadox genoemd.
Met het meeste leven valt niet te praten
“Een groot misverstand is dat we bij buitenaards leven al snel denken aan dieren, planten en mensen. Dat is niet terecht”, stelt Van der Tak. Het meeste leven op aarde is eencellig. “Alleen al je eigen lichaam telt meer eencelligen dan lichaamscellen.” Meercellig leven is iets van de laatste half miljard jaar, oftewel tien procent van de leeftijd van de aarde. Tijdens de eerste half miljard jaar was er nog geen leven. “En de overige tachtig procent van de tijd waren er alleen eencelligen.” Er zal in het heelal dan ook vooral eencellig leven te vinden zijn, is de verwachting. Dat is, op aarde in ieder geval, niet in staat om radioboodschappen naar andere planeten te versturen of ruimteschepen te bouwen. “Ik zie ons nog niet gauw communiceren met eencelligen”, zegt Van der Tak.
Het ontstaan van leven is niet de meest ingewikkelde stap
Dat verwacht Van der Tak. “Het gaat om de evolutie.” Die is afhankelijk van toevalligheden. Stel dat een meteorietinslag het dinotijdperk niet beëindigd had. Dan had het leven er nu heel anders uitgezien. Daarnaast verloopt evolutie grillig. Overal waar leven begint, neemt de evolutie ontelbaar veel verschillende afslagen. Sommige leiden tot lieveheersbeestjes, andere tot zee-egels of mensen. Misschien werkt intelligent leven op andere plekken wel heel anders dan wij. “Het kan zijn dat het geëvolueerd is tot een vorm die niet communiceert zoals wij dat doen.”

Meteorietinslag (artist impression)
Don Davis, via Wikimedia CommonsEr zijn zeker 75 redenen waarom we niets horen
Toch: er zijn miljarden plekken waar leven kan opbloeien tot iets intelligents. Iemand kan toch wel even naar ons zwaaien? “Er is een boek”, tipt Van der Tak: If the Universe is Teeming with Aliens… Where is Everybody? Schrijver en natuurkundige Stephen Webb geeft, getuige de ondertitel, Seventy-Five Solutions to the Fermi Paradox. Variërend van ‘aliens bestaan niet’, ‘ze zijn heel zeldzaam’ en ‘ze wonen te ver weg’ tot ‘ze zijn alweer weg, want intelligent leven roeit zichzelf steeds uit.’ En er is ‘ze zijn al lang onder ons, we noemen ze politici’. “Dat laatste lijkt me een complottheorie”, reageert Van der Tak.
Misschien houdt leven zich stil
Een aantal verklaringen gaat inderdaad over het idee dat ander leven misschien berichten stuurt die wij niet snappen. Een andere optie is dat buitenaards leven zich opzettelijk stil houdt. Dat ze ons bijvoorbeeld wel afluisteren en bespieden, maar niks terugsturen. De dierentuin-hypothese stelt dat aliens de aarde bekijken zoals wij naar de dierentuin gaan. Of eigenlijk meer als een natuurgebied, dat ze bewust met rust laten. En dan zijn er de minder vriendelijke scenario’s. Misschien is er een ruimtecommando actief dat alles wat een beetje floreert wegvaagt. Of, iets minder erg: alles wat maar een beetje slim wordt, snapt dat het beter is om geen aandacht te trekken. Je weet maar nooit wat er rondreist in het universum.
Aliens kunnen weten dat de Titanic vergaan is
Moeten we ons muisstil houden? “Die oproep hoor ik nooit”, zegt Van der Tak. “Dan zouden we direct alle radio’s uit moeten zetten.” Hetzelfde geldt voor radarsystemen en andere technologie met zendmasten. Onze berichten gaan niet alleen naar de andere kant van de wereld, maar ook naar de andere kant van de Melkweg. En daarbuiten. De eerste radio-uitzending is intussen meer dan honderd lichtjaar verderop te beluisteren. Het universum heeft ook kunnen meeleven met alle noodoproepen van schepen in zwaar weer. De sterrenkundige verwacht niet dat iets kwaadaardigs ons uit de weg komt ruimen. “Omdat het lang duurt voordat je bij een andere ster bent, lijkt dat gevaar me niet zo groot. En wat schieten ze ermee op om hierheen te komen als we geen bedreiging vormen?”

Een greep uit de tot nu toe ontdekte exoplaneten. Het gaat om impressies.
Martin Vargic met toestemmingLuisteren naar leven levert weinig op
De luisteraars van het SETI Institute, de Search for Extraterrestrial Intelligence, luisteren al vijftig jaar naar radiogolven die ze opvangen vanuit de kosmos. “Tot nu toe zonder resultaat. Het is blijkbaar moeilijk”, zegt Van der Tak. “Het kan geen kwaad, maar ik zou er niet veel geld in steken.” De sterrenkundige bestudeert liever de atmosfeer van exoplaneten. Misschien zitten er verbindingen in die doorgaans door leven gemaakt worden.
Groot nieuws is niet altijd een doorbraak
Het is wel oppassen. In april schreven opgewekte wetenschappers dat ze dimethylsulfide zagen bij exoplaneet K2-18b. Een teken van leven, want op aarde ontstaat deze verbinding dankzij bacteriën in zee. Te vroeg gejuicht, vonden andere sterrenkundigen. Een latere analyse stelde dat het misschien wel helemaal geen dimethylsulfide was. Bij voorkeur zou je naar meerdere gassen kijken, zegt Van der Tak. En het liefst zie je de afwijking bij meerdere planeten. “Dat zou een grote stap in de goede richting zijn.” Vervolgens zullen anderen steeds sterker bewijs vinden, totdat blijkt: er is echt leven.
Contact leggen blijft lastig
Stel dat K2-18b bewoond is. De planeet staat 124 lichtjaar verderop. Stuur vandaag een bericht en je krijgt over 228 jaar antwoord. Als de bewoners ons bericht weten te ontcijferen. Er wordt gewerkt aan een universele taal, vertelt Van der Tak. Maar of je ooit antwoord moet verwachten, laat staan ruimtetoeristen?