Je leest:

Griep krijgen van frisse lucht

Griep krijgen van frisse lucht

Rondzwevende virusdeeltjes hebben koude, droge lucht nodig

Auteur: | 13 januari 2017

Heel voorspelbaar steekt iedere winter in Europa een griepepidemie de kop op. Maar het is onduidelijk wat de oorzaak precies is, want het griepvirus is vaak al eerder onder de bevolking aanwezig. Zweedse onderzoekers constateren nu dat een griepgolf meestal een week na de eerste periode met vrieskou opkomt. Blijkbaar verspreiden virusdeeltjes zich dan het makkelijkst via de lucht.

In Nederland heerst volgens het RIVM nu officieel een griepepidemie. Het is een gewone seizoensgriep (influenza A), die voor gezonde mensen niet gevaarlijk is. Toch hebben diverse ziekenhuizen een opnamestop voor geplande ingrepen afgekondigd, omdat ze vrezen anders niet genoeg bedden te hebben voor grieppatiënten met acute complicaties.

Gegevens van het RIVM over de huidige griepgolf. Deze voldoet inmiddels aan het criterium om ‘epidemie’ genoemd te worden. In het plaatje staat een horizontale stippellijn van een aantal zieken per 100.000 inwoners. Boven die lijn is er sprake van een epidemie.

Winters gekwakkel

Waarom lopen we vooral in de winter massaal te snotteren en te hoesten, en waarom slaat de griep juist dan toe? Verkoudheden en griep zijn virusinfecties van de luchtwegen. Een patiënt hoest of niest vaak minuscule druppeltjes vloeistof met virus uit. Die komen terecht op deurknoppen en gebruiksvoorwerpen, of verspreiden zich door de lucht. Andere mensen raken geïnfecteerd via hun handen, of rechtstreeks door inademing van rondzwevende druppeltjes. Infectie heeft dus letterlijk genomen niets met ‘kou vatten’ te maken.

Een veel gehoorde theorie voor het seizoensgebonden gekwakkel is, dat we ‘s winters meer binnen zitten. Kleumend samendrommend rond de kachel zouden we elkaar infecteren, hoewel dit winterse beeld natuurlijk nauwelijks nog overeenkomt met onze centraal verwarmde maatschappij.

20.000 wattenstaafjes

Artsen van het Zweedse Sahlgrenska University Hospital hebben nu echter wel degelijk een statistisch verband tussen kou en griep gevonden. In de periode 2010-2013 namen ze van twintigduizend patiënten die wegens griepachtige klachten in het ziekenhuis kwamen met een wattenstaafje monsters uit de neus af. Die onderzochten ze op de aanwezigheid van verkoudheids- en influenzavirussen. De resultaten legden ze naast gegevens van het Zweedse KNMI over het weer, met name de temperatuur en de absolute en relatieve vochtigheidsgraad van de lucht.

Overzicht hoe hard de griep toesloeg in Europa in de laatste week van 2016.

Volgens hoofdonderzoeker Nicklas Sundell blijkt uit deze gegevens dat een griepepidemie getriggerd wordt door specifieke weerscondities: namelijk de eerste periode in de winter waarin de temperatuur een paar dagen onder nul is, en de absolute vochtigheid laag is. Een week later begint dan het aantal griepgevallen explosief te stijgen. Als de epidemie eenmaal voet aan de grond heeft onder de bevolking, blijft die ook bestaan als het weer warmer wordt. Dit geldt specifiek voor influenzavirussen, voor verkoudheidsvirussen is er geen verband gevonden met het weer.

Samenhang tussen aantal nieuwe gevallen van griep (influenza A) en de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid (RH, relative humidity) en de dampspanning (VP, vapour pressure). De dampspanning is ongeveer hetzelfde als de absolute luchtvochtigheid, ofwel hoeveel water er in de lucht zit. Telkens na een dip in de temperatuur en dampspanning steekt een epidemie de kop op.

Niet voorspellend

Naar de reden voor deze samenhang blijft het gissen. De absolute vochtigheid en temperatuur hingen in het gebied rond Gothenburg heel sterk samen, zodat dit onderzoek niet kan onderscheiden welk van beide het sterkst correleert met de griepepidemie. De relatieve vochtigheid was niet voorspellend voor het optreden van een griepepidemie.

Sundell en collega’s denken dat de lage absolute vochtigheid ervoor zorgt dat de door patiënten uitgehoeste druppeltjes snel verdampen en kleiner worden. Daardoor blijven ze langer zweven dan grote druppeltjes, leggen ze langere afstanden af en zijn ze effectiever in het besmetten van anderen. Toch kan dit niet de hele verklaring zijn, omdat de snelheid van verdamping vooral beperkt wordt door de relatieve luchtvochtigheid. En die is ’s winters in gematigde streken zoals Gothenburg of in Nederland altijd hoog, rond de tachtig procent.

Verspreiding van de griep in Nederland op 8 januari 2017. De percentages zijn gebaseerd op de ongeveer 35.000 vrijwilligers in Nederland en Vlaanderen die meedoen aan de Grote Griepmeting. Wekelijks moeten die zelf melden of ze griepachtige symptomen hebben of niet. Mogelijk zorgt het feit dat mensen die zich al een tijd lang prima voelen weinig geneigd zijn om zich wekelijks ‘gezond’ te melden, voor vertekening van de percentages.

Binnen ligt dat ’s winters echter heel anders, juist door centrale verwarming. Koude lucht van buiten wordt dan opgewarmd tot rond de 20 graden, waardoor de relatieve luchtvochtigheid sterk daalt (warme lucht kan namelijk veel meer water opnemen, maar die is in de koude lucht van buiten nauwelijks aanwezig).

Dat zou betekenen, dat de snelle verdamping van besmette druppeltjes ’s winters vooral binnenshuis plaatsvindt, en besmettingen via de lucht dus ook. De onderzoekers concluderen: “Daarom zou het handhaven van een hogere vochtigheidsgraad binnen kunnen helpen in het terugdringen van besmetting.”

Wat doe jij als je griep hebt?

Eventuele opmerkingen en aanvullingen graag in de reacties.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 januari 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.