Naar de content

Grasmaaier met een dikke vacht

Uitgesproken uitgestorven: wolharige neushoorn

Remie Bakker, Manimal Works

Met zijn grote hoorn maakte de wolharige neushoorn grassen sneeuwvrij. Maar toen het warmer werd in Nederland, werd zijn dikke vacht hem fataal.

27 augustus 2025

Je zou het misschien niet denken, maar ooit liepen er langs de Nederlandse rivieren wolharige neushoorns. Het waren dikke en harige spierbundels, met een hoorn die anderhalf keer zo lang was als een honkbalknuppel. Ze werden ook nog eens ruim drie meter lang. De huid en vacht waren zo dik dat het dier zich goed aanpaste aan het koude continent dat Europa toen was.

Hyenapoep

Ik hoop je niet te beledigen, maar ik zou toch omlopen als ik jou tegen zou komen in een donker steegje.

“Ik kan wel tegen een stootje; gelukkig heb ik een dikke huid. Maar ik weet dat ik imposent ben. Het was ook wel nodig dat ik andere dieren angst inboezemde, want het leven was gevaarlijk op de steppe. Zo waren er de nodige grottenhyena’s en sabeltandtijgers. In hyenapoep zijn DNA-resten gevonden van wolharige neushoorns. Die schoften van hyena’s hebben mijn familieleden waarschijnlijk opgegeten.”

Als ik op het internet afbeeldingen en animaties over jou opzoek, dan lijkt het alsof je de liefdesbaby bent van een Schotse hooglander en een neushoorn. Je vacht is zo dik dat we er truien van kunnen breien voor de selecties van PSV en Ajax samen, inclusief de technische staf.

“Ik zie er spectaculair uit in vergelijking met de hedendaagse neushoorns. Maar ja, wat wil je: op de mammoetsteppe, zoals mijn leefgebied werd genoemd, was het guur en koud. Overigens lag die steppe er altijd keurig bij, want ik was een echte grazer, de grasmaaier van de steppe. Het zou best kunnen dat het landschap er zonder mij anders had uitgezien.”

Een vader en zijn twee kinderen bekijken een levensecht model van een wolharig museum.

Bezoekers bekijken een levensecht model van de wolharige neushoorn bij natuurmuseum Ecomare op Texel.

Ecomare, Mike Bink fotografie, CC BY-SA 4.0 via Wikimedia Commons

Toch snap ik iets niet. Wetenschappers denken inderdaad dat jij een echte grazer was – gezien je lichaamsbouw kon je ook niet echt iets anders. Maar hoe kwam jij aan je voedsel als er sneeuw lag?

“Ha! Goed opgemerkt. Je zou mij niet alleen een grasmaaier kunnen noemen; onderzoekers zien mij ook als een sneeuwschuiver. Dat heeft alles te maken met mijn pronkstuk: mijn hoorn. Mijn familieleden en ik hadden een gigantische, redelijk platte hoorn. Men gaat ervan uit dat wij die hoorn gebruikten om grassen vrij te maken van sneeuw.”

Hoezo gaat ‘men’ hier van uit: je was er toch zelf bij?

“Ja sorry hoor, maar mijn geheugen is na al die duizenden jaren wat roestig. Wat ik wel weet, is dat ik die hoorn ook kan gebruiken om jou een beuk te geven.”

Oké, oké, rustig maar. Kan je me nog wat meer vertellen over die hoorn?

“De grootste hoorn die ooit is gevonden, was 129,5 centimeter lang. Hoewel het geen wedstrijdje is wie de langste heeft, waren we groot geschapen. De hoorn gebruikten wij om ons te verdedigen en in gevechten tussen stieren. Wij wolharige neushoorns hadden naast de grote hoorn ook nog een kleinere hoorn, maar daar hoeven we het wat mij betreft niet over te hebben.”

Dan de onvermijdelijke, maar minder gezellige vraag: hoe stierven jullie uit?

“Wetenschappers vermoeden dat mijn vacht te dik was voor temperatuurstijging door klimaatverandering. Ik werd bejaagd, maar het is onzeker of dit een hoofdoorzaak is. Maar echt prettig was dat jagen in ieder geval niet.”

Bronnen

Voor dit fictieve interview zijn de volgende bronnen gebruikt: