Je leest:

Gewelddadige games en internetporno: geen reden voor paniek

Gewelddadige games en internetporno: geen reden voor paniek

Auteur: | 6 juni 2011

Zorgen gewelddadige games, overtuigende reclames of sexy videoclips voor ontspoorde jeugd? Onderzoekers van CcaM, het Amsterdamse Onderzoekscentrum Jeugd en Media, denken van niet. “Wetenschappelijk gezien is de invloed van media op het gedrag van jongeren klein.” Maar dat betekent niet dat er helemaal niets aan de hand is.

In 1774 zorgde de publicatie van Goethe’s ‘Het lijden van de jonge Werther’ voor grote ophef. Bezorgde burgers vonden Goethe’s boek verderfelijk en immoreel: de zelfmoord van de hoofdpersoon zou ongelukkige achttiende eeuwse jongelui maar aanzetten tot zelfmoord en geweld.

Dat klinkt nu vergezocht. Maar nog steeds geven we media maar wat graag de schuld van het gedrag van ongelukkige gekken. Na het Alphense schietdrama bijvoorbeeld, werd er al snel opgemerkt dat de schietpartij wel heel erg lijkt op de vliegveld scene uit ‘Call of Duty, Modern Warfare 2’. Ook bij de schietpartij in Urk werd er met een beschuldigende vinger naar de invloed van gewelddadige games gewezen. Goethe is ingeruild voor Call of Duty, maar de paniek is hetzelfde.

Wpedizch, Wikimedia Commons

Weinig invloed

Zijn de zorgen over de negatieve invloed van media op onze jongeren terecht? Zorgen gewelddadige games, overtuigende reclames of sexy videoclips voor ontspoorde jeugd? Het Amsterdamse Center of research on Children, Adolescents and the Media (CcaM) doet daar al jarenlang onderzoek naar. Onlangs werd de oprichtster van het onderzoekscentrum, Patti Valkenburg, benoemd tot faculteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Om dit te vieren, kwamen onderzoekers uit de CcaM-stal samen om hun bevindingen te delen met het brede publiek.

Wie het symposium bijwoonde om voortaan gesterkt met keihard wetenschappelijk bewijs zijn kind achter het scherm vandaan te slaan, kwam bedrogen uit. Patti Valkenburg kwam al snel met een ontnuchterende mededeling: “Wetenschappelijk gezien is het effect van media op het gedrag van jongeren klein. We drukken effecten uit in percentages van 0 tot 1, en media-effecten schommelen tussen de 0.15 en de 0.19. Die invloed is dus niet zo groot.”

Valkenburg tijdens het symposium over de invloed van media. De presentatie is hier online terug te kijken.
Universiteit van Amsterdam

Bloederig geweld

Neem bijvoorbeeld de invloed van media op agressief gedrag. Vaak wordt dit in het lab onderzocht: een proefpersoon krijgt bijvoorbeeld eerst de bloederigste scènes uit ‘Natural Born Killers’ te zien, waarna de proefpersoon iemand moet straffen (niet echt natuurlijk, maar door middel van een druk op de knop). Hoe harder en sneller de proefpersoon ‘straft’, des te agressiever hij is. Met statistische software, veel proefpersonen en een controlegroep die naar een rustgevend visfilmpje kijkt, rolt er uiteindelijk een cijfer uit: het effect van een agressieve film als ‘Natural Born Killers’ op agressief gedrag.

Nu zijn er veel van dit soort experimentele onderzoeken. Gelukkig zijn er ook onderzoekers die een zogenoemde meta-analyse doen: resultaten van alle bestaande onderzoeken worden samengevat en opnieuw geanalyseerd. Recent is uit een meta-analyse gebleken dat het effect van mediageweld op agressief gedrag 0.19 is. Dat is geen groot effect. Te laag in ieder geval om wetenschappelijk verantwoord alle gewelddadige games en series uit huis te bannen.

Dit geldt niet alleen voor al het bloederige spul, maar ook voor ‘vette’, ‘vieze’ en ‘asociale’ media-invloeden. Zo is het wetenschappelijke bewijs dat reclame invloed heeft op (on)gezond gedrag van kinderen dun; lijkt (internet)porno weinig aan het seksueel gedrag van de meerderheid van de jongeren te veranderen; en worden jongeren ook niet eenzaam of minder sociaal door de invloed van sociale media als Hyves.

Kwetsbare kinderen

Maar is er dan helemaal niks aan de hand? Kunnen we rustig gaan slapen terwijl de jeugd naar geweld, porno en reclame blijft kijken? Dat is nou ook weer niet het geval. Patti Valkenburg: “Dit soort onderzoeksresultaten laten gemiddelden zien. Het zou goed kunnen dat de overgrote meerderheid van de jongeren geen last heeft van media-effecten, maar dat een kleine groep kwetsbare kinderen er extra gevoelig voor is.”

Die laatste groep lost in een statistisch gemiddelde op. Maar juist deze groep verdient aandacht. Het gaat dan bijvoorbeeld om jongeren met een laag zelfbeeld, die ontevreden zijn over hun leven en niet echt op de liefdevolle steun van ouders kunnen rekenen. Of om kinderen met aanleg voor ADHD, verkeerde vrienden en een verstoorde emotionele ontwikkeling.

Bij dit soort kinderen, die van zichzelf al moeilijk zijn, die een problematische psycho-sociale en cognitieve ontwikkeling doormaken en die ook nog eens weinig steun van de sociale omgeving krijgen (drie voorwaarden die Valkenburg dispositionele, ontwikkelingsgerelateerde en sociale ontvankelijkheid noemt), gaat de rode vlag omhoog: zij zouden zich wel eens makkelijker door de media kunnen laten beïnvloeden.

Internetporno

In hoeverre deze kwetsbare-kinderen hypothese voor geweld en reclame opgaat, weten de CcaM-mers nog niet. In het geval van internetporno geldt ze wel, zo blijkt uit onderzoek van Jochen Peter, de pornospecialist bij CcaM. Zijn onderzoek laat onder andere zien dat een deel van de pubers die online risicogedrag vertonen (naaktfoto’s versturen of met onbekenden chatten over seks bijvoorbeeld), ook offline het gevaar opzoekt (denk aan (condoomloze) one-night stands). Online en offline risicogedrag zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Het is dus niet internet die deze pubers gevaarlijke dingen laat doen, het zijn kinderen die al gevaarlijke dingen willen doen en internet daarvoor opzoeken. Peter: “We hebben ook kunnen zien om wat voor kinderen het hierbij dan gaat: kinderen die hoog scoren op de sensatiezucht-schaal, die weinig tevreden zijn met hun leven en die uit een gezin komen met een lage gezinscohesie. Deze factoren voorspellen seksueel risicogedrag het beste, zowel offline als online.”

Nu is de vraag of er ook bij geweld, reclame en andere media-invloeden zo’n soort profiel van de kwetsbare jongere kan worden gemaakt. Patti Valkenburg en haar onderzoeksgroep gaan daar in de komende jaren in ieder geval naar op zoek. Zodat we straks beter weten welke kinderen we achter het beeldscherm vandaan moeten plukken, maar ook welke kinderen gerust kunnen blijven kijken.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 juni 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.