Naar de content

Geen medisch, maar een juridisch oordeel

Een beeld van Vrouwe Justitia met een zwaard en een weegschaal.
Een beeld van Vrouwe Justitia met een zwaard en een weegschaal.
Flickr.com

Wanneer leidt een psychische stoornis tot ontoerekeningsvatbaarheid? Filosoof en psychiater Gerben Meynen formuleert hiervoor een juridische standaard. “Zonder zo’n standaard moeten onze rechters eigenlijk steeds opnieuw het wiel uitvinden, nadat psychiaters een advies over dit wiel hebben gegeven.”

24 mei 2013

Tijdens de zaak van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik of bijvoorbeeld de Amsterdamse zedenzaak met Robert M., stelden de media steeds maar weer die vraag: waren deze daders nou wel of niet toerekeningsvatbaar? Als iemand lijdt aan een ernstige psychische stoornis, bevalt het nog te betwijfelen of hij strafrechtelijk verantwoordelijk is voor zijn gedrag. Deze overtuiging bestaat al lang: zelfs de Romeinen vonden dat ‘krankzinnigen’ niet bestraft moesten worden. Tegenwoordig biedt ook ons Wetboek van Strafrecht hier ruimte voor, en wel in Artikel 39:

Een beeld van Vrouwe Justitia met een zwaard en een weegschaal.
Vrouwe Justitia. Flickr.com

Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend.

Het oordeel over toerekeningsvatbaarheid is altijd een bijzondere opgave voor Nederlandse rechters, zegt Gerben Meynen, bijzonder hoogleraar Forensische Psychiatrie aan de Universiteit van Tilburg en ontvanger van een Veni-subsidie voor zijn onderzoek naar de relatie tussen psychiatrische stoornissen en de vrije wil.

“Om psychische stoornissen en hun effecten in te kunnen schatten, zijn rechters namelijk altijd afhankelijk van het adviesrapport van psychiaters, die een zogeheten rapportage pro Justitia schrijven”, vervolgt Meynen. En dat gebeurt nogal eens in Nederland: zo’n 4000 keer per jaar. “In bijzondere gevallen wordt een dader door een multi-disciplinair team in het Pieter Baan Centrum onderzocht; de rapportage daarvan adviseert bijvoorbeeld over terbeschikkingstelling (TBS).” Maar met zo’n onderzoek is de rechter nog niet klaar: soms komen psychiaters met tegengestelde adviezen, of wordt over hun onderzoek getwijfeld.

Zij moeten er ook helemaal niet over oordelen: toerekeningsvatbaarheid ligt namelijk buiten de medische expertise, zegt Meynen. “Het vaststellen van toerekeningsvatbaarheid gaat over strafrechtelijke verantwoordelijkheid en is daarmee geen medisch, maar een juridisch oordeel. Natuurlijk moeten en kunnen psychiaters adviseren over de eventuele stoornis van de verdachte en de relatie tot het delict. Maar het uiteindelijke oordeel over toerekeningsvatbaarheid is voor hen een brug te ver: dit behoort de rechter toe.” De grote vraag is dus: hoe kan je rechters de handvatten geven om een uitspraak te doen, zonder advies van de psychiater?

Steeds opnieuw dat wiel uitvinden

Dat kan onder andere door het invoeren van een standaard voor ontoerekeningsvatbaarheid. “Als je naar het buitenland kijkt, zie je vaak dat vrijwel elk land een standaard hanteert met criteria wanneer psychiatrische stoornissen tot een juridisch oordeel over ontoerekeningsvatbaarheid kunnen leiden. Hiermee wordt de taakverdeling duidelijk: psychiaters en psychologen leveren alle medische en psychologische feiten aan die deze criteria positief of negatief ondersteunen, de rechter velt hier een oordeel over.” Nederland heeft zo’n standaard nog niet, en dat is eigenlijk heel onhandig. “Hierdoor moeten onze rechters steeds opnieuw het wiel uitvinden, nadat psychiaters een advies over dit wiel hebben gegeven.”

Flickr.com

De Nederlandse standaard

Daarom is Meynen zelf aan zo’n standaard gaan werken, die deze week in het “Nederlands Juristenblad”:hhtp://www.nvj.nl is verschenen. “Het oordeel over toerekeningsvatbaarheid is eigenlijk een oordeel over iemands verantwoordelijkheid. Daarom heb ik de invulling van een standaard gezocht in de filosofie en de ethiek, die ook nog eens een gemeenschappelijke grond is voor juristen en medici.” Meynen stelt voor dat een verdachte ontoerekeningsvatbaar is als een psychische stoornis heeft geleid heeft tot één of meer van de volgende drie mogelijkheden, en legt ze speciaal voor Kennislink even gesimplificeerd uit:
  1. De handeling was niet onder de controle van de wil van de verdachte. “Dus je doet iets, maar je wilde het niet. Het gebeurde eigenlijk ‘per ongeluk’. Stel, iemand lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette. Op basis van zijn psychopathologie kan hij een krachtige armbeweging maken (een tic) waarbij hij iemand anders verwondt. Maar dit wilde de persoon helemaal niet. Dan kun je iemand op grond van dit criterium ontoerekeningsvatbaar verklaren.”
  2. De wil kwam niet van de verdachte zelf; het werd hem ‘opgelegd’ dit te willen. “Stel, een patiënt hoort een bevelshallucinatie hij niet kan negeren. Toen de patiënt de stem had gehoord, zocht hij onmiddellijk iets om de buurman mee aan te vallen, belde aan, en viel de buurman aan. Hij voerde allemaal opzettelijke handelingen uit: in die zin wilde hij wat hij deed. Maar dit kwam voort uit de psychopathologie: zonder de stem die de opdracht gaf, zou hij dit nooit hebben gedaan. Ook deze persoon is ontoerekeningsvatbaar.”
  3. De verdachte begreep de handeling of de context daarvan niet (of waardeerde deze niet zoals die was). “Soms handelen mensen vanuit een paranoïde waan (dat is dus iets anders dan een hallucinatie van hierboven). Ze denken dat hun leven acuut bedreigd wordt door iemand anders, en vallen hem daarom aan. Deze persoon begreep de situatie volkomen verkeerd op grond van een waan.”

Helderheid

Maar als iedereen weet wat deze standaard zal zijn, wordt er dan niet strategisch op ingespeeld door verdachten, met het oog op strafvermindering? Meynen benadrukt: “Psychiaters gaan niet zomaar af op wat een verdachte claimt over zijn gedrag, maar op wat uit het onderzoek – in brede zin, dus ook bijvoorbeeld voorgeschiedenis, proces verbaal, gesprekken met familie, vrienden – blijkt.”

“Eigenlijk worden deze criteria al min of meer gehanteerd in het strafrecht, maar we hebben ze alleen nog nooit als juridische criteria opgeschreven. Als we dat nou gewoon doen en ze vervolgens gaan aanscherpen, geven deze criteria helderheid: zo wordt duidelijk afgebakend welke expert welke taak heeft. Ook komt het de rechtsgelijkheid ten goede: bij alle verdachten worden dezelfde criteria gebruikt om de toerekeningsvatbaarheid vast te stellen.”

Luister en lees verder: