04 december 2018

“Op 31 oktober 2018 bracht het WNF zijn nieuwste Living Planet Report uit. Dit rapport laat de huidige, schokkende stand van zaken zien van de natuur op aarde: een gemiddelde afname van 60 procent in soortenpopulaties sinds 1970. Verschillende nieuwssites publiceerden berichten als ‘60 procent van de natuur op de wereld is sinds 1970 uitgeroeid’. Maar de werkelijkheid is iets genuanceerder: het percentage gaat om een gewogen gemiddelde. Wat zeggen deze cijfers precies? Is het alleen maar de schuld van de mens? En hoe ziet de toekomst eruit?”

Je leest:

Geen complete uitroeiing natuur, wel nu actie nodig

Geen complete uitroeiing natuur, wel nu actie nodig

Wat de cijfers uit het nieuwe Living Planet Report eigenlijk betekenen

Auteur: | 16 november 2018

Het nieuwe Living Planet Report van het WNF bracht schokkende cijfers: een gemiddelde afname van soortenpopulaties van 60 procent sinds 1970. Wat betekent dat precies?

“Je moet het bericht zeker correct de wereld insturen, want hetgeen wat iedereen nu oppikt is ‘60 procent van de soorten is verdwenen’, en dat is niet zo”, schrijft Marijke van Kuijk, assistent professor Tropical Forest Ecology en docente aan de UU, in een reactie aan NEMO Kennislink. “Echter blijft het feit staan dat het slecht gaat met populaties, diersoorten en de natuur.”

Snow leopard 1378691 1920
De sneeuwluipaard (Panthera uncia), waar er nog maar ongeveer 3000 van op aarde zijn, is één van de soorten die in populatiegrootte afneemt. Deze afname komt onder andere doordat mensen wegen door zijn leefgebied aanleggen.

Wat zegt het percentage afgenomen populatiegroottes wél? Het zegt iets over de hoeveelheid individuen in een populatie, de verdeling over een bepaald gebied, de samenstelling aan soorten in een gebied, en of een soort risico loopt om uit te sterven. Het gaat daarbij om vissen, vogels, zoogdieren, amfibieën en reptielen; oftewel gewervelde dieren.

Planten en ongewervelde dieren, zoals bijvoorbeeld insecten, zijn hierin niet meegenomen. De data voor het rapport zijn afkomstig uit verschillende onderzoeken, databases en regeringsrapporten over de hele wereld tussen 1970 en 2014.

Zuidelijk halfrond

59 internationale experts uit 19 instituten over de hele wereld hebben tellingen gedaan. “Dat kan via nesten, fysieke tellingen in een gebied, bijvoorbeeld aan de hand van sporen, camera traps, et cetera. De verschillende populaties worden toegewezen aan een leefgebied – zoet water, zout water, bos – en de veranderingen worden dan berekend”, laat Nathalie van Koot, persvoorlichter van het WNF, per e-mail weten.

De tellingen laten zien dat er over de jaren heen een verandering in populatiegroottes over de wereld optreedt, en dat die verandering gemiddeld een daling is. Het zuidelijk halfrond doet het het slechtst, met in Zuid-Amerika een daling van 89 procent, het zuiden van Afrika een daling van 56 procent, en in de Indo-Pacific (het gebied tussen India en Nieuw-Zeeland) een daling van 64 procent. Daarnaast doen zoetwatergebieden, bijvoorbeeld meren en rivieren, het het slechtst van alle gebieden, met een daling van 83 procent. Maar wat zeggen die cijfers?

Trends

Het technische supplement van het rapport, waarin informatie te vinden is over onderzoeksmethodes en interpretaties van de resultaten, laat zien hoe het precies zit. Per soortenpopulatie kijken de onderzoekers met welk percentage een soortenpopulatie is af- of toegenomen in de jaren tussen 1970 en 2014. Deze percentages middelen ze per gebied – zowel land als zoetwatergebied. Als laatste nemen ze weer het gemiddelde van alle percentages van die gebieden, zodat er een enkel mondiaal percentage uit komt. Dat is die 60 procent.

In dit supplement is ook te lezen dat van alle gemeten reptiel-, vogel- en zoogdierpopulaties meer dan de helft toeneemt of stabiel blijft. Niet alleen maar slecht nieuws dus, maar om gemiddeld alsnog op een daling van 60 procent te komen, zijn er dus heel veel populaties die afnemen over de jaren. Aan het eind van dit artikel staat een rekenvoorbeeld van hoe dat precies werkt.

Niet alle gewervelde dierenpopulaties doen het slecht; de afname in soortenpopulaties van 60 procent is een gemiddelde trend. “Een populatie die afneemt is geen goed teken”, aldus Van Kuijk. “In het gemiddelde dat WNF berekent zitten echter ook populaties die in grootte zijn toegenomen, dus ook positieve ontwikkelingen. Die worden nu overschaduwd door de afnemende populaties.”

Een trend wil zeggen dat er een bepaalde verandering heeft plaatsgevonden over een bepaalde tijd, in dit geval van 1970 tot 2014. Het percentage betekent dus niet dat 60 procent van alle gewervelde diersoorten op de wereld sinds 1970 is uitgestorven, zoals sommige nieuwssites dat laten lijken.

Het technische supplement geeft aan wat de cijfers nog meer niet betekenen. Het rapport en de cijfers zeggen niks over het uitsterven van soorten, de staat van alle soorten in alle delen van de wereld, en zekere voorspellingen voor de toekomst. Het zegt alleen iets over populatieveranderingen over de tijd, en kan wel gebruikt worden als indicator voor hoe de toekomst er misschien uit kan komen te zien. “Het zegt niks over zeldzame soorten. Daar zou je dan een apart cijfer voor kunnen berekenen”, aldus Van Kuijk.

Lpi
Deze wereldkaart geeft aan waar populaties gemeten zijn. De oranje stipjes zijn nieuwe populaties die toe zijn gevoegd aan het rapport sinds het vorige rapport in 2016, en de rode stipjes zijn soorten die eerder nog niet opgenomen waren in de Living Planet Index.
WNF & ZSL 2018

Business as usual

Het rapport geeft aan dat op het moment nog maar 25 procent van de wereld – oceanen niet meegeteld – níet beïnvloed is door direct menselijk handelen. Dat wil zeggen dat driekwart van de wereld te kampen heeft met natuurverlies, jacht, en stroperij. De verwachting is dat als er nu niks verandert aan die menselijke invloed – het zogeheten business as usual-scenario –, in 2050 nog maar 10 procent van de wereld niet direct beïnvloed is door mensen.

“De hoofdoorzaak van het natuurverlies bestaat uit menselijke activiteiten”, aldus Van Koot. “De oprukkende landbouw en overbevissing zijn de grootste bedreigingen. Daarnaast hebben dieren het zwaar door jacht en stroperij, aanleg van infrastructuur, vervuiling en klimaatverandering.”

Maar is het allemaal de schuld van de mens? De mens hoeft niet in alle gevallen de oorzaak te zijn van natuurverlies. Een orkaan of een bosbrand door extreme droogte kunnen er ook voor zorgen dat gebieden niet meer bewoonbaar zijn voor allerlei organismen. Van Kuijk noemt een ander voorbeeld: “Natuurlijke schommelingen in populaties, bijvoorbeeld een predator-prooi-dynamiek of ziektes. Maar in hoeverre kan je die nog onderscheiden van de handelingen van de mens? Ik weet niet of dat ergens op de wereld nog kan.”

“De diversiteit van natuur zorgt voor veerkracht en het kunnen opvangen van bijvoorbeeld ziektes of natuurgeweld”, schrijft Van Koot. “In hoeverre kunnen we dat systeem blijven verzwakken, zonder dat het systeem bezwijkt? Het is tijd dat we ons realiseren dat natuur onmisbaar is voor ons en dat is een belangrijke boodschap uit dit rapport.”

Deforestation 2833700 1920
Menselijke activiteiten zoals ontbossing zijn volgens het nieuwe Living Planet Report de hoofdoorzaak van het natuurverlies.

Akkoord

Een van de oplossingen voor het natuurverlies is het aanwijzen van beschermde gebieden, waardoor dierpopulaties de kans krijgen te herstellen. “Het instellen van beschermde gebieden is zeker effectief, mits ze daadwerkelijk beschermd worden en niet alleen paper parks (een gebied wat op papier de status ‘beschermd’ heeft, maar waar geen daadwerkelijk actief management plaatsvindt, red.) zijn”, schrijft Van Kuijk. “Echter, de beschermde gebieden moeten wel groot genoeg zijn om dierenpopulaties te kunnen behouden; als ze te klein zijn, zul je alsnog populaties verliezen.”

“De natuur is veerkrachtig en je ziet dat soorten terugkomen als ze de ruimte en tijd krijgen om te herstellen”, beaamt Van Koot. “Goede voorbeelden zijn de reuzenpanda en de berggorilla, maar ook bijvoorbeeld de giraffe in Zuid-Afrika. Een stijging van 58 procent van deze populaties is toe te schrijven aan betere bescherming in het park en aan het maken van waterplekken.” Niet allemaal slecht nieuws dus.

Het beschermen van natuurgebieden is niet de enige manier om de effecten van menselijk handelen tegen te gaan. “Naast goede bescherming is het van belang dat de impact van mensen wordt verminderd door in te zetten op duurzame landbouw, stoppen met vervuilen van lucht water en land, stoppen met stroperij en illegale handel. Daarnaast is het van belang dat er internationale afspraken worden gemaakt”, schrijft Van Koot.

Hoger mikken

Niet alleen bedrijven, maar ook consumenten kunnen meewerken aan het verbeteren van de natuur. “Dat vraagt om duurzame keuzes op het gebied van voedsel, energie en grondstoffen. Iedereen kan daar op zijn manier aan bijdragen”, schrijft Van Koot. “Het is van groot belang dat er nu snel actie komt.” Bijvoorbeeld minder vlees eten, voedsel uit eigen streek kopen, zonnepanelen installeren en in een elektrische auto rijden.

Het rapport, getiteld ‘Aming Higher’, pleit dringend af te stappen van the business as usual, hoe we het nu doen. Iedereen op de wereld speelt daarin een rol. Komt het nog goed? “Sommige dingen niet meer”, aldus Van Kuijk. “Dieren die uitgestorven zijn, blijven uitgestorven en ook de gevolgen van klimaatverandering zijn nog gaande, ook al zouden alle broeikasgas-emissies per direct tot nul reduceren. Ook onverstoorde gebieden die zijn vernietigd, kan je nooit meer herstellen tot wat het was, al doe je nog zo je best. Ik denk wel dat we het tij nog kunnen keren, maar dan moet wel iedereen hiervan het belang inzien en meedoen.”

Waar komen die cijfers vandaan?

De percentages van veranderingen in populatiegroottes uit het Living Planet Report zijn berekend door middel van de Living Planet Index. De Living Planet Index berekent niet de hoeveelheid dieren die erbij komen of verdwijnen, maar een gemiddelde verandering in populatiegroottes.

Een voorbeeld: een ganzenpopulatie bestaat in 1970 uit 30 ganzen. Dat aantal is in 2014 nog maar 5 ganzen. Dit is een verandering in populatiegrootte van 83,3 procent. Een kabeljauwpopulatie bestaat in 1970 uit 300 vissen, en de populatie is in 2014 gedaald naar 240 vissen: een verandering in populatiegrootte van 20 procent. De totale hoeveelheid dieren in deze twee populaties is afgenomen van 330 naar 245, een verandering van 26 procent ((330-245)/330*100 procent). Maar de gemiddelde verandering in populatiegrootte is ongeveer 52 procent ((83,3+20)/2), in dit geval een daling.

In het Living Planet Report is te lezen dat populaties niet alleen maar dalen, maar ook groeien: 52 procent van de zoogdierpopulaties is in grootte toegenomen, net als 47 procent van de vogel- en reptielsoorten. Een nieuw voorbeeld: een gebied bestaat uit een ganzen-, een kikker-, en een vissenpopulatie. De ganzenpopulatie is tussen 1970 en 2014 van 30 naar 5 individuen gegaan (daling 83,3 procent), de kikkers van 300 naar 240 (daling van 20 procent), en de vissen zijn gestegen van 3000 naar 3200 (stijging van 6,7 procent). Het aantal dieren is in het hele gebied met 115 toegenomen, een percentage van ongeveer 3,5 procent ((3445-3330)/3330*100 procent). Maar de gemiddelde populatiegrootte in het gebied is afgenomen met 33 procent (1-(0.167+0.8+1.067)/3*100 procent).

Als de populatie van de soorten die zijn toegenomen iets groter is dan die van de soorten die zijn afgenomen, kun je al een afname van de index krijgen terwijl het totale aantal dieren toeneemt. In de bovengenoemde voorbeelden is te zien dat hoewel kleine populaties maar een kleine invloed hebben op de verandering in de totale hoeveelheid dieren, ze een grote invloed hebben op de gemiddelde verandering in populatiegroottes. Over de wereld zijn de verschillen in populatiegroottes enorm; bedreigde diersoorten tellen soms nog maar enkele honderden of tientallen individuen, terwijl er miljarden kabeljauwen, haringen, muizen en ratten zijn. In de berekeningen van het WNF worden zelfs data meegenomen van een aantal diersoorten die sinds 1970 alleen nog maar in gevangenschap voorkomen of waarschijnlijk zijn uitgestorven. Het rapport heeft bijvoorbeeld data van de rode pad uit Costa Rica, die onderzoekers sinds 1989 niet meer hebben gevonden in het wild, meegenomen in de berekeningen.

Bronnen:

  • WWF. (2018). Living Planet Report – 2018: Aiming Higher. Grooten, M en Almond, R.E.A. WWF, Gland, Switzerland.
  • Zoological Society of London. (2018). Living Planet Report 2018 Technical Supplement: Living Planet Index. London: WWF en Zoological Society of London.
  • CBC News (29 oktober 2018). 60% of world’s wildlife has been wiped out since 1970. Geraadpleegd op 9 november 2018.
  • UICN Red List (2016). Snow Leopard: Panthera Uncia. Geraadpleegd op 16 november 2018.
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 november 2018

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.